GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPVOEDING EN ONDERWIJS

4 minuten leestijd

Van een onverpilcht en ongevraagd Advies.

Er is nog al eenig gerucht geweest om den Leidraad der derde Hoofdinspectie van het Lager Onderwijs in ons land. Men herinnert zich, dat o.a. „De Standaard" van déze activiteit weinig gediend was en bevoegdheids-overschrijding signaleerde.

Ons blad vroeg aandacht voor de principiëele posiliekeuze, die op den achtergrond schemerde van de daar ten beste gegeven beschouwingen over het vak Nederlandsche Taal. i)

Thans zag een vervolg het licht: voor de vakken Geschiedenis en Aardrijkskunde. Zooals billijk en nuttig is, laat de Redactie aan haai- opmerkingen 'over begrenzing en verdeeling der leerstof voorafgaan een „doelstelling", gevolgd door een korte toelichting.

Zelf besefte ze echter, dat ze hiermede delicate quaesties raakte. Althans het Voorwoord verklaart: „De doelstelling voor deze vakken (beidoeld is: de hier aangegeven doelstelling, D.) zal niet oen ieder bevredigen, kan dit ook niet, omdat zij (bedoeld is: de doelstelling in het algiameen, D.) zeer nauw samenhangt met de richting der school. Wat wij geven is het algemene, dat voor iedere school aangevuld moet worden met datgene, wat de grootste waarde aan het vak geeft in verband met de richting."

Als we de laatste zinsnede lezen met de aandacht waarop ze recht heeft, komen we voor de vraag te staan of iedere school van bepaalde kleur deze doelstelling moet aanvullen met wat ze in v o 1 - strekten zin als het meest waardevolle voor dit vak beschouwt, dan wel met wat ze in principieel opzicht het belangrijkste acht.

Vermoedelijk is niet het eerste bedoeld. Anders was immers duidelijk uitgesproken, dat een school voor een bepaalde richling moet hebben gekozen om het onderwijs in vakken als Geschiedenis en Aardrijkskunde zijn volle waarde te geven. En Iegelijk dit: dat de Inspeclie geen doelsLelling geven kan, omdat ze zwijgen moet over wat in absoluten zin hcL onderwijs zijn diepste waarde schenkt.

Dat dit echter niet de bedoeling der Redactie is, blijkt duidelijk, als ze op pag. 6 betoogt: „We ontkomen... niet aan de beoordeling van de personen en hun daden. Het zedelijk gevoel en de sociale zin der kmderen doet hen naar ons oordeel vragen. Hier liggen voetangels en klemmen, waarvan het aantal vermeerdert met de richtingsverschillen, die men in zijn klasse vertegenwoordigd weet. Het radicalisme, dat aan kindereneigen is, vraagt van den onderwijzer een grote voorzichtigheid in de keuze van zijn woorden."

De strekking is overduidelijk: nu die naieve, radicale kinderen naar zooiets als een zedelijk oordeel vragen, nu zijn we wel gedwongen dat doornig pad te betreden, te kwistiger met voetangels en klemmen bezaaid, naarmate de pluimage van de bevolking eener openbare school bonter is.

Hier is aan het woord de welbekende geest van het voorzichtig-neutrale, niet „Christelijk-humanisüsche", onderwijs.

Maar er zijn — ook in de derde Hoofdinspectie — andere scholen, die geen voetangels duchten, als ze het licht van Gods Woord laten schijnen over de gedragingen der menschen. Voor welke de vreeze des Heeren het begüisel ook der historische wijsheid is, voor welke het een vreugde, ja levensbeginsel is te spreken over het werk Gods in de geschiedenis van ons land en van de mensch^ beid, over menscbelijke zonde en over gehoorzaamheid aan den God des Verbonds.

Als de Leidraad echter iedere school ten doel meent te mogen stellen „het ontwikkelen van het zedelijk bewustzijn van den leerling", miskent of negeert hij, ten spijt van de beste bedoelingen, het eigen karakter der Christelijke school.

Eén ding heeft deze Hoofdinspectie duidelijk aangetoond: dat deze materie voor haar taboe moet blijven. Men draagt nu eenmaal over het doel van het geschiedenis-onderwijs — over de Aardrijkskunde ware ook een en ander op te merken ^) — geen beschouwingen van eenige draagwijdte voor zonder de neutraliteit te verbreken. Het is hier, dat „voetangels en klemmen" liggen. Althans voor wie nog altoos in de verbeelding verkeert, dat het Christelijke van ons onderwijs bestaat in uitbreiding van een „algemeen" menu met eenige bijzondere gerechten.

Geen schoolstrijd meer: Juist nu!

D,


1) Zie „De Reformatie" van 17 Febr. 1939. 2) Men legge naast de „doelstelling" van deze inspectie de voortreffelijke bijdrage van Dr A. van Deursen in het Leerplan voor organisch onderwijs op de Christelijke School, door H. Dam, Kampen, 1937, pag. 77 en volgende.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1939

De Reformatie | 8 Pagina's