GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Speculatie.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Speculatie.

6 minuten leestijd

Speculatie.

II

II

n. Tot m'n leedwezen moest ik de vraag over speculatie een week langer op antwoord laten waciiten dan de inleiding beloofde.

Kon het antwoord nu maar des te meer be^ vredigen.

Helaas, ik vrees, dat het niet geven zal, wat onze inzender ervan hoopt.

De groote moeilijkheid bi| de beantwoording van de vraag, of speculatie een christen geoorloofd is, ligt in de onbelij'ndheid van het begrip „sp'e^ culeeren".

De etymologische beteekenis van het woord, waarmee ik in zulke gevallen altijd graag begin, leidt hier evenmin tot een preciese definitie als zijn gebruik, al wij'st ze wel de richting, waarin ze gezocht moet worden.

Wat die etymologische beteekenis betreft — ik vermoed (bij' jergissing hond ik' me voor terechtwijzing door beter-ingelichten aanbevolen) dat die moet afgeleid — niet van het Latijnsche specnlari (van specula: kijktoren) dat „rondzien", „uitkijken" beteekent, en waarvan „speculatie"; iDespdegeling, en „speculatief": bespiegelend, afstammen — maar van „spécnla", het verkleinwoord van spes: hoop, dat zooveel beduidt als „een gering© hoop", „een klein kansje".

Speculeeren en speculatie als handelstermen zouden dan de teekenachtige aanduiding zijn van een wijze van handeldrijVen, waarbij men slechts een geringen kans maakt op het behalen van winst, en — noodzakelijke keerzij' — groot gevaar loopt voor schade. En omdat men zich natuurlijk niet blootstelt aan groot gevaar voor schade, bijl geringe kans op voordeel, tenzij het voordeel groot genoeg is om het er op te wagen, is speculeeren dan de naam voor elk ondernemen, waarbiji men ter wille van een grove, maar zeer onzekere winst, een grooter of kleiner bezit in de waagschaal stelt.

En met deze omschrijving van het begrip speculatie, naar de etymologische beteekenis va, n bet woord, komt het gebruik van de teirmen „speculeeren" en „speculatie" vrijwel overeen.

Vrijwel; niet geheel. Want men bezigt ze 'óók in makken zin. Dan duidt men er mee aan liet bedrijf van den koopman, die bij zijn in-'Cn verkoop te rade gaat met een vermoedelijik'e rijiping of daling van de prij'zen der betrokken goederen. In dien zin is ZOO' goed als alle handel van speculatieven aard, of heeft hij' althans in meerder of minder mate een speculatief element.

Doch meestal gebruikt men de woorden speculeeren en speculatie in meer toegespitsten zin. Men bedoelt er dan mee min of meer gewaagde ondernemingen, waartoe nlen zich door de mogelijkheid van gioote winsten laat verlokken.

Zoo gezien, zitten er in het begrip speculatie drie elementen, die voor haar zedelijke bevoordeeling, en dus voor de beantwoording van onze vraag, van beteekenis zijn.

Dat zijn: Ie. de zucht naar buitensporige winst; immers naar een winst, die buiten verhouding staat èn van het bezit, dat men er voor opoffert, èn van den arbeid, dien men er voor 'verricht; 2& . het - kansspel, d.w.z. dat men, bij' gemis van verwachtingen die op redelijke gronden steunen, in, cle uitkomst van zijn handeling zich afhankelijk stelt van volkomen of zoo goed als volkomen onzekere mogelijkheden; en 3e. dat men, zonder hooger motief dan zucht naar gewin, voor een deel van zijn goed het gevaar oproept van verloren te gaan.

En nu schijnt' het me buiten tegenspraak, dat elke handeling, die deze drie elementen in zich draagt, een christen volstrekt ongeoorloofd zijn.

Wat het eerste betreft — het is in strijd mei den eisch van Gods heilige wet, dat onze waardeering van-en onze verhouding tot het stoffelijk goed, zal worden beheerscht en geregeld door de liefde tot onzen God, door de heilige naasten-en door de heilige zelf-liefde. Want dat is alle hebzucht. Reden, waarom het Woord onzes Gods zoo rusteloos tegen alle hebzucht, en dan het meest tegen de hebzucht in den vorm van geldzucht — haar bedoelt de Schrift overal waar onze St. vert, het woord „geldgierigheid" heeft — waarschuwt.

Wat het element van kansspel aangaat, dat ci in alle speculatie schuilt, dat is, evengoed als hel dobbel-en lottospel, een loslaten van den Vader in de hemelen, om de hand te reiken aan de heidensche godin „Foituna".

En wat eindelijk betreft het derde element: hel zonder hooger motief in de waagschaal stellen van z'n bezit — daar schuilt de dubbele zonde in van geringschatting van Gods gave, en van verzoeking van onzen God zelven.

En daarmee is het pleit vöox elk christen beslist. Want alle uitvluchten en excepties, die men hier maakt met een beroep op' gewoonte, levens-en werkkring, enz. houden voor wie inderdaad christen is, op, zoodra het Woord van zijn God gesproken heeft. En het ware voor de eere van den christennaam beter, óók veiliger voor hen-zelven, zoo zij, wien deze regel te strak en deze band te knellend is, ophielden zich christenen te noemen. Laat hen de eerlijkheid betrachten van te willen heeten naar wat ze inderdaad zijn. En dan mogen ze zich noemen zoioals ze willen, als ze van den heerlijken en heiligen christennaam maar afblijven.

Intusschen — en daar dacht ik aan, toen ik zei te vreezen, dat m'n antwoord wel niet ten volle bevredigen zou — daarmee zijn de vragen en moeilijkheden, waarv^oor wie God vreest ten opzichte van het kwaad, waarover wie het hier hebben, niet opgelost.

Want nu komt de vraag, waar, in de richting waarin het ligt, het speculeeren begint.

Wanneer hebben we in den prikkel, die ons in den handel drijft, te doen — niet meer met de onzondige begeerte naar betamelijke winst, als loon van arbeid en afstand van bezit, maar met hebzucht? Waar begint te midden van de vele „onbekenden" waarmee we in alles, vooral in den liandel te doen hebben, het Kansspel, en tot hoever behoudt het kinderlijk geloof in Gods voorzienig bestel het veld? Waar ligt de grens tusschen christelljken moed in ons ondernemen, en het roekeloos in gevaar brengen van wat de Heere ons toevertrouwde ?

Dat zijn die bekende vragen naar de grenzen tusschen het geoorloofde en het verbodene, die overal opkomen, en die door niemand voor allen, en zelfs niet door allen voor één enkele zijn te beantwoorden. Die moet elk christen, biji hef licht van Gods Woord en onder gebed om de verlichting en de leiding des Heiligen Geestes, voor zichzelf oplossen. De moeilijke, maar eervolle taak — en wier vervulling niet het minst dient tot volmaking van den mensch Gods en toit zijn toerusting tot alle goed werk — waartoe Gods vrijgemaakte kinderen geroepen zijn.

L, aat er ons niet voor terugschrikken. Naast de vermaning: „Beproeft alle dingen, onderzoekende wat de goede en welbehagelijke wil Gods zij'", gaat de belofte: „Ik zal mijne wetten schrijiven in hun binnenste", en ^, Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van" Go-d begeere en zijl zal hem geschonken worden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1926

De Reformatie | 8 Pagina's

Speculatie.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1926

De Reformatie | 8 Pagina's