Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Buiteuland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buiteuland.

7 minuten leestijd

Duitschland. De Duitschers en de nationale Synode van Dordrecht.

Vele Gereformeerden in Duitschland beweren, dat alleen de Heidelberger Catachismus het formulier van eenigheid is voor de Gereformeerden in hun land en dat daarom de artikelen van Dordrecht tegen de Remonstranten voor hen niet bindend zijn. Dit moge formeel juist wezen, doch het is bekend genoeg dat op de Dordsche Synode ook afgevaardigden uit Duitschland zijn geweest, evenals uit Engeland, Zwitserland enz.

In de Chr. Intelligencer verscheen onlangs een artikel van de hand van Dr. Good, waarin wordt geschetst welk aandeel de Duitsche afgevaardigden namen in de Nationale Synode van Dordrecht. Dr. Good schreef het volgende:

„Omstreeks een jaar geleden werd de aandacht van den schrijver bepaald bij een oud boek, uit het begin der 17de eeuw, getiteld: „Golden Remains of the Ever Memorable Mr. John. Hales." Daarin vond hij een zeer interessante mededeeling van de Synode van Dordrecht, 1618—1619, welke samengesteld was uit onderscheidene Gereformeerde kerken van Europa. Zij werd bijeengeroepen door de Regeering van Holland, om te beslissen over de leer van Arininius, en zij publiceerde als hare belijdenis de Leerregels van Dordrecht, welke Calvinistisch zijn.

Deze Synode heeft belangrijkheid voor ons als Duitsch Gereformeerden, (Dr. Good is leeraar in de Duitsch Gereformeerde Kerk in de Vereenigde Staten) dewijl, niettegenstaande de Synode hoofdzakelijk een Hollandsche Synode was, nochtans een aantal leeraars uit Duitschland en Zwitserland er leden van waren. De Zwitsers werden geleid door Breitinger van Zurich; de Duitschers kwamen in vijf afdeelingen: Scultetus stond aan het hoofd van de Paltsche delcgaten; Martinius aan die van Bremen ; Altsted leidde de vertegenwoordigers van Nassau, en Godenius en Stein hadden den voorrang in de delegatie van Hessen. Er waren er ook twee uit Embden. De verhouding van deze leeraars uit Zwitserland en Duitschland tot de Synode is een zaak van eenig geschil geweest in onze Kerk. Men heeft beweerd, dat zij aarzelende onderteekenaars waren van de Leerregels van Dordrecht, omdat deze Leerregels Calvinistisch waren. Zij, die dit voorstaan, beweren dat onze Kerk Melanchtoniaansch is, en men heeft zelfs aangevoerd, dat onze vertegenwoordigers in die vergadering meer sympathiseerden met de Arminianen, dan met de Calvinisten, of ten minste dat zij lijdelijke leden waren op de Synode. Over al deze vraagstukken verspreidt het boek van Mr. Hales veel licht, want het beschrijft de inwendige geschiedenis van de Synode. Het bevat brieven van Mr. Hales en Mr. Walter Balconquel, den Schotschen afgevaardigde, aan Sir Dudley Carleton, den Britschen ambassadeur. Zij zijn vrij kras, en lezen gelijk verslagen van de Synode in nieuwsbladen. Daaruit verneemt men vele dingen, die niet in de zorgvuldig bereide verhandelingen der Synode voorkomen.

De eerste zaak die wij opmerken in het lezea van dit boek, is dat de Duitsche en Zwitsersche leden van die Synode zeer werkzaam aandee namen in de beraadslagingen. Zij waren in geenen deele bloot lijdelijke leden, gelijk men beweerd heeft, maar zij namen een werkdadig aandeel in de verhandelingen. In de eerste zittingen van de Synode, voordat de Arminianen gedagvaard waren, werden er onderscheidene onderwerpen besproken door de Synode, zoo als de herziening van de vertaling des Bijbels en de Catechisatie. Het was toen, dat de delegaten van de Palts de Synode mededeelden hun voortreffelijk werk op de Catechisatiën, én bijzonder hunne praktijk om des Zondags over den Catechismus te prediken. Toen het onderwerp van den doop voorkwam, en discussie ontstond, wie de gepaste voorwerpen voor den doop waren, namen de Zwitsers en de delegaten van Bremen en Hessen een werkdadig aandeel, en beweerden dat alleen kinderen van Christenouders behoorden gedoopt te worden.

Op onderscheidene tijden tijdens de Synode predikten de Zwitsersche of Duitsche broeders voor de Synode of bespraken zekere leerstukken, die door de Arminianen bestreden werden. Wij zien dus dat zij in geenen deele bloot lijdelijke leden der Synode waren. In plaats van zich te gedragen alsof zij weinig belang in de verhandelingen stelden, bevinden wij hen zeer werkzaam. In plaats van zich slechts te betoonen als vreemdelingen, gevoelden ze klaarblijkelijk dat zij een deel der Synode vormden, zoowel als de Hollanders.

Wellicht is hunne verhouding tot het Calvinisme en de predestinatie meer merkwaardig. Men heeft beweerd dat, welk aandeel zij ook namen op de Synode, zij althans weinig deel namen in de debatten over de predestinatie; dat zij dat onderwerp zochten te vermijden, ensteeds poogden om den triumf van het strenge Calvinisme tegen

te gaan. Doch dit komt niet uit in de brieven van Hales en Balconquel, maar het tegenovergestelde kan bewezen v orden. De Duitschers en Zwitsers plaatsten zich steeds aan de zijde der Calvinisten tegenover de Arminianen. Daarom sprak Stein van Hessen scherp tegen de Arminianen, gelijk Scultetus van Heidelberg ook deed.

Prof. Alting, van Heidelberg, hield zelfs een toespraak, ig Jan., 1619, ten gunste van de leer der verwerping. Slechts een klein deel van de delegaten uit Duitschland scheen het Calvinisme niet toegedaan te zijn. Hun leider was Martinus van Bremen, die zich beriep op Goeieuius van Hessen als een voorstander van zijne positie tegenover de philosofie. Mariinus had een twistgesprek met Gomarus, die een streng Calvinist was. En de twist kwam eenmaal tot zulk een hoogte, dat Martinius op het punt stond om huiswaarts te keeren. Doch de zaak werd vereffend, en later onderteekende hij de Leerregels.

Doch in zijne geringschatting van het Calvinisme werd Martinius niet ondersteund door zijne collega's uit Duitschland. De andere vier delegaten uit Duitschland waren tegen hem, behalve Goclenius van Hessen. Inderdaad werd hij aangevallen door Scultetus, den leidenden delegaat van Heidelberg. Martinius beweerde, ilat zijne beschouwingen overeenkwamen met die van Professor Pareus te Heidelberg, den geliefden leerling en opvolger van Ursinus, een van de opstellers van onzen Heidelbergschen Catechismus. Dit werd door Scultetus beslist ontkend, en om^ dit te bewijzen, overhandigde Scultetus aan de Synode, dat voor ons Duitschers de meest gewichtige zaak der Synode is, narcelijk het gevoelen van Pareus over de Arminianen. Dit gevoelen was gewichtig, dewijl het aantoonde, waar de Gereformeerde Kerk van de Palts te dier tijde stond. Men heeft beweerd dat die Kerk Melanchtoniaansch was, doch de opinie van Pareus beveiligt die be wering niet. Pareus was beslist voor de Calvinistische leer der predestinatie, en alzoo tegen de leer der Arminianen. Dit oordeel van Pareus plaatste onze moeder-Gereformeerde Kerk beslist aan de zijde van het Calvinisme, en deed ook onze Kerk instemmen met de uitspraken van Dordrecht. Toen bijna aan het einde van de Synode, over de Leerregels gestemd werd, stemde elke afdeeling eerst afzonderlijk, en gaven daarna verslag aan de Synode. Toen de steramen van de afdeelingen ingebracht werden, bleek het, dat al de Zwitsersche en Duitsche afdeelingen, zelfs die van Bremen, voor de Leerregels gestemd hadden.

Het voorname verschil tusschen Martinius en de anderen was geweest, niet over de predestinatie, maar over de verzoening, dewijl hij vasthield aan de leer der algemeene verzoening, en de anderen aan een bijzondere verzoening. Doch in dezen schijnt hij alleen gestaan te hebben, want hij werd tcgengestaan door een van zijn eigen collega's van Bremen, Isselburg, en zelfs zijn andere collega, gewoonlijk meer toegeeflijk, Crocius, stond tegen hem over.

Wij zien dus de theologische positie van de Duitsche en Zwitsersche delegaten op de Synode van Dordrecht. Zij allen beleden het Calvinis tische gevoelen, vastgehouden door de Synode. Er kan daarom geen twijfel bestaan omtrent hun Calvinisme. Slechts in ééne zaak verschilden iij van de Hollanders. Zij wilden niet dat de Aiminianen in hunne personen zouden gestraft worden, alleen aangaande hunne leerstellingen; dat is, zij begeerden dat de Arminianen uit de kerk zouden gedaan worden, maar niet uit het land gebannen, gelijk de Hollanders begeerden, en gelijk later plaats vond, dat sommigen van de Arminianen verbannen werden. Deze handelingen van onze vaders (de Bui'enlandsche delegaten) op de Synode van Dordrecht bewijzen, dat onze voorvaders een werkdaaig aandeel namen aan de verrichtingen der Synode en vasthielden aan hare besluiten.”

Het verheugt ons dat deze zaak, zij het ook dat een Amerikaansch-Duitsch predikant haar opperde, ter sprake is gebracht. De wijze waarop o. a. onlangs in Gereformeerde kringen in Duitsch land de aanneming tot lidmaat werd besproken, deed ons verlangen dat vele broeders over de grenzen, die Gereformeerd willen zijn, ernstige studie gaan maken van hetgeen de Gereformeerde beginselen eischen, m ^erst tot zekerheid gekomen te zijn over de beantwoording van de vraag of de Duitsche Gereformeerden al dan niet met de besluiten van de nationale Synode van Dordrecht hebben te rekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 16 December 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Buiteuland.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 16 December 1900

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken