GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPVOEDING EN ONDERWIJS

5 minuten leestijd

Goede woorden.

De rede door Z.E. Minister Bolkestein onlangs op de jaarvergadering van den Vrijz. Dem. Bond gehouden, heeft wel algemeen de aandacht getrokken. In de Tweede Kamer heeft de Minister er zijn verwondering over uilgesproken, dat de gedachten, die hij toch ook wel vroeger had uitgesproken, nu tot bijval en tot tegenspraak uitlokten. Toch ligt dit nog al voor de hand. Wanneer de Minister spreekt over Onderwijsvernieuwing, die hij liever Onderwijsverbetering wilde noemen, spreekt het vanzelf, dat heel het land luistert. Vooral, wanneer daarin enkele uitdrukkingen voorkomen, die blijk geven van een cenigszins andere opvatting, dan wij van de leden van den Vrijz. Dem. Bond gewoon zijn, dan spreekt het wel vanzelf, dat deze dingen èn bij de voorstanders van het openbaar onderwijs èn bij die van het bijzonder onderwijs in bespreking komen.

Bij een tweetal punten wil ik lüer even stilstaan. De Minister heeft gezegd, dat rnen het openbaar onderwijs niet langer mag zien als een „overkoepehng" van de verschillende liclitingen. Het is een eigen richting naast de Protestantsch-Christelijke en de Roomsch-Katholieke. Het spreekt wel vanzelf, dat dil woord bij de rasechte voorstanders van het zoogenaamd neutrale openbaar onderwijs groote ongerustheid en felle tegenspraak heeft uitgelokt. Heel juist werd het in „Hot Onderwijs", orgaan van de Vereeniging van hoofden van scholen in Nederland, uitgesproken, dat de Minister het beginsel der openbare school had losgelaten. Zonder twijfel heeft de Minister hier duidelijk uitgesproken, wat ook onzerzijds altijd beweerd is, dat eon school voor alle kinderen een onmogelijkheid moet worden geacht in een land met zulk een gevarieerde bevolking als in ons land liet geval is. Wat men de openbare school noemde en wal dan zou heclen de neutrale school, waarop kinderen van allerlei gezindten zoudon kunnen gaan zonder schade voor de richting, die de ouders begeerden, is toch altijd de school voor een bepaalde richting geweest, al kon ze dan niet overal heeten „de secle-school der modernen". Het woord van den Minisier brengt nu klaarheid in dezen. De openbare school vertegenwoordigt ook een bepaalde richting. Ze moet daarom een lang gehandhaafde i)relentie laten varen en ze moet, naar hol woord van den Minister, „een leven als gelijkgerechtigden en gelijkbegunsUgden noodig en mogelijk achten." Laten we nog maar even een oogenblik Ie doen hebben met die voorstanders van openbaar onderwijs, die het hebben moeten aanzien, dat wal zo noemden „him" school, haar begeerde en bevoorrechte plaats langzamerhand heeft moeten afslaan en dat nu niemand minder dan de Minister van Onderwijs komt verl< laren, dat in onzen lijd die school in principe niet te handhaven is. We zijn weer een slap genaderd hl de richting, die wij aanduiden met de leuze: „De bijzondere school is de oplossing van den schoolstrijd".

Zeer naar ons hart was ook, wat de redenaar zeide over de vrijheid. „Het onderwijs moet kunnen beschikken over een voldoende male van vrijheid om, onder ernstig toezicht van de oi'gancn, die do staal hiervoor heeft, eigen nieuwe wogen te kunnen inslaan, die oen bepaalde onderwijzer of leeraar. ^een bepaalde school, een bepaalde scholengroep, echt voor hot onderwijs gewenscht acht. De vrijheid, die men eens aan Jan Liglhart toestond, zij een voorbeeld. De vooruitgang van het onderwijs hangt af van de male van vrijheid, die men aan de levende krachten daarin wil geven. Wie hol onder w ij s lief heeft, moet ook de V r ij h o i d daarvan voorstaan en de toekomst daaraan met gerustheid d u r- V o n t o e V o r t r o u w e n. Men wekke in den onderwijzer elk ernstig bedoeld initiatief en reglementeere het niet dood."

iMen ziet het, wie in don laalston lijd wel eens de vrees heeft voelen opkomen, dal van de zijde van het rijksschooltoozicht allicht te veel zou kunnen worden voorgeschreven, vindt deze vrees niet gevoed door den man, die aan het hoofd van dat toezicht staal. Hij is ten diepste overtuigd, dat alle verbetering moet komen door de spontane mede-

weridng van het personeel, dat in de school ai-beidt. „Alle gepraat over onderwijs-vernieuwing, en elke poging daartoe, loopt dood, wanneer zij niet wordt opgevangen door de in de school werkende onderwijzers en leeraren; van hen hangt ten slotte alles af. lic doe een beroep op hen, om acht te geven op alles wat een snel veranderde tijd ten bate van het onderwijs van hen vraagt. Ik ben te zeer met hun werk vertrouwd geraakt, om in deze niet vol goeden moed te zijn."

Zoo'n woord van een bij uitstek deskundig reden; iar doet goed. Men heeft al gesproken van een paniekstemming, die zou zijn ontstaan door al het kwaad dat van het onderwijs in onze dagen is gesproken. Daarom doet zoo'n woord echt goed. Niets kan minder worden gemist dan de sfeer van vertrouwen en waardeering, waarmee maatschappij en sclrool elkander tegemoet treden. En aan die goede sfeer heeft het woord van den Minister ten zeerste meegewerkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1940

De Reformatie | 8 Pagina's