GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Naast Simeon Anna!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naast Simeon Anna!

6 minuten leestijd

En deze te dierzelfder ure daarbij komende heeft insgelijks den Heere beleden. Luc. 2:38.

Naast Simeon Anna! En deze te dierzelfder ure daarbij komende heeft insgelijks den Heere beleden. Luc. 2:38.

Als God de Heere in de volheid van den tijd Zijn Zoon uitzendt tot redding van - een verloren menschelijk geslacht — dan spreekt aan de ééne zijde alles van Zijn heerlijke afkomst, van Zijn verheven persoonlijkheid, van Zijn alomvattenden arbeid, van Zijn glorievolle toekomst — maar getuigt ook aan den anderen kant alles aanstonds van Zijn diepe vernedering op de aarde, van Zijn bange versmading door de menschen, van de schandelijke verwerping van het Joodsche volk.

Immers! Geen plaats voor Hèm in de herberg! Geen plaats voor Hèm in 'n woning!

Geen plaats voor Hèm in 't hart der Joodsche natie — èn vooral niet bij de gróóten van het volk!

Ziet! Weldra steekt de Koning der Joden, Herodes, de moordende hand naar Jezus uit.

Priesters en Schriftgeleerden weten wèl den tijd, de plaats van Zijn geboorte, uit de heilige Schriften aan te wijzen, — maar gaan niet zélf naar Bethlehem, om den Gezalfde des Vaders te aanbidden, en Hèm te geven de eere en de hulde, die Hèm toekomt. Ja, ook zij worden weldra Zijn belagers. Zijne doodvijanden, die niet rusten, voor Hij hangt aan 't kruis, voor Hij sterft aan 'tvloekhout der schande.

Maar, komt geen koning, geen priester of schriftgeleerde (profeet) uit Jeruzalem de knieën buigen voor den Christus Gods — Hemel èn Aarde naderen tóch om van Zijn grootheid te getuigen.

Engelen zingen' in Efrata's velden van Zijn heerlijkheid, tot lofverheffing Gods in Hem.

En Herders uit Bethlehem's dreven — ja straks Wijzen uit het Oosten — brengen Hèm de hulde, de aanbidding van Israël èn de volkeren.

Ook in Jeruzalem worden er gevonden die den Messias Gods verbeiden, en, die, zoodra ze Hèm aanschouwen, Hèm ook als Sions Vorst en Heere, als Heiland en Verlosser erkennen.

Mannen èn Vrouwen beide zijn het!

Uit Juda en Israël beide spruiten zij!

En samen komen ze Hèm begroeten in Gods Tempel, als Jezus, — Kind van veertig dagen —, wordt binnengedragen in 't Heiligdom, om Gode, den Vader, te worden voorgesteld.

Op Simeon wordt gewoonlijk aller aandacht gevestigd.

Over hem wordt veel gesproken, ook in de samenkomsten der gemeente.

Hij verwachtte dan ook de vertroosting Israels!

En de Heilige Geest was op hem! En hij kwam door den G©est in den Tempel. En sprak wónderheerlijke dingen van den Zaligmaker.

Maar daarom mag Anna niet vergeten. Niet voorbijgezien.

Immers f Deze, te dierzelfder ure daarbij komende, beeft i n s g e 1 ij k s den Heere beleden.

Insgelijks den Heere beleden — al zijn haar woorden niet bewaard.

Insgelijks! zou dat ook niet te betrekken zijn op een openbaring Gods aan haar? ook op haar kómen en haax zijn aldaar, door den Geest van God?

Wordt zij niet een profetesse genoemd?

Sprak zij straks niet van Jezus tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten?

Ja, naar den wil van God, onder de drijving van den Heiligen Geest, was hier naast Simeon, den man, •— ook Anna, de vrouw!

Naast df geborene in Jeruzalem (wel zeker haast uit Juda's stam^ — de gesprotene uit Israël, immers uit den stam van Aser, die te dierzelfder ure daarbij komende insgelijks den Heere heeft beleden. En zoo zien we reeds in Jezus' eerste dagen in ons vleesch de doorbreking van de waarheid, aan Abraham reeds bekend gemaakt, maar later door den Apostel Paulus breed en duidelijk geformiüeerd, als hij schreef aangaande de verlossing • dóór en de aanbidding vé.n Jezus: daarin is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want Éénzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen, want een iegelijk, die dan den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.

En elders: daarin is noch Jood noch' Griek, daarin is noch dienstbare noch vrije, daarin is geen man en vrouw, want gij allen zijt één in Christus Jezus.

Ja Anna, de profetesse — te dierzelfder ure daarbij komende, en insgelijks den Heere belijdende, en sprekende van Hèm tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten — sj)reekt hier haast nog méér ons toe, dan Simeon het vermag.

In Simeon toch ziet ge meer het gewone doen van God ten deze. Zijn profeten zendend naar Zijn welbehagen.

Immers slechts in buitengewone tijden — als de mannen sliepen, afkeerig waren van Zijn dienst — óf als God de Heere iets gansch bijzonders wilde werken, zond Hij in Zijne vrijmacht profetesse n.

Zoo spreekt dan haar persoon, en haar getuigen van hetgeen-de Allerhoogste werkt in Christus Jezus voor het menschelijk geslacht.

De Nieuwe Bedeeling is daar, waarin de Heere, naar het woord van Joel, over ouden èn jongen, over zonen èn dochteren, over dienstknechten èn dienstmaagden van Zijnen Geest zal uitgieten.

Daarom, als Jezus verschijnt, dan treedt de vrouw naar voren.

De vrouw, die het eerst in overtreding is geweest, en zwaar gestraft is, maar die ook het éérst de belofte heeft beluisterd in geloof, en de vervulling in geloovig verwachten heeft verbeid; in Hem haar Zaligmaker roemt.

Daar zijn de Maria's en Elisabeth's, die Hem' loven nog vóór Hij is geboren.

Straks andere Maria's en Martha's, die Hem dienen met beur goederen, en Hèm omringen met de liefde van beur hart.

Als de mannen Hem het hout der schande op de schouders drukken, plengen vrouwen Hem heur tranen op den weg Zijner smart. Als Zijn Jongeren Hem verlaten liebben, aan Hem geërgerd, staan zij nog bij Zijn kruis. .

Als de discipelen zich verbergen achter gesloten deuren, leggen zij Hem hefdevol in 't graf.

Zij zijn ook straks de eerste getuigen van Zijn verrijzenis en beerlijkheid. De eerste brengsters van het Evangelie op den Paaschdag.

Vele en groote dingen heeft God, met name in de nieuwe bedeeling, door de vrouw gedaan.

Al kreeg zij niet het bijzondere ambt uit Jezus hand, door de belijdenis van Zijnen Naam, is zij 'n kracht geweest, den Heiland tot lof.

'n Kracht in 't christelijk gezin,

'n Kracht in 't werk der liefde, der christelijke barmhartigheid.

'n Kracht alzoo in Jezus' Kerk.

Ja, waar vaak de man versaagde, daar streed en overwon de vrouw.

Anna, te dierzelfder ure daarbij komende, beeft insgelijks den Heere beleden.

En was in die belijdenis zalig, èn Jezus tot lof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1931

De Reformatie | 8 Pagina's

Naast Simeon Anna!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1931

De Reformatie | 8 Pagina's