GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland

4 minuten leestijd

Frankfijk. De zaak van den Abt-Ij o i s y.

In dit blad deelden wij mede, hoe order Roomsche Godgeleerden, voornamelijk in Frankrijk, de zoogenaamde nieuwere critiek over de Heilige Schrift gevolgd wordt. Een dergenen die het verst in deze gingen, is de abt Loisy, die in zijn werken: de Godsdienst van Israël; het Evangelie der kerk; Evangelische studiën; het vierde Evangelie, zeer bedenkelijke dingen verkondigd had. De kardinaal aartsbisschop van Parijs achtte het optreden van den abt verderfelijk en daarom trok hij naar Rome om zijn invloed bij het Hoog gerechtshof der Heilige Officie te laten gelden, teneinde gedaan te krijgen dat de werken van Loisy op den Index, of op de lijst der verboden boeken zouden geplaatst worden.

Onder den vorigen paus had Loisy machtige vrienden op het Vaticaan, zoodat toen niet kon verkregen worden dat men openlijk tegen hem optrad. De tegenwoordige paus heeft zijn volle goedkeuring gehecht aan het besluit van het Hoog gerechtshof der Heilige Officie, zooals bleek uit een schrijven van den Staatssecretaris van den paus, kardinaal Merry del Val, aan den Aartsbisschop van Parijs. Wij achten het een verblijdend teeken, dat de tegenwoordige paus met beslistheid optreedt om te toonen, dat Rome geen heil maar verwoesting wacht van de hedendaagsche bedillers der Heilige Schrift.

Maar hoe houdt zich de veroordeelde abt onder dit alles, zal men vragen? In een interview heeft hij verklaard, dat hij alles verwerpt wat te Rome als dwal-ng verworpen wordt, echter met dien verstande, dat hij niet erkent dat de veroordeelde dwalingen in zijn werken aargetroffen worden. „Ik ben bereid, zoo sprak Loisy, om elke dwaling terug te nemen welke anderen uit mijn boek mochten afleiden, door zich zelven in hunne verklaring op een standpunt te plaatsen verschillend van dat, hetwelk ik innam, toen ik het boek schreef." Toen hem echter nader gevraagd werd, of hij ook wilde terugtrekken indien werd veroordeeld, wat hij werkelijk in zijt> boek had geleerd, gaf hij ten antwoord: „In dat geval zal ik mijn geweten raadplegen en doen wat dat van mij eischt ? “

Inderdaad heeft Loisy zich willen onderwerpen aan de uitspraak van het lichaam, dat de uitgekomen boeken moet keuren. Doch de Fransche abt dóed dit onder voorbehoud, dat hij in zijn meening als geschiedschrijver vrij zou zijn. Nog voordat dit bericht per telegraaf bekend werd, ontving de K'ólnische Zeitimg uit Parijs eene mef.edeeling, die deed vermoeden dat de abt zich eigenlijk niet zou onderwerpen. In de Franfche pers had man reeds stemmen vernomen, die het uitspraken, dat het schrijven van Loisy aan den aartsbisschop van Parijs waarbij hij üch onderwierp aan de uitspraak der Heilige Officie, of aan de Inquisitie, niets anders was dan een bloote kennisgeving, dat hij van het oordeel der Inquisitie had kennis genomen.

In zijn antwoord aan den aartsbisschop beloofde Loisy dat hij ook de Inquisitie zou antwoorden. In dat antwoord heeft volgens de mededeeling der Kölnische Zeitung de abt verklaard, dat hij als priester hef oordeel der Inquisitie met hoogachting aanzag, maar als historicus voor de wetenschappelijke uitkomsten voor zijn critische arbeid en methode zijn voorbehoud maakte, al gaf hij toe, dat ook de wetenschap dwalen kan

Wij kunnen begrijpen, dat dit antwoord te Rome niet is aangenomen. Het maken van een onderscheid tusschen den priester en den man van wetenschap gaat niet aan, en werd daarom terecht door de Room che Curie verworpen. Of de Fransche abt ten slotte het hoofd in den schoot leggen zal?

In Duitschland redden de Roomsche voorstanders der jhedendaagsche schriftcritiek als Schell zich op een andere manier uit de verlegenheid, wanneer zij door een uitspraak der Heilige Officie in hunne leeringen veroordeeld worden. Zij laten verkondigen, dat het oordeel eener congregatie, ook al is het door den paus bevestigd, niet onfeilbaar is. Daarom heeft het geen kracht om de conscientie te binden, en is men niet verplicht het in zijn binnenste toe te stemmen. Deswege voegt het zich uitwendig er aan te onderwerpen en een eerbiedig stilzwijgen in acht te nemen.

Zal het nooaig zijn, dat de paus eene nadere verklaring hoe de Roomsche kerk over de Heilige Schrift denkt, „ex cathedra", geeft? Te recht maakt men in Roomsche kringen onderscheid tusschen hetgeen de paus als opperste herder der kerk over verschillende vraagstukken meent te moeten vei klaren, en hetgeen de paus van uit zijn Heiligen stoel omtrent de leerstukken decreteert. Alleen de laatste uitspraken zijn door de leden der Ropmsche kerk voor „onfeilbaar" te houden.

Of zouden de Roomsche critici door hetgeen de jongste onderzoekingen in het Oosten aan het licht brachten, tot bezinning komen? In Engeland is het reeds voorgekomen, dat een voorstander der Schriftcritiek, gelijk die door de school van Kuenen en Wellhausen wordt voorgestaan, het standpunt dat hij innam, heeft verlaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken