GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

STEMMEN UIT ONZE KERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STEMMEN UIT ONZE KERKEN

4 minuten leestijd

„Uit de goede werken verzekerd”.

III.

Prof. Hepp reageert op het eerste stukje, door mij ingezonden en geplaatst in „De Refonnatie" van 17 Maart j.l., maar in plaats van te erkennen, dat hij het Schatboeli van Ursinus heeft gebruikt, en daaruit onnadenkend geciteerd heeft, waardoor stukjes uit de tafels van Hommius op naam van Ursinus liwamen te staan, gaat hij spreken van „wetenschappelijke détails en documentatie", welke hij zou moeten geven om deze zaak uit de doeken te wikkelen!

Het beste lijkt mij daarom, dat ik volsta met aan te geven de plaatsen, waar de woorden te vinden zijn «n de uitspraken in de inleiding van het Schatboek, waar ieder lezen kan, dat de tafels van Festus Hommius zijn.

De door Prof. Hepp geciteerde woorden kan men vinden in de uitgave van het Schatboek, 3de druk, 1736, óp pag. 173, deel I, en op pag. 199, deel II. Dat de tafels van Hommius zijn, is te lezen: 1. Op het titelblad. (Vertaalt en met Tafelen etc. verligt door Dr'Testus Hommius.)

2. In de Voorreden: Hommius... „maar dat ook zijne •welbearbeyde Tafelen beknoptelijk waren vervattende, al wat in alle die verklaringen breder te lesen was, en somwijlen nog meer daartoe". Verderop: „Hebbe insgelijks gelet op de fauten begaan in de Tafelen van Dr Pestus Hommius; verieterende alleen de fauten, zonder iets daar van af, of by te doen". (Ziet op den 2den druk.)

3. In de Approbatie van de Theologische Faculteit in de Universiteyt te Leyden. „Het werk van Doctor Festus Hommius, genaamt het Schat-boek der Verklaringen over den Catechismus, & c. van hem vertaalt, en met wel-bearbeyde Tafel en, e n a n- derzints verligt."

4. In de Approbatie van de Theologische Faculteyt te Utrecht. „Het Schatboek der Commentarien over onzen Catechismus, door den Hooggeleerden en zeer vermaarden Festus Hommius in onze tale verveerdigt, en met troffel ij ke Tafelen verrijkt enz." —

Nu nog iets over het citeer en van den Catechismus van Calvijn. Prof. Hepp gebruikt hierbij de vertaling van D s Busk es (Libellenserie Nr 240/241, blz. 25 onderaan. De betrokken vraag en antwoord luiden daar aldus: „Maar hoe kunnen wij ze dan Gode welgevallig maken? " (n.l. de goede werken).

„Door ze in het geloof te volbrengen, dat wil zeggen, door in ons geweten verzekerd te zijn, dat God ze niet naar Zijn strengen maatstaf zal oordeelen, maar dat Hij alhun onvolkomenheden en vlekken m.et de reinheid van Jezus Christus bedekken zal en dat Hij ze op deze wijze voor volkomen zal houden."

Prof. Hepp vindt hier, meent hij, de bevestiging van zijn" gevoelen. Want hij laat volgen: „Men lette er wel op: ook Calvijn duidt deze tweede zekerheid aan als een zekerheid in de consciëntie en stelt haar in rapport met het tekort in heiligmaking".

De vraag van Calvijn gaat echter heelemaal niet over net verzekerd worden uit onze goede werken, maar over de wij z e waarop wi] goede werken moeten doen, nd. in het geloof! Goede werken doen in het geloof, beteekent: zich daarbij in zijn consciëntie verzekerd nouden, dat God ons werk niet los van het werk van Christus ziet. Die goede werken kunnen ons op zichzelf genomen niet troosten, wil Calvijn zeggen. Als God ze los van Christus zou aanzien en naar Zijn gestrengheid zou beoordeelen, dan zouden ze Hem niet kunnen behagen. Maar wij moeten ons daarom door het geloof verzekerd houden, dat God de onvolkomenheden en vlekken van onze goede werken bedekt met de reinbeid van Jezus Christus, en daardoor houdt Hij ze voor Volkomen.

Naschrift.

De tekst van de betrokken vraag is te vinden in ^orp. Reform. Vol. XXXIV, blz. 47.

m het Fransch luiden vraag en antwoord: vuel sera done Ie moyen de les rendre agreables? öi elles sont faictes en foy, C'«st a dire, que la peronne soit asseurée en sa conscience que Dieu ne les examinera pas"STT^ngueur: mais en couvrant les imperfections et macules, par la pureté de lesus Christ, les tiendra comme parfaictes. In het Latijn:

Unde igitur, aut qua ratione fiet, ut Deo placeant? Sola est fides, quae gratiam illis conciliet: quum huic fiduciae certo innitimur, non ventura esse ad calculum summi iuris, quod Deus ad severitatis suae regulam exigere ipsa nolit: sed obtectis eorum vitiis, et sordibus Christi puritate consepultis, eo loco hebeat, ec si perfecta essent et absoluta.

Corrigendum.

In het tweede stuk heb ik bij 4. de woorden: Ubi quaedam exemplaria addunt (per bona Opera) vertaald: VVaaraan eenige afschriften toevoegen (wat de goede werken betreft):

Dit moet mi. zijn: Waaraan eenige codices toevoegen: (door de goede werken). Het ziet dan op den - Griekschen grondtekst van 2 Petr. 1:10.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

STEMMEN UIT ONZE KERKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1939

De Reformatie | 8 Pagina's