GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

GRONINGER Brieven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRONINGER Brieven

8 minuten leestijd

Amice frater, neven

Ik hoorde eens iemand, die zijn wijsheid ver verheven achtte boven die van al zijn natuur-en tijdgenooten — zooals men het voorheen wel deftig zei — plechtig verklaren: zooals Paulus terecht opmerkte

D.w.z. hij liet zijn oordeel niet rusten op wat de apostel Paulus had gezegd, maar Paulus was het met hem eens.

Behoorde er eigenlijk posthuum dankbaar voor te zijn.

Hieraan dacht ik telkens, toen ik hoorde van de Paulusherdenking door de machtige, groote geleerde protestanten van dezen dag.

Zelden heb ik met grooteren pathos hooren spreken over Paulus dan door prof. Miskotte. De anderen waren navenant.

Welk een verheven hulde. — Hoe kón de apostel ooit denken, dat zulks zijn nagedachtenis nog eens te beurt zou vallen. En dat van zulke groote mannen.

In de vorige eeuw lazen wij van vergaderingen van moderne theologen, die met veel respect over Jezus — zooals zij het dan zeiden — konden spreken. Hij had inderdaad wel eens iets goeds gezegd. Natuurlijk waren er ook vreemde dingen, alleen verklaarbaar uit den tijd, waarin onze Heiland leefde en uit de geringe vorderingen der wetenschap van die dagen. Hij paste zich bij het armelijke volksgeloof aan. De slotsom was dan deze, dat Hij blij moest wezen met een goedkeurend knikje van den modernen groote. Alleen — wij moesten wel verstaan, dat zoo'n moderne dominé nu vrij wat verder was gekomen.

Het kon ook nog erger. Want het is gebeurd, dat op een vergadering van moderne predikanten werd opgemerkt, of men eigenlijk den Bijbel nog wel noodig had om de hoorders des Zondags — die er gemeenlijk nauwelijks waren — op te voeden, en of men niet kon volstaan met Cremers novellen.

Ik meen, dat de Paulusherdenking van-dezen tijd weinig hooger staat. In elk geval weten de hooggeleerde heeren het beter dan de apostel, als zij, wat de Schrift zegt, naar zich toe trekken, tot steun voor hun wijsheid.

Het is waarlijk niet nieuw.

Ik ga nu een eeuw terug, toen de Duitsche wijsgeer Schelling zijn „Philosophie der Offenbarung" uitgaf. Die wijze werd ook toen voor een christelijk man aangezien. Hij gaf een „geestelijke" verklaring der Schrift. En hij verdeelde de geschiedenis in drie hoofddeelen: eerst was er het veelgodendom; daarna het monotheïsme van de Joden; en eindelijk kwam het weer hoogere: het christendom.

En dat christendom werd weer gedeeld in drie perioden. De eerste heette naar Petrus: het roomseh katholicisme. Het tweede kon den naam. van Paulus dragen: het protestantisme. Die periode is dan thans gehuldigd. Maar men is oecumenisch reeds verder. Want de derde periode zou zijn die van Johannes, het tijdperk van de universeele wereldreligie der volmaakte menschheid, van de liefde.

Wel — wij staan daar nu immers middenin?

Nu mag ik er wel aan herinneren, dat deze wijsheid veel indruk maakte in breeden kring, niet slechts in Duitschland, maar ver daarbuiten. Want Schelling hield reeds in de jaren 1841—'44 aan de universiteit van Berlijn voorlezingen, waarvan verteld wordt, dat een bonte schaar van hoorders uit verschillende landen van Europa met groote belangstelling toeluisterde.

Wie waren daar? Kierkegaard, en Engels en Marx en Bakounine van Rusland. Daar waren toen vele „jongeren"; de jongeren heeft men in alle eeuw, wij hooren er nu immers ook van? En die zitten vol geestdrift, werpen alles graag omver, wat zij rondom zich zien, zoo ver beneden hun eigen hoogte, en willen de toekomst beheerschen. Nu — van die jongeren zijn er ook geweest, die zulks waarlijk hebben gedaan. •Ik behoef slechts van Bakounine te gewagen, de Russische nihilist. Of van Engels en Marx, groote geesten, die een ontzaglijken invloed oefenden en nog oefenen.

En dan Kierkegaard, de groote msm van dezen dag. Men moet ook niet vergeten, dat Hegel in zijn jonge jaren een groot vriend van Schelling was. Wij mogen dus wel zeggen, dat van uit die gehoorzaal, waar Schelling sprak, een ontzettende werking is uitgegaan voor heel de geschiedenis der menschheid. Zij het anders dan Schelling het zelf bedoelde. Maar de valsche profeet heeft gemeenlijk geen idee van den funesten invloed, dien hij met zijn leugenen oefent.

De zaak wordt nog interessanter, wanneer wij ons afvragen uit welke bron de wijsgeer Schelling zijn straks genoemde driedeeling der historie had. Oorspronkelijk is geen enkel mensch als het er op aankomt. Geen nieuws onder de zon, zegt de Schrift. Wij kunnen de geschiedenis alleen verstaan, als wij ons zelve hebben leeren kennen in het licht der Schrift. Alle dwalingen van onzen tijd zijn oud. Daar leefde nu in het laatst der elfde eeuw een hoogst gevaarlijke mjrsticus: Joachim von Floris. En het was deze Joachim, die in de dagen, dat Schelling leerde, weer werd gedacht. Zijn geschriften kwamen weer voor den dag.

Ook in onze dagen verschenen verschillende vertalingen van zijn werken. Zooals dit het geval is met de

werken van vele mystieken uit die en latere dagen. Ik wijs nu alleen maar op een nieuwe vertaling van Eckeharts werken, thans in ons land verschenen en in de pers met groote waardeering aangekondigd.

Wij leven immers in de dagen van het irrationalisme, d.w.z. van de goddelooze mystiek. Ik behoef er maar aan te herinneren, dat de wetenschappelijke verdediger van het nationaal socialisme, Rosenberg, in zijn bekende werk met groote geestdrift van dezen Eckehart spreekt. Het trof mij, toen ik even na de overwinning van Hitler in Werningerrode in een geleerd gezelschap een paar dagen vertoefde, dat een dame, die anders niets van Hitler hebben moest, al haar geestelijke wijsheid aan Eckehart blijkbaar had ontleend en daarover met veel ontroering met mij sprak.

Ik begreep, dat van zulk een geestesgesteldheid geen kracht tegen het nationaal socialisme kon uitgaan.

Maar nu die Joachim van Floris. Die verdeelde de menschelijke geschiedenis ook in drie deelen. Eerst het tijdperk des Vaders, daarna dat des Zoons, en eindelijk dat des Heiligen Geestes.

Nu is ook door Gereformeerde theologen wel eens zulk een onderscheiding genoemd, maar dan in heel anderen zin.

Want, zoo vertelde die Joachim, dat het derde tijdperk eigenlijk met hem was aangebroken. Het zou zijn een reformatie van kerk en staat; een wedergeboorte van de menschheid, die nu eerst het Evangelie, niet dat der „letter" maar „des geestes" had gegrepen. Daar zou dan een tijd van eeuwige vrede zijn. Alle geweld zou wijken, gerechtigheid zou op aarde wonen. Spoedig zou komen de nieuwe messias, die het groote „derde rijk" zou stichten. Deze nieuwe groote leider was de , .Novus Dux". Men moet weten, dat Mussolini zich daarom Duce noemde, zooals Hitler zich als Pührer liet aanbidden.

Men vergete niet, dat er bij deze menschen zeer bewust een aansluiting was bij de mystiek van Joachim van Flores en wie hem daarna volgden. De „heilige" Fransiskus dacht aan hem, en zijn volgelingen zagen in hem den leider, van wien Joachim zoo dierbaar had voorspeld. Dante profeteerde er van in zijn „Paradiso".

Een eeuw later was er een Cola di Rienzo, die zich ridder van den Heiligen Geest noemde en zich vergeleek met Christus. Het waren de dagen, dat men het duizendjarig rijk zóó verwachtte. Het chiliasme vierde, als in eiken mystieken tijd, hoogtij.

Daar was toen in die middeleeuwen een verwachting voor gansch het leven, niet minder idealistisch dan het thans wel wordt vernomen. Daar zijn wetenschappelijke knoeiers geweest, die zelfs de Reformatie in dit goddelooze raam wilden zetten. Zij zijn er ook nu nog.

Telkens weer duikt deze verwachting van een nieuwen tijd vol vrede en geluk op. Geen eeuw was er zonder.

Daar zouden boeken over geschreven kunnen worden. En wij moeten den invloed van deze mystiek niet onderschatten. Zij is altijd een gezellin van de revolutie, die het leven als omkeert, en groote rampen over de menschheid brengt.

Ik zei al, dat Mussolini zich met opzet, denkend aan al wat er al zoo over het nieuwe groote rijk geschreven was, Duce liet noemen.

Nu leefde er in onze eeuw een russisch-duitsche schrijver, geheeten A. Moe}ler van den Brack, die nauw verbonden was met den Russischen mysticus Mereschkowsky. Met hun beiden gaven zij een Duitsche overzetting van de werken van Dostojewsky, een gevaarlijken mysticus die ook thans weer veel gelezen wordt, uit.

Eerstgenoemde schrijver keerde later naar zijn vaderland terug en hij schreef na den eersten wereldoorlog een boek getiteld: Het Derde Rijk.

Walnu — het is aan dezen titel dat Hitler, , die veel van deze wijsheid in zich op had genomen, - den naam van zijn „Derde rijk" ontleende.

En als wij nu eens denken aan al het onheil, dat hierin over het Duitsche volk en over de wereld kwam, dan verstaan wij toch ook wat de valsche profetie der mystiek, die ook nu ten onzent steeds grooteren invloed weer oefent in het kerkelijk leven — men denke slechts aan het Barthianisme — voor de menschheid, die al meer van de geopenbaarde waarheid afwijkt, ieteekent.

Hier zien wij de luchtspiegelingen, die Groen van Prinsterer voorzag, toen hij zei: ons wacht een revolutie, waarbij die van 1789 slechts kinderspel zal blijken te zijn.

Wij beleefden er tot onzen grooten schrik reeds veel van. Maar dé afval wordt steeds grooter.

Geve de Heere onze God, dat wij wakende mogen zijn.

Met hartelijke groeten en heilbede uw toegenegen

MARNIX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 juni 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

GRONINGER Brieven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 juni 1951

De Reformatie | 8 Pagina's