GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor-, tusschen- en naspel.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Voor-, tusschen- en naspel.

9 minuten leestijd

Rrrrrn-t! Net of eir eön wekker afloopl; . RrrriTrt! Met een dergelijke langgerekte triller ad libitum op de bel heb ik meer dan eens een voorlezer aan den organist het sein hooren geven: „Gauw ophouden, want ik sta 'te wachten!" Alsof één klein tikje niet voldoende was, ja, dikwijls zelfs overbodig! Een organist is m'eestal wel zóó ingesleld op de verschijnselen, die typeerend zijn voor den die'ust in zijn verschillende phasen, dat hij aan de geluiden, - die tot zijn vaak afgetegen hoekje doordringen, heel goed kan hooren, dat de voorlezer bimienkomt. En dan weet hij wel, dat hij aan een eind moet zien te komen. Hij i)ehoefl dan niet plotseling af te breken. Mag dat zelfs niet eens doen. Zooals wel niemand zijn lectuur zal beëindigen midden in 'een zin, maar om een geschikt einde te hebben, zal doorlezen tot de volgende puni, indien hij geen tijd heeft om „het hoofdstukje nog even uit te lezen", zoo 'kan geen enkel voorlezer vergen.

dat de O'rganist onmiddellijk na 't bellen ophoudt. Ook hij kan niet midden in zij'n zin ophouden. Want zi'nnen bestaan niet alleen in de taal, ma, ar eveneens in de muziek. Om verschillende redenen kan het noodig zijn, dat niet slechls die eene zin, waaraan hij bezig was, door den organist wordt afgemaakt, maar dat er nog een paar achter komen voor hij. het slotaccoord aanslaat. D'oor transponeeren tocli kan hij wel juist in zoo'n loonschaal terecht gekomien zijn, dat het in verband mei de zangvaandig-beid der gemeente hoogfet wenschelijk is', ndet da^arin te blijven spelen, no, ch 't op 't voorspel van den eersten psalm te laten aankomen, maar eerst te eindigen na een wel zoo kort mogelijken, maar toch juisten overgang naar de gewenschbel schaal. Wat kan 't dan glorend zijn als broeder voorlezer — heel ijverig, maar helaas heel onmuzikaal — voor de tweede maal de wekker laat afloopen, misschien juist op 'toogenblik, dat na het 'geroezemoes van een paar laatkomers de stille was teruggekeerd, die voor het hooren lezen van een boietpsalm zoo noodig is. Gelukkig, wie zich door dat lawaai — en' 't kan, vooral op het orgel, verbazend hinderlijk zijn — niet van streek laat bren. gen, maar rustig de gemeente blijft dienen door het praeludium voor den aanvang van de godsdienstoefening zoo te beëindigen, dat 't het voorbereidend karakter tot de laatste noot toe blijft behouden. Hetzelfde geldt 'ten opzichte van de voor-, tusschen. en naspelen bij de psalmen.

Het is niet w, aar, wat iemand tegen mij' zeile, n.l, dat het belletje bij den voorlezer diende om 'den organist af te belten, al geef ik toe, dat 't er, helaas, wel een keertje voor misbruikt wordt. Ikzelf heb hier gelukkig nooit over te klagen gehad.

In het algemeen ligt hel niet op den weg van den voorlezer, om den duur van het spel aan te geven, daar deze zelden in staat is te beoordeelen, waarom het juist dan, zóó het beste is.

Daarmede wocidt heelemaal niét weggecijferd het feit, dat een organist wel eens buiten zijn boekje kan gaan. Ik weet wel, dat een organist, die niet voor zij'n taak berekend is, zich in zijn grillige fantasie zoo verwarren kan, dat hij geen uitweg mieer weet, en maar zit Ie zeuren, tot hij er zich oip eeJn allererbarm'elijkste manier heeft uitgedraaid. Ik weet wel, dat een kunstenaar op zijn instrument wel eens de zeldzame gelegenheid, die hem wordt geboden om het orgel, waarvan hij houdt, te besp'elen, ten onrechte gebruikt om het meer dan noodig en wenschelijk is, te doen schitteren. Maar dat neemt niet weg, dat orgelspial niet is te regelen met een drulc op den knop._ Er zijn wel andere, meer doel treffende middelen om misstanden te verbeteren. Fouten worden er sileeds gemaakt. Ook zulke, waarvan degenen die z© begaan, onmiddellijk toegeven, dat 't fouten zijn. Ik kan 't me tenminste niet voorstellen, dat een predikant niet zou weten, dat O'p ps. 116 : 2: Maar riep den Heer dus aan in al mijn nood: , móet volgen vers 3: Och, Heer, ooh, wierd mijn ziel door ü gered." En toch kom.t het voor, dat predikanten vers 2 niet afzonderlijk laten zingen na de preek, maar wel bijl het Avondmaal. Zou 't dan zoo 'n heel' erge vergissing zijin als de o.r; ganist vers-3 er bijl speelt? De menschen zingen o-nmiddellijk mee.

De organist moet een zekere vrijheid hebben.

De een zou graag willen, dat 'dominee maar lang preekte, en zoo weiirig mogelijk Üet zingen, een ander, dat de kerk maar wat vroeger uitging, een derde vindt, dat dominee te veel gebaren (grimas, sen!) maakt — en nooit preekt dominee zóó, dat alle menschen 't goed vinden. Toch gaat dominee zijn gang en doet, wat hij zijn plicht acht. En heel graag neemt dominee kennis van de tezwaren — en daar zullen er wel ander zijn, die gegrond zqxi — dio alzoo tegen hem ingebracht worden.

Als dominee een mooi beeld wil gebruiken en „met een sleutel de deur, ontgrendelt", dan staat er niemand op om hem op die foutieve beeldspraak te wijzen, — en dat is maar heel goed — doch wanneer dominee één regel van de tussohenzang leest, en de oaiganist niet vlug genoeg beenen maakt, omdat hij liever niet van de trap rolt, die van zijn plaats naar de orgelbank voert, dan gaat het daar boven: rrrt, rrrt, rrrt.

Ik voor mij neem dan de vrijheid om zonder 'gevaarlijke sprongen en zonder zfenuwacihtige overhaasting mijn plaatsje achter het klavier cp te zoeken. De gemeente kan heusch die paar seconden wel wachten. Ook wel als ik bij den tussdhenzang merk, dat 'domi'nee per ongeluk 'n verkeerden ps-alm' op 't briefje heeft gezet, en ik dus dien psalm eerst moet opzoeken en dan de regis! ratie regelen. O'ok moet de eteetrische motor even tijd hebben om o'p gang te komen.

Sommige predikanten [schrijven bij' den tusscihenKang: „zonder voorspel s.v.p."

Bijzonder gaarne voldoe ik meestal aan dit verzoek, want een voorspel is hier bijna nooit op zijn plaats, hoogstens een enkel inleidind aöeoord.

Toch bethoud ik mij de vrijheid voor om, indien ik het noodig vind, ondanks dat verzoek toch ©en voorspel te geven. Zoo b.v. wanneer de tussöhen. - zang geheel onbekend blijkt te zijn. Als ik dan moet kiezen tusschen direct invalten, waardoor 75 pet van de kerkgangers pas kan beginnen als ik ongeveer aan den tweeiden regel toe ben, omdat ze 't niet zoo gauw kunnen opzoeken, of niet aan 't verzoek voldoen en daardoor den psalm redden,

dan Mes ik het laatsle. Niet omdat ik dan jtiist tegen den predikant wil ingaan, maar omdat ik dan vermoed, dat hij door de gewoonte, om altijd bij den tusschenzang het bovengenoemde verzoek te doen, aan. dit praolisch bezwaar, dat zich slechts een enkele maal voordoet, niet heeft gedaciht. En zoo komt alles dan weer terecht.

Ook over de lengte van het Lusscihenspel moet de organist zelf oo: eelen. Dfen cénen keer moeten de menschen meer meegesleept woaden dan den anderen. Dit kan oorzaak zijn, dat hij nu eens tusschen twee verzen van denzelfden p'salm een interludiam geeft en dan weer niet. Zoo kan 't een heel goed effect geven, als't na ps." 42 : 4: Diaar Uw golven, daar Uw baren mijn benauwde ziel vervaren" één oogenblik doodstil is in de kerk, om dan met versterkte registratie en in vlugger tempo in te vallen: Maar de Heer zal uitkomst geven". Maar wanneer de gemeente vers 2 heel lauw en laks heeft gejammerd, dan wordt Ihet bij vers 5, als deze manier wordt gevolgd, een trekken van l)elang, en is 't m.i, veel beter, om door een geleidelijken overgang van piano naar fortissimo in een vrij uitgebreid voorspel er op te wij'zcn, dat, en wat ze zingen moeten.

De naspelen dienen ook wél overdacht te zijn. Do organist moet niet zoo'n beetje napruttelen. Als hij met zijn naspel niets bedoelt, dan moet hij er uitscheiden. Als er goied gezongen is, dan is nóch bij den eersten, nócih biji den z.g. tweeden voorzang een uitgebreid naspel wenschelijk. Na d'en tusschenzang kan 't vaak zaak zijn, enkel hel laatste aecoord aan te houden.

Maar ook hier behoude de organist zijn gepaste vrijheid. De vorige week hoorde ik een schitterend naspel na een loifpsalm. Greleidelijk werden de registers uitgeschakeld, waardoor een prachtige overgang verkregen werd van den lofzang tot de aanbidding.

Zoo kan het. Maar even goed kan het orgel in jen naspel de jubelstemming der gemeente nog eenige oogenblikken vertolken, terwijl de stilte, die daarO'P volgt, door den laafsten lang aangehouden juichkreet nog stiller zal scliijnen. In een kerk met behoiorlijke accoiistiek zal voor den spreker de eerste manier van sluiting het gemakkelijkst zijn, omdat 't niet meevalt, na de kathedraalkrachtige orgeltonen het woord te moeien voeren.

Ten slotte aan hel einde van deze artikelenreeks nog iets over het spel bij hét uitgaan van de kerk. Een collega hoorde eens, toen hij een fuga van Bach had nagespeeld, van een ouderling de opmerking, dat „er een kunstenmaker op 't orgel gezeten had". Nu, er woirden wel lieflijker opmerkingen gemaakt aan 't adres van den organisl. Maar dat daargelaten. In het algemeen schijnt ons kerkpubiek mij nog niet geschikt om ©en fuga van Bach te verdragen, laat staan te waardeeren. Ook hierin zal 't dus langzaam aan moeten gaan. Bovendien zijn in den regel noch onze orgels noch onze kerkgebouwen geschikt om zulk werk toL zijn recht te doen komen. Indien er in de preek een motief was, waarbij de organist ongezocht kan aansluiten, laat hij het dan doen. Dat kan hoogst muzikaal zijn en toch tegelijk vat hebben op de kerkgangers. Wil hij een postludium geven op e^n' thema uit den laatsten psalm, best! Laat de overgang van ff naar pp of omgekeerd, bij vrij' spel niet te sterk zijn. En verder doe een ieder, wat hij kan en dat zoo goed mogelijk. - En waar ook in dit opzicht nog veel verbeterd zal moeten worden, kan alleen in den weg van het geloof met die liefde 4, gehandeld worden, ook in het wijzen op gebreken, die maakt dat we elkaar als broeders en zusters in den Heere niet alleen betitelen, maar ook zoo behandelen. Zoo alleen kan er een kennen zijn van de gemeenteleden onderling, waartoe ook de organisten behooren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Voor-, tusschen- en naspel.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren