GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De beteekenis en de Inricbting van het Onderwijs in de  BilbelsGlie Gescliiedenis op de Lagere School.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De beteekenis en de Inricbting van het Onderwijs in de BilbelsGlie Gescliiedenis op de Lagere School.

6 minuten leestijd

I

Dezen titel ontleenen we aan de 27ste brochure van „Gereformeerd Sohoolonderwijs", een uitgave waarin Ds P. van Dijk van Serooskerke zijn meeningen dienaangaande uiteen zet.

Nu is als leervak de Bijbelsche GesoMedehis al heel oud, zoodat haar beteekenis en inrichting van alle kanten dubbel en dwars bekeken is. En toch is het goed, dat dit blijvend gebeurt. Een school zonder Bijbelsche Geschiedenis is geen Christelijke school en een school waar dit onderwijs wel gegeven wordt, kan in haar methode en opvattingen zoover afwijken, dat herziening iioodig is.

De openbare scholen missen dit vak;

Ter wille van Roomsch-Katholiek en Jood ging in de eerste helft der vorige eeuw de Bijbel uit de school, ook daar waar in eeuwen geen Roomsche of Jood 'de school had bezocht.

Dat heeft voor de ontwikkeling van ons volk droeve gevolgen 'gehad. Reeds dan wanneer we de geestelijkeeuwige beeekenis trachten uit te scha'kelen en alleen op de oultureele gevolgen letten.

Enkele jaren geleden las men in een der schoolbladen dienaangaande — het ging over allerlei examens—:

Maar die antwoorden in zake Bijbelsche Geschiedenis — als de examinatoren daar nadruk op legden, konden ze meer dan de helft der candidaten wel onvoldoende geven. Lieve menschen! je moet ze hooren. Salomo was een filosoof, die in Athene woonde, en in Egypte thuis hoorde. Johannes de Dooper was de zoon van Abraham; een wereld-historische figuur als Mozes kennen ze niet; van Judas? nooit gehoord; de apostel Paulus —-o, dat is Paulus Buys, jawel, uit de vaderlandsche geschiedenis; de Potentaat der Potentaten, met wien de groote Oranje een vast verbond heeft gemaakt, is de koning van Frankrijk; Golgotha en de kruisiging van Christus — ja, wat was dat ook weer? — in de Arke 'des Verhonds heeft Noach al de beesten bijeengebracht; — Egyptische duisternis, o ja, het wordt 'zoo donker daar, als het woestijnzand opwaait; — Maccabeën zijn kevers, bij de Egyptenaars als heilig beschouwd; — aartsvaders, nooit van gehoord; — gelijkenissen van Jezus, die met eeuwigen luister in de wereldlitteratuur stralen, onbekend; een candidaat meende, 'dat er stelkundige vergelijkingen of evenredigheden mee werden bedoeld; — Nazareth, de hof van Gethsemané.. . . eveneens onbekend; — Daniel's leeuwenkuil, Bethlehem's stal — idem idem.

„Is het zóó erg? " vroeg ik verbaasd

„Zoo erg is-het. All e .genoemde voorbeelden zijn zuiver historisch, en nog met honderdtallen te vermeerderen." —

Nu zijn er ook klachten over de resultaten van dit onderwijs op de Scholen met don Bijbel. Met zekere voor­ zichtigheid zijn ze ook aangeheven in genoemde brochure, in dezen vorm; „We roepen ons voor den geest de op-„merking van onderscheiden predikanten, - die met eenige „verwondering op de catechisatieles ervoeren, hoe weinig „parate Bijbelkennis, ook van de eenvoudige historische „feiten, vele leerlingen na volbrachten leertijd op de „Christelijke Lagere School toonden te bezitten".

Een dergelijke aanklacht — ze is zwaar aangedikt, bijna van woord tot woord — stemt tot ernstig onderzoek. Want 'het is niet goed, ze zonder meer, of met een verwijzing naar de minder gulle bejegening, die de onderwijzer soms van de zijde van zijn predikant ontvangt — ter zijde te leggen. Daarbij vindt niemand 'baat.

Ieder steke de hand in eigen boezem en vrage zich af, kan ik ook verandering aanbrengen? Dan is er kans op verbetering, die zeker hier en daar nog wel te bereiken valt.

Voor zoover wij er over kunnen oordeelen, deelen we bij het hooren van de 'klacht de verwondering van die onderscheiden predikanten. We zouden zoo zeggen: aan de methode van thans kan het moeilijk liggen. Als kind mochten we onderwijs in dat vak ontvangen van een onzer voortreffelijken, als voorzritter der groote Onderwijzersvereeniging in Nederland en zijn overzeesche bezittingen overleden. Dus iemand die men als representant van de jaren 1880—1910 mag laten optreden.

Meester vertelde mooi. Eiken morgen ongeveer een half uur en telkens weer verder. Aan mondelinge repetitie werd niet gedaan. Van een leerplan in dit vak over heel de school hebben we nooit iets gemerkt. Later verkregen we de zekerheid dat er geen was. Ieder onderwijzer was vrij. In de hoogste klas werd tamelijk geregeld elke week een-of tweemaal een opstel over het vertelde gemaakt, waaraan de leerlingen een grooten hekel hadden en waarvan niet zooveel terecht kwam.

Psalmverzen of teksten werden niet geleerd, dan een heel enkel vers op school. Aan jaartallen en Bijbelsche aardrijkskunde en Archeologie deden we 200 goed als nooit en dan enkel occasioneel.

Hoe is het thans? Het vertellen staat nog steeds in eere. En al kunnen niet alle' onderwijzers het even goed, we hebben tientallen gehoord, die de kinderen weten te boeien en te stichten, bijzonder. We kennen de mannen en vrouwen, jongeren en ouderen bij name, wien het met het Bijbelsch onderwijs ernst is, die vol heiligen eerbied en schroom met Gods Woord in het hart, de heilige Historie aan de kinderen brengen. Het aantal onzer Christelijke onderwijzers is echter in de laatste zestig jaren vertienvoudigd, als er onder het koren ook tienmaal zooveel kaf is, dan is dit zaak van ernstige bedenking, al is ze zelfs wiskunstig te verklaren.

En na de vertelling? Wat het verwerken en vastleggen der stof aangaan — zeker kan er op onderscheiden scholen nog meer worden gedaan, maar geschiedt er toch vrij wat meer dan vroeger. Men komt in zoo goed als geen klas waar niet een psalmvers of tekst elke week geleerd en opgezegd wordt. In veel scholen — gedachtg aan het e'lken dag een draadje — laat men uit daarvoor opzettelijk vervaardigde boekjes een-of tweemaal per week een gedeelte leeren.

Neen, voor zoover wij ons een oordeel mogen aanmati-

172 gen durven we zeggen: Indien er minder goede resultaten zijn, is dit aan de methode niet te wijten.

Waaraan kan de Iflacht dan te wijten zijn? Kan het liggen aan een minder goeden aanleg der kinderen van het tegenwoordig geslacht? Kan het liggen aan te hoog gestelde verwachtingen? Zoekt men de resultaten, waar ze niet te vinden zijn en vergeet men op te merken, waar ze wel zijn?

Is de methode, de opvatting van de onderwijstaak, ze moge dan beter zijn als voorheen, nog voor verbetering vatbaar?

Daarover spreken we V. V. een volgenden keer.

STRIK WERDA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1929

De Reformatie | 8 Pagina's

De beteekenis en de Inricbting van het Onderwijs in de  BilbelsGlie Gescliiedenis op de Lagere School.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1929

De Reformatie | 8 Pagina's