Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Eloquentia Divina : het stijlprobleem der oude christenen - pagina 20

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eloquentia Divina : het stijlprobleem der oude christenen - pagina 20

Rede uitgesproken ter gelegenheid van den Dies Natalis der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

eloquentius, meer stijlvol, gevonden kan worden*^). ,,Waarom echter," zoo vraagt hij elders"), ,,ontvlammen wij in liefde tot den apostel, wanneer wij dit lezen, anders dan omdat wij gelooven, dat hij inderdaad zoo geleefd heeft." Het is dus de waarheid, die in deze woorden wordt uitgedrukt: de verba dekken de res. De stijl der Heilige Schrift is dus geenszins minderwaardig — Augustinus toont het met vele voorbeelden, ook uit het Oude Testament aan — integendeel, haar eloquentie berust op Veritas, puritas, soliditas, waarheid, zuiverheid, degelijkheid*^). En dit is de ware Christelijke stijl: de rhetorische schoonheid mag niet den scepter zwaaien, zij moet als vanzelf voortkomen uit de wijze, waarop de waarheid in woorden wordt uitgedrukt*"); alleen zoo zal het resultaat zijn een solidum eloquium, dat den schuimenden overvloed der rhetorische ornamentiek verre houdt*') en dat het ideaal moet zijn van den Christenauteur**). Augustinus heeft niet bewust en met zoovele woorden critiek geoefend op de leer van den ornatus, maar toch treffen we ten aanzien van de rhetorische versiering bij hem reeds in nuce gedachten aan, die in onzen tijd belijnd zijn uitgesproken door den philosoof Benedetto Croce. Deze heeft er op gewezen, dat, wanneer men in een schoone uitdrukking van de gedachten, het versierende element onderscheidt van den naakten — gelijk de rhetoren hem noemden — uitdrukkingsvorm, men zich aftobt om het ononderscheidbare te onderscheiden *^). Een logisch en aesthetisch, of, om het in antieke termen te zeggen, dialectisch en rhetorisch element kan men evenmin onderscheiden als het in den aanvang mogelijk is zulke elementen met elkander te verbinden. Want zou men een ornament met de expressie verbinden, dan vereenigt het zich met haar, maar houdt tegelijkertijd op ornament te zijn en wordt een constitutief element der expressie. Croce veroordeelt dan ook terecht de oude leer der rhetorische opsiering. Augustinus doet dat niet, maar hij leert toch, dat werkelijke stijlschoonheid dan ontstaat, wanneer de waarheid uitgedrukt wordt in woorden, die zich in den geest van den schrijver als het ware vanzelf aan de gedachten verbinden als hun juisten uitdrukkingsvorm ^''). In zulk een stijl kan van ornamenteering geen sprake zijn; vertoont hij rhetorische 18

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 20 October 1939

Rectorale redes | 34 Pagina's

Eloquentia Divina : het stijlprobleem der oude christenen - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van Friday 20 October 1939

Rectorale redes | 34 Pagina's

PDF Bekijken