GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De nood van de rijpere jeugd.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De nood van de rijpere jeugd.

10 minuten leestijd

II.

Inhoud eerste artikel. De aandacht is ia onze beschouwingen vooral gewijd aan de rijpere jeugd, waaronder in het algemeen verstaan worden onze jongelingen en jongedochters van 16 i. 17 jaar en daarboven. In verband met de geestesgesteldheid ontdekten wij onder hen in het Gereformeerd leven, gelijk zich dat kerklijk en in vereeniging openbaart, drie soorten: a. die ethisch denken en gevoelen, gelijk Ds. Netelenbos (niet groot in getal);

b. die vooruit willen, zonder de oude paden daarbij te verlaten; c. die of i'n radicalisme of in scepticisme ten ondergaan.

Het Vereenigingsleven der rijpere jeugd, waarbij wij in deze artikelen mteer bijzonder bedoelen onze ongelingen (over onzie jongadöchters hopen wij later nog wel eens tö schrijven), concentreert zich hoofdzakelijk in de Jongelingsvterieraiiging. Daarnaast bestaan de zangvereenigingen, de reeiteerclubs en de slechts sporadisch voorkomtende verr eenigingen, die aan de beoefening van de sport doen len 'daarbijl ppj Christelijken grondslag staan naar het wooird idesi Apostels: „Gij zijt duur gekocht; zoo verheerlijkt dan Gode, beide in uw lichaam en ziel, welke God^eis zijin".

Welnu, onze Jongelingsvereenigingen vooral in de groote steden zijn nog niet, waar ze wezen moeten, nóch wat haar aantal betneft, noch wat haar wijiz© van werken aangaat.

Wat het aantal betreft. De NederlandSche Bond van Jongelingsvereenigiingen-op Gereform'eeriden grondslag is goed len krachtig georganiseerd, naar getuigenis van de overzijde zelfs de hiest georganiseerde Bond in onö vaderland. Diaar is strijid en worsteling voor nooidig geweelst; arb^eid, inspanning en mloeite heeft het gekost. Tegenwerkinig moest gebroken, lauwheid overwonnen, veler sympathie ; gewonnen worden. Maar 'de Bond niag daar nu staan met haar pl.m. 800 vereenigingen, verspreid over ons gansclie land, die lezamen ongeveer ©en 18000 leden tellen. Haar hulporganen. Ringen en Afdeelingen, doen uitnemende diensten voor het werk, da aotie. De „uitbouw" actie mocht financieel een resultaat 'Opleveren, dat verbazing wekte in den kring der tegenstanders, miet name in die der S.D.A.P., een re'sultaat, dat tot dank'aan God stemde, die het werkl met Zijln zegen kroonde. Een f 150.000 werd bijleenjgebracht 1 Gevolg daarvan is, dat de Bonid nn leen Bondsgebouw te Amersfoort heeft, waar het BoiTeau nieit al den aankleve van dien huis.t. De Voorzitter van den Bond, we zullen hem nog maar noemen „idominé Vonkenberg", is Directeur en geeft zich nu geheel aan dezen arbeid, 't Personeel op' het Bureau verzorgt de administratieve zijde van höel bet werk. Het Bondsbestuur werkt b-aohtig mede door in den laalls'öen tijd met namie het M'eÖiodieik-vraagstuk voor de Viereeni^ gingen op te lossen len aan te geven, hoe op de beste wijze gearbeid kan worden op de Vereenigingen. De hjtoen zijn getrokken voor dé vakken Gewijde Geschiedenis en Maatschappelijke Onderwerpen. B, innen niet al te langen tijd volgen jde behanideling der 'Geloiofsbelijdenis en der Geschiedkundige vakken. Daarbij is de plaatselijke uitbouw voor het Vereenigingsleven ter hand genomen en zal straks ©en rapport idaarover licht verspreiden, z'oowel wiat de richting hetreft, waarin het Vereenigingsleven zal mioeten gaan op het 'plattelanid als in de steden, die elk hun eigenaardig kaï-aktelr en hun eigen biehoiefben hebben. En last not least, pogingen woidien aangewend oml de Bonden en Vereenigingen, die zich met de jeugdorganisati© in Gereformleerden zin bezighouden, in conferentie bijben te brengen'om te onderzoeken, wat in onzen tijd geëischt woridt voor de rijpere jeugd„ zoowel voor knapen als mieisjesi, "^-oor jongelingen als jongeldochters en de lijhen te trdkk'en, v/aarlangs de actie zal moeten gaan. Eederatief verband tusschen onze Jeuigdboüden achten wij dan ook geboden, dringend noodz.akelijk zielfs.

We zijln dus dankbaar voor hetgeen reeds verkregen is. Maar toch, we zullen geen tegenspraak opwekken, wanneer wij oonstateeren, dat we nog niet op onzie lauweren kunmien rusten. Verre van daar. Nieuwe krachtsinspanning w-ordt van allen, van Ide jongeren, maar ook van de ouderen gevraagd. W© wij'zien daartoe maar alleen op het aantal lelden onzier Jongelinjgsv©ii©enigingen tez, aimen. We zijn nqg maar ter belfbe gekomen van de verwezienlijking onzer idealen. Onze Vereenigingen tellen nog geen 50 pelt. van het aantal jongelingeni der Gereformeerde Klerken in ons vaderland. Dit roept ons tot krachtig© ©n intensieve propaganda op^ om ook de andere 50 pet. op te eischen voor de Vereeniging. Lajten wij de cijfers noemen, dor, maar welsprekend. De löerk van Amsterdam telt, naar de gegevens van het „Handboek der Gereformeerde Klerken" voor het jaar 1920, ongeveer 22000 leden, 't Aantal ledrai der Jongelingsvereenigingen 367. De toename waS op het geheel niet veelbeteefcenend. De kerk van Rotterdam, Charlois, Itar tenidrecht, peijtenoord, Delishaven en Klralingen m'edegerekend, telt pl.m. 34000 leden. Aantal leden der J. V. pl.m'. 530. Utrecht's kerk heeft 8000 leden ongeveer. 'Aantal leden der J, V. pl.m. 120. De plaats mijner woning telt ©ene Gereformeerde kerk van ruim 1400 leden. En de Jongelingsvereeniging ziet als haar leden ingiaschreven een 70-tal. En nu heb ik toch buiten allen twijifel het feit geconsitateerd, dat lang niieÊ allen, die van Gereformeerden huize zijn, hun plaats innemen op de Jongelingisvereeniging. Wianneer wij> zooals wij reeds deden, van een 50 pdt. spreklen, die als lid zijn ingeschreven, zullen wi| niet te hoog schatten. En hoeveel van die 50 pcit. hehooren tot di© werkende leden, hoeveel van die 50 pöt. moeten gerekend worden tot „de muurbloemen"?

Wat mogen dan toch wiel de oorzaklen zijki va^i dit droeve versohij'ns©! ?

Men wijlst ons op de ouderen, die soiïtó 'zoo weinig voelen voor da jongeren, die van hun aöü© weinig verstaan, van het. belang onzer Vereenigingen niet overtuigd zijln, hun isteun onthouden, ja, somts heimelijk tegenwerken. Zijn dé jongelingen van de Vereeniging niet-dflcwerf lastig, waanwij's, pedant, onbarmhartig in, de driüek. En als daarbij' op de Vereenigingen allerlei vraagstukken behandeld worden, waarvoor Eerwaarde, Zeergeleerde, Hooggeleerde en Weledelgöstrenge Heeïen nog terugdeinzen hun opinie kenbaar te makken, maar die op de Vereeniging in ©en ti^ental minuten, op zijn hoogst een half uur finaal nitgemaakt wor'den, dan ligt helt oordeel, lang niet malsch gei-eéd. En daaxuit is het te verklaren, dat - mien niet medeleeft met d© J. V., de O'udersl hun kinderen niet aansporen te doen wat hun-plicht isi in hun leeftijd: zich aaW te sluiten bij! de Vereeniging. Geheel verkeerd van zulke ouders: men werpt met het badwater het kind weg. We hopen op de werkwijize der Vereenigingen , later terug te kbtalen. Maar wat . het leerste punt betreft, het volgende: Ik stem het toe, er zijh jongelingen, ffie pedant eö. waanwij's zijn. Maar ik 'durf ook te zeggen, en ik steun daarbij! op eigen ervaring, dat, waaneer men zich met onze jongelingen persoonlijk inlaat; wanneer men toont in woond ten daad met hen te „voelen", men ook op hun liefde kan rekenen en-op hun medewerking kan staat maken. Juist, omdat de ouderen soms uit de hoogte neerzien op d© jongeren, zien de jongeren weer uit hun „hoogt©'' met ©en zieker© verhevenheid' op de ouderen neer. De jongeren zijln M| 'de ouderen te voo-ruitstrevend^ d© ouderen Mj' idei jongeren te conservatief. Dat_ is' een „afschuwelijk misverstanid". Beiden hebben zich • 'dan te corrigeeren, elkander te leeren verstaan!, want beiden hebben elkander noiödig.

Men wijst ons opi Ide Kiei'k als oorzaak, dat lang niet al onze jongelingen toegetreden zijn als leden der J. V., maar (vele een lauw© houding ^openbaren, of zelfs van tegenwerking hlijk geven. Ik zal dit niet ontkennen. Ik conistateer het niet te weerspïeiken feit, dat er o: ok nu nog dikwerf over te klagien valt. Daar zij'n kerken, die de 'teefcenen 'der tijden verstaan en die zich Ibij'zorider met het opkomend geslacht bezighouden, niet alleen met het caieche^ tisch onderwijs, maar ook miet het Vereenigmgsh leven, door kerkelijk toezicht, door jeugdouderling enz. enz. Wie denken laan Leeuwarden, waar de heer O. Li. Veerman geziegendj werk doet, aan Friesland in zijin geheel, waar reeds mieer dan 40 ouderlingen zijn, die speciaal voor len met de rijpere jeugd arbeiden. We denken aan Amsterdam, 'dat ©enteek©n van friseh leven gaf door eene Commissie uit den iEerkeraaJd te fbienoemten, die met deorganisatie's in nader ctontacit zial treden om' te spreken over een m'eer innig en vruchtdragend verband tusschen Klerk en rijpere jeugd. En er is nog meer te noemen. Als htet niet onbescheiden is, wil ik wijzen op Ahnlelo, waar des winters een twee-è, drietal vergaderingen naiet de rijpere jeugd worden gehouden onder leiding van den predikant, waar die vraagstukken behandeld worden, die op de .catechisatie moeiÜjk' kunnen btelsproildeli worden., vergaderingen, die rijke vrucht afwerpen en waaroip wij in ons' volgend artikel zullen terug komfen. Maar bij al het goede, dat wij' dankbaar constateeren, moet ook gezegld worden, "dat soms nog te klagen valt over ^weinig medeleven en weinig medewerken vanwege de IK|erk als officieel lichaam^ met de jongelingen en hun Vereenigingsleven. 't Gebed wordt op den Rustdag opgezonden voor allen nood der Christenheid. Wordt daarin de jongeling (en ook de jongedochter) niet vaa; k vergeten? Hebben, ziji ' geen nood? Wordt er wel in voldoende miaite in de prediking gedacht aan de behoiefte van jongeling en vereeniging. 'k Wenisch geen speciale „jeugdpreeken", evenmin .als speciale „sociale preeken", . Een enkele maal is dat goed, ja noodzakelijk.

Maar Goids .Woord moet toch Ucht geven op; alle terrem ides levens, ook over dat van den jongeling, Oiok in de prediking des Woords. Wordtt bij het huisbezoek naar de zaken van den jongeling altijd ©en naarstig onderzoek gedaan, altoos naaj Ide behoefte van den jongeling gesproken? En hoe Staat het met het Kerkelijk Toezicht? Door wat oor-^ zaken ook, het is in de praetijk veelszins een mislukking geworden. En ten slotte is ook e©n van de oorzaken geworden de massaliteit der kerken in fl© gToote steden. Men kan niet voldo.ehde toezicht houden. Men , kent lelkaWder öf in het geheel niet of zoo weinig, 't Veld, dat betreden moet worden, is zoo uitgebreid; 't werk voor den kericeraad zoo omvangrijk; i'de arbeid van den predikant niet te overzien; bet getal , der Dienaïien des Woords daarbij te klein.

Men wijlst onsi op de Vereenigingen en de jongelingen zelven. Dat wordt ook gedaan do'or de jongelinge.n, die lauw zijln en voor de actie en hun roeping niets gevoelen. Voorzeker, 't is ©en doekje voor het bloeden, ! een vijgeblad om' eigen schuld en verzuim t© dekken. Maar een deel der critiek is gewettigd', 'k Heb als predikant wel eens enkele vereenigingen blezocht, vroeger als secretaris der Zuid-Ballanidsch© Afdeeling vanzelf meer. En 'k heb mij er wel eens zieer .verveeld. Men richt de vergaderingen droog in. Men slaagt niet altoos in de keuze van een voorzitter, van wien' in dezen zooveel afhangt, wat bekwaamheid ten taqt betreft.

Men behanidjelt onderwierpfett' veel te hoog, boven fe bevalttiiig van het mieieiiendeel der ledeai uitgaande. Men gehruikif aJlerlei „glPO'Ote woorden", „geteer-0© termen", welkii mien soms niet verstaat. Men lejgt niet een gioeidl© Keur aan bij, de keuzie der inleiders. Het is terecht gezegd: „wanneet een jongeling van 16 a 17 jaren idiaax een wijfegeetig betoog staat te houden over de prostilutiei, dan is dat een iniLellectueel voietb'alsp^l, waarbij! men blauwe schenen en ontveldiö armien beJcomt". En daardoor willen de b'esprekingen niet vlotten. De onderlinge toon is tengevolge van dit alleB niöL veïtrouwelijfc. De standen worden afstanden. En dik^vterf maakt men zich warm voor allerlei nietig© zaken, dl© geen recht van bestaan hebben of moiesteH w^vallen tegfenover de groote zlaklen, die onB roepen. En dan de vergaderlokalen 1 Ik zou ze wel willen beschrijven ia-hun onoogelijikhedidl en jam'merlijke inrichting. Ze zijn over hët .aligiamleen zeer ongfezellig, niet smaaltvol ingericht, kwetsen hfet schoonheidsgevoel öp alle mogelijlke wijken len beantwoorden dikwerf Weinig aan den roep; , idie van de Hollandsche zindelijkheid toch uitgaat.

Men wijöt > ons ten islotte op; de jongteren Kel£ möeer speciaal, 'k Behoef daarop niet nader in te gaan, maar 'k verwijte daartoe naar de schets, .Idie ik van de dende sooirt gaf, welke' hier ia het geding koiaut.

Zullen wijl nu bijl de pakken gaaii nteterzit|ten met knikkeiiidje kaieën en - slappe handen? Volstrekt niet. Dat idoet onzïe Gereformeerd© Jongelingschap; niet. Dat doen onzie iKlerken niet! Dat doen onze ouderen niet. Ende désiespéreert niiet! Aan den arbeid om te winnien, wat gewonnen kan worden! Aan den arbeid omi te herwinnen, wat teruggebracht kan wotldien. Laat ons een volgend maal ziien, welke wegen daartoe betreiden kunnen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

De nood van de rijpere jeugd.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken