GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Ënifeland. Centralisatiezucht in de Anglicaangche kerk.

De Engelsche Episcopale kerk heeft hare vertakkingen niet enkel in die drie vereenigde KoninKrijken van Groot-Brittanje waarover het Engelsche koningshuis den scepter zwaait, maar ook in de koloniën van Azië, Afrika en Australië en in Noord-en Zuid-Amerika. In welke verhouding staan nu die buitenlandsche kerken tot de moederkerk in Engeland. De voornaamste ambtsdragers der Episcopale kerken buiten Engeland deden een eed van gehoorzaamheid aan den aartsbisschop van Canterbury, den hoogsten waardighcidsbekleeder in de Engelsche Staatskerk. Doch dit geschiedde lang niet altijd, en als het gebeurde noemt de Guardian, het lioofdorgaan der Engelsche Ritualisten, het onregelmatig. Maar hoe zijn dan de buitenlandsche kerken in de hand der groote Anglicaansche kerk te houden? De Guardian betoogt, dat de aartsbisschop van Canterbury behoort verheven te worden tot patriarch der geheele Anglicaansche kerk over de breedte der aarde. »Wij denken er geen oogenblik aan, dat de aartsbisschop van Canterbury de patriarchale jurisdictie op zich zal nemen zonder eenige constitutioneele beperking of waarborgen. Maar dat eenig centraal gezag noodig is, en dat dit gezag alleen kan zetelen in den oorspronkelijken Metropolitischen zetel van Engeland, zijn feiten die voor de hand liggen voor allen, die den toestand der Engelsche kerk bestudeerd hebben", zoo beweert de Guardian.

Kennelijk wil men den aartsbisschop van Canterbury maken tot een tweeden paus-Doch dat men, als men in die richting arbeidt, ook scheiding van kerk en staat, begeeren moet, schijnt men niet te kunnen inzien-Immers de aartsbisschop, dien men met het hoogste gezag in de Episcopale kerk bekleed wil zien, zij het dan ook voorloopig met eenige beperking, wordt benoemd door de koningin van Engeland op voordracht van de raadslieden der kroon. En het gaat toch niet aan, dat de Anglicanen die over de geheele wereld verspreid zijn, hun geestelijk hoofd ontvangen bijv. uit de hand van een man als John Morley als minister en den prins van Wales alf koning. Doch het is nog niet zoover dat de Episcopale kerken buiten Engeland zich zouden willen onderwerpen aan de suprematie van den aartsbisschop van Canterbury. In de Koloniën zoowel als in Amerika heerscht een meer democratische geest in de Episcopale kerken. Reeds wordt in de Guardian de dreigende vinger opgeheven tegen de mannen van de Ausiralische Anglicaansche kerk. »Indien deze kerk het historisch episcopaat gaat opgeven, of indien zij de Nonconformistische predikanten gaat ei kennen als met hetzelfde gezag bekleed als de onze, dan zal zij ongetwijfeld de banden van vereeniging tusschen haar en de moederkerk aan eene uitrekking onderwerpen die noodlottig blijken moet. Het is bepaald noodzakelijk dat, voor zulke voorstellen aan een ernstig onderzoek onderworpen worden, men een beroep doet op eenig centraal gezag in de Anglicaansche kerk." Aldus de Guardian. '

Men ziet hieruit tot welke dingen het hiërarchisch streven der Ritualisten onder de Episcopalen, en deze vormen de bovendrijvende partij in de Engelsche staatskerk, leidt.

Aiaeriha. Een universiteit damescnheeren. voor

In 1835 werd een college te Oberlin in Noord-Amerika gesticht, een inrichting, die men van den beginne af bestemde om zoowel mannelijke als vrouwelijke studenten op te nemen. Het eerste jaar van haar bestaan telde zij ongeveer 100 studenten, waarvan een derde dames. Het volgende jaar was het studentental verdriedubbeld, een vierde deel der studeerende was van het vrouwelijk geslacht. Steeds nam het aantal leerlingen toe, die niet alleen uit Noord-Amerika, maar ook uit verschillende andere landen kwamen toestroomen. Het college heeft vijf afdeelingen (wij zouden zeggen faculteiten), een voorbereidend departement, een conservatorium voor muziek, een kunstschool, een afdeeling voor wijsbegeerte en kunsten, waarbij de oude en moderne talen, geschiedenis, staathuishoudkunde, Rethorica en uiterlijke welsprekendheid; eene afdeeling voor wiskunde en natuurlijke historie en eindelijk een afdeeling voor godgeleerdheid. In het jaar 1889—90 waren er aan dit college 62 hooglecraren assistenten, lectoren enz. werkzaam, waarvan een twintigtal tot het vrouwelijk geslacht behooren; twee dames doceerden zelfs Latijn en Engelsch en twee gaven colleges in de wiskunde. Van de 1713 studenten, waren 901 meisjes, dus de grootste helft. De theologische faculteit heeft tien hoogleeraren en twee lectoren. Het aantal studenten in de godgeleerdheid was niet groot; slechts loi, waaronder slechts drie meisjes. Ofschoon dit college voor een ieder openstaat, is het toch feitelijk een universiteit voor de congregationalisten. Ik hoeverre de universiteit op den grondslag van Gods Woord staat kunnen wij niet beoordeelen, daar ons de gegevens daartoe ontbreken. Maar te oordeelen naar het aantal leerlingen en naar den klank der namen van sommige hoogleeraren is het een college dat Christelijk wil zijn. De regel waaraan de studenten van iedere sexe onderworpen zijn, is vrij streng. Alle leerlingen der Universiteit zijn verplicht de kerk tweemaal des Zondags te bezoeken, en des avonds eene ure des gebeds in de kapel der Universiteit bij te wonen. Het gezang bij die samenkomsten van honderde wel onderwezen jongelieden, maakt op den bezoeker diepen indruk, verzekert een oor-en ooggetuige. Ook schijnen de predikers hunne roeping tegenover de studeerende jongelingschap wel te verstaan.

Oberlin is niet meer dan een groot dorp met een 4000 inwoners en is gelegen 30 mijlen ten zuiden van het Michiganmeer en 35 mijlen van Cleveland verwijderd; het ligt aan den spoorweg tusschen die stad en Chicago. Men vindt er geen »drink salon" gelijk bijna overal in de steden en dorpen van Amerika; er is slechts één hotel, waarvan nauwelijks kan gezegd, dat het op de nieuwste wijze is ingericht. De huizen zijn niet aan elkander gebouwd en winkels heeft men er niet veel. Maar men heeft er een boekwinkel, die een sieraad voor Londen zou kunnen genoemd worden. Hij behoort aan de kundigen heer Goodrich, uitgever van de Bibliotheca Sacra. De straten en zijlanen van Oberlin zijn alle met boomen beplant, hetgeen aan het plaatsje een landelijk uitzicht geeft. De meeste huizen zijn van hout gebouwd maar niet minder confortable ingericht dan de steenen huizen van Engeland. De meeste groote gebouwen zijn bestemd voor kerkelijke doeleinden of dienen der Universiteit. Men heeft er eene Spear bibliotheek met 175, 000 deelen, een Peter's Hall met leeszalen, laboratoriums, een observatorium, zalen voor vergaderingen ^ïnz. Talcott Hall is een hospitium voor 60 jo.ige dames, Caldwin Cattage is eveneens voor vrouwelijke studenten bestemd, terwijl in Sturges Hall vergaderlocalen enz. voor dames te vinden zijn. Eene letterkundige vereeniging van dames, de Cadmean genaamd, telt 90 leden en heeft tot motto: 'o vöoi, a.i-rip of de mannelijke geest. De leden dezer vereeniging zullen zeker voor de emancipatie zijn.

Dat op Oberlin geheel en al de stempel der universiteit gedrukt is, laat zich denken. Het leven is er buitengewoon goedkoop.

Al de colleges staan zoowel voor mannelijke als voor vrouwelijke studenten open. Het schijnt dat het samen studeeren van-jongelieden van beider sexe geen nadeelen van belang oplevert; men verzekert dit althans. Het gebeurt niet veel, dat engagementen tusschen de studeerenden worden aangegaan.

Uit het geringe aantal van vrouwelijke studenten in de godgeleerdheid valt echter af te leiden, dat men in Amerika, hoe excentriek men er overigens wezen moge, aan het denkbeeld van herderinnen en leeraaressen niet wil. Onder de Methodisten moge men enkele dames-predikanten hebben, maar voor zoover ons bekend in andere kerken niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 december 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 december 1891

De Heraut | 4 Pagina's