GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Officieele Berichten.

Bekijk het origineel

Officieele Berichten.

8 minuten leestijd

DEP. CORR. m/d H. OVERHEID.

AAN

DE GEREFORMEERDE KERKEN.

Overeenkomstig Besluit van de jongste Generale Synode is namens de Kerken het volgende schrijven gericht aan H. M. DE KONINGIN naar aanleiding van Hare Verloving.

AAN

HARE MAJESTEIT

DE KONINGIN DER NEDERLANDEN.

Mevrouw !

Deputaten van de Gereformeerde Kerken voor de Correspondentie met de Hooge Overheid in Nederland zijn door Uwer Majesteits proclamatie van Hare Verloving met Zijne Hoogheid, Hertog HENDRIK VANMECKLEN-BURG SCHWERIN verrast en op het hoogst verblijd.

Zij bieden UWE MAJESTEIT en zijne Hoogheid, Hertog HENDRIK VAN MECKLEN­ BURG SCHWERIN, bij deze heuglijke gebeurtenis de eerbiedige hulde van de Gereformeerde Kerken aan en bidden den God Uwer en onzer Vaderen, dat zijn welgevallen op Uwe Verlo ving moge rusten, en Uwe echtverbintenis, onder zijnen onmisbaren zegen, Uw levensgeluk en het welvaren van Kerk en Vaderland in ruime mate bevorderlijk zij.

Deputaten voornoemd:

A. F. DE SAVORNIN LOHMAN.

J. H. DONNER.

M. NOORDTZIJ, Secretaris.

Kampen, 20 October 1900.

Colporteur Bijbellezer in Drente.

Deputaten voor de Inwendige Zending in Drente hebben besloten een sen Colporteur-Bijbellezer aan te stellen en wenschen in kennis te komen met iemand, die daartoe lust en geschiktheid bezit. Vereischten zijn: lidmaatschap der Geret kerken, goede getuigenissen van den betrokken Kerkeraad, en in staat om een voetreisje van eenige uren te maken. Zij, die hiervoor in aanmerking wenschen te komen, worden uitgenoodigd hiervan uiterlijk 5 Nov. e. k. den ondergeteekende schrittelijk kennis te geven, die desgevraagd bereid is nadere inlichting te geven.

Namens Deputaten voornoemd,

H. A. DIJKSTRA, Secr.

Diever, 19 Oct. 1900.

Classis Woerden.

De Classis Woerden, 18 Oct. 1900 vergaderd te Alphen, heeft, onder toezicht der Prov. deputaten, met gunstigen uitslag peremptoir geëxamineerd den heer A. Koffijberg, beroepen predikant te Zevenhoven.

Namens de Classis,

C. S. VAN DER VOET, Scriba.

Verslag van de Centrale Pastorale Conferentie.

Na de pauze komt Ds. De Jong van Dalfsen het eerst aan 't woord. Hij zou gaarne met Prof Wielenga willen instemmen, maar het is hem niet duidelijk, dat in Art. 24 onzer Geloofsbelijdenis gesproken wordt van het geloof als habitus. Ook hij is met Dr. Schot van oordeel, dat hier het actieve geloof op den voorgrond treedt. Voorts wijst hij er op, dat ook den kinderen de belofte geldt, die den volwassenen is toegezegd; hij herinnert aan de woorden van Zondag 27 van den Catechismus, dat hun door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, niet minder dan aan de volwassenen toegezegd wordt; ook wijst hij op het verband dat er tusschen Art. 24 onzer Geloofsbelijdenis en de leer van onzen Catechismus in zake den kinderdoop bestaat.

Ds. Sap meent, dat Prof. Wielenga uit Art. 24 een wapen wil smeden om geloof en wedergeboorte aan het Woord te binden. Hij gelooft, dat men de wedergeboorte steeds te onderscheiden heeft als wedergeboorte in engeren en in ruimeren zin. Toen de Confessie werd opge steld, maakte men die onderscheiding niet. Van daar dan ook, dat men zich voor beide opvat tingen op dit artikel beroept. Hij voor zich ge-, looft, dat men hier aan de wedergeboorte in ruimeren zin te denken heeft. In dit artikel wordt gehandeld over de heiligmaking.

De Voorz. legt den nadruk op het „gewrocht zijnde, " wat met het geloof alleen als actie moeilijk is overeen te brengen.

Prof. Wielenga verblijdt er zich over, dat deze quaestie in broederzin kan besproken worden. Hij heeft ze niet gezocht, maar is er in geloopen. Ds. De Jong kan hij gerust stellen, daar hij beaamt, wat door dien broeder over den kinderdoop in 't midden gebracht werd. Evenwel, uit de onmiddellijke werking bij de kinderen mag men niet besluiten tot de onmiddellijke werking bij de volwassenen. En hoe hebben wij die onmiddellijke werking bij de kinderen ons voor te stellen? Wil dat zeggen, dat ze eene werking is buiten alle organisch verband? O, neen. De zaligmakende werking des Heiligen Geestes is vastgemaakt aan de verbondsbedeeling der genade Gods. Ook meent hij nogmaals te moeten opkx)men tegen het gevoelen van Dr. Schot, waardoor wedergeboorte en geloof gescheiden worden. In Zondag 7 en 25 wordt bedoeld het geloof niet als actus, maar als habitus. En dat geloof komt niet onmiddellijk, maar middellijk tot stand. Dr. Schot scheidt te veel, wat volgens de Schrift organisch één is. Hij maakt de werking des H. Geestes te veel los van de bediening des Woords.

Dr, Schot zegt: et kan niet wojden volgehouden dat de wedergeboorte tot stand komt door middel van het Woord. De werking des H. Geestes is zoo min aan het Woord als aan het Sacrament gebonden. De plaatsen, die men daarvoor bijbrengt, hebben dan ook, van naderbij beschouwd, geen waarde. Zij doelen gewoonlijk op voortzetting en ontwikkeling des nieuwen levens, niet op de wording of totstandkoming er van. i Petr. i : 23 b.v., waar gesproken wordt van het wederom geboren zij a uit onvergankelijk zaad, kan als bewijsplaats niet gelden, daar wij door het onvergankelijk zaad hier den Logos hebben te verstaan. En als we van de wedergeboorte lezen in Joh. 3, dan kunnen we zien, dat daar van wedergeboorte door de bediening des Woords geen sprake is. De wedergeboorte door de bediening des Woords is dan ook bij de jonggeborene kinderen onmogelijk. En toch, ook deze kinderen moeten in Christus gezet en daarom wederom geboren zijn; anders kunnen ze niet zalig worden. De wedergeboorte in Joh. 3 : 6 is de wedergeboorte uit den H. Geest, zonder eenig middel. Wordt er gesproken van „water en Geest, " waardoor die wedergeboorte tot stand komt, dan is dat water geen middel, maar, naar vele uitleggers, eene aanduiding van de reinigende werking des Geestes, of, naar het spreker meer juist toeschijnt, eene aanwijzing van den H. Doop als het bad der wedergeboorte. Wij hebben het hier te verstaan, gelijk de apostel het verstaat in Rom. 6, als een door den Doop Christus ingelijfd zijn. In de wedergeboorte is dus niets actiefs; zij is louter eene werking der vrijmachtige genade Gods, waardoor we van dood levend gemaakt worden en als zoodanig nooit anders dan onmiddellijk door den H. Geest. Die wedergeboorte kan geschieden voor of onder of na het Woord, maar ook als zij samenvalt met het Woord, is het toch niet het Woord, dat wederbaart, maar altijd de H. Geest en die uitsluitend en die alleen door zijne onmiddellijke werking.

De Voorz. vraagt aan Dr. Schot: U gelooft dus niet, dat als er iemand in uwe gemeente is die niet in potentieelen zin wederom geboren is, dan voor zoo iemand uw arbeid kan gezegend worden tot wedergeboorte? Of gelooft u ook, dat God de bediening des Woords door de werking des H. Geestes kan gebruiken om doode zondaren tot geloof en bekeering te brengen? Dr. Schot antwoordt: ik geloof, dat de bediening des Woords alleen vruchtbaar kan zijn wanneer de wedergeboorte in bedoelden zin aanwezig is.

De Voorz. kan dit niet rijmen met het Woord en de Confessie. Het is de H, Geest, die het geloof „in onze harten ontsteekt, " Art. 22, „door het gehoor des Woords en de werking des Heiligen Geestes, " Art 24. De door Dr. Schot aangehaalde en niet juist uitgelegde teksten zijn tegen hem; spreker acht het noodig dit op te merken en, althans met enkele woorden toe te lichten. Met het geloof, dat in Timotheus was, bedoelt P. volgens het verband, 2 Tim. i:5 v.v. blijkbaar het geloof in zijn werking, die P. reeds jaren lang had aanschouwd en zich „ingedach tenis bracht." Aan het spreken van Jezus met Nikodemus was, behalve prediking van Jezus zelven en de discipelen, ook reeds voorafgegaan de prediking van Johannes den Dooper, die, volgens Joh. i : 7, van Jezus als het waarachtige Licht getuigde, opdat zij allen in Hem gelooven zouden. En wat i Petr. r : 23 betreft, spreker houdt zich aanbevolen voor een exegetisch persdebat met Dr. Schot over deze stelling: at logos (Woord) aldaar niet kan beteekenen het persoonlijk Woord, zooals in Joh. 1:1. Hij wijst thans alleen op het onatscheidelijk verband tusschen vs. 23 en 25, waar logos met een ander woord wordt verwisseld en dit woord nader aangeduid wordt als „het woord dat onder u verkondigd is.”

Prof Wielenga is er Dr. Schot dankbaar voor, dat hij zoo duidelijk zijn gevoelen heeft gezegd: dat de Heere zich niet van de bediening des Woords bedient om het leven te wekken. Ook hij acht dit in strijd met het Woord en de Confessie,

Zijns erachtens werkt de H. Geest zaligmakend krachtens de bedeeling des Verbonds door de bediening des Woords. Joh. 3 leert ons in de wedergeboorte het bovennatuurlijk en onwederstandelijk werk des H. Geestes kennen.

Het water is hier zijns inziens ook het water des Doops, maar staat niet los van het Woord. Jak. I : i8 leert ons zeer duidelijk, dat van alle genadewerking het motief ligt in Gods almachtigen wil, en het WóOrd des Evangelies het middel ir, waardoor die werking tot stand komt. Hij waarschuwt voorzichtig te zijn, opdat men den H. Geest niet losmake van de belofte des Vaders.

Nadat Dr. Schot nog had geantwoord, dat Jakobus daar een ander woord gebruikt dan Petrus, was de discussie over dit vraagstuk afgeloopen; het vraagstuk zelf acht men nog niet te zijn opgelost.

Na eenige gedachtenwisseling wordt nu algemeen goedgevonden, Prof. Dr, A. Kuyper uit te noodigen, om zijn bekend gevoelen inzake de inwendige roeping op eene volgende samenkomst uiteen te zetten en te verdedigen-Om het tegenovergesteld gevoelen in te leiden en te verdedigen, zal Prof Wielenga worden uitgenoodigd.

( Wordt vervolgd^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 oktober 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Officieele Berichten.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 oktober 1900

De Heraut | 4 Pagina's