Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Rondblik.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rondblik.

7 minuten leestijd

Als de prediker in zijn dagen roiidblikt om de werken te zien, die onder de zon geschieden, ontmoet zijn oog eidctel ijdelheid en kwelling des geestes. Wel ontwaart oo'k hij Terblijdende dingen. Wel vergeet hij de lichtzijde niet. Wel is hij nieï blind voor het goede, dat God geeft, 'ma.ar he.t slot is, dat Mj toch o'V'er het onder z o n sche dit oordeel m'ooet vellen: ijdelheid der ijdelheden.

Indien deze levenswijze onze wereld eens ha, d gezien....

Indien hij het leven onzer dagen eens moest keuren

Wat zou zijn vonnis over de verwarring, waarin wij leven, vernietigend zijn geweest!

Het is niet gemaikkelij'k een kroniek te schrijven.

Men heeft naij meermalen gevraagd, om in plaats van bepaalde onderwerpen te behandelen, elke week een resumé te geven van de voornaamste gebeurtenissen op politiek' en sociaal terrein, en den blik meer te laten gaan over de groote dingen, diein ons wereldje geschieden. Maar ik heb me nimmer tot het gezelschap' der „blik-slagers" aiangetrokfeen gevoeld. Het kwam mij voor, dat de belangrijke feiten te bekend waren om nog eens vermeld te worden, en de onbelangrijke bijzondere herinnering niet verdienden, en dus een yekelijksche kroniek een wekelijksche ijdelheid voor onze lezers en een wekelijksche kwelling des geestes voor haar auteur zou worden. In die meening ben ik versterkt geworden, doordat zelfs een man van singuliere gaven .als de tegenwoordige „persschouwer" zijn kronieken moest beëindigen met de tragische bekentenis, dat hij zich vergist had. Daarom blijft een geregeld overzicht achterwege, maa.r wil ik zoo nu en dan een poging wagen om het politieke en sociale gebeuren als in vogelvlucht te' beschouwen.

Ook die rondblik valt niet mee.

Er zijn zoo weinig blijde-dingen te vermelden.

Niet alleen wordt het wereldleven door ellende opi ellende gedrukt, maar in eigen kring, 'vermeerdert de onvrede. Aan onze .Vrije Universiteit is men, door dingen te brusqueeren, die ons volk, dat die universiteit draagt, grieven, bezig den band met dat' volk' los te maken, en, al bedoelt men het tegenovergestelde, deze kostelijke inrichting af te breken, in opze eigen partij' gist het, en zinkit het élan, - dat Voor twee jaren op' verrassende "svijze voor den dag trad. De rechtsche partijen vormen tegenwoordig een eenheid, die elk' oogenblik, de dag - van 6 Mei bewijst het, in scherven kan breken. Op^ sociaal terrein houdt de beroering over art. 40 aan, en verergeren de conflicten, en als de prediker deze dingen gezien had, zou hij zeker zeggen: ijdelheid der ijdelheden.

Die ijdelheid yerwondere ons niet.

Neemt slechts als voorbeeld de bezuiniging.

Er moet vermindering komen van 's !a, nds uit-.gaven. Een staatsbankroet moet vermeden worden. Het financieel evenwicht is levensvoorwaarde, en ieder is het er over eens, maar, waar..-. Bezien we de zaak van den eenen kant, dan kunnea we meevoelen met de zielestemming van hen, die de dupe van deze versobering worden, en óf hun betrekking moeten missen, óf minder en veel minder salaris ontvangen. Dat is geen kleinigheid. Iemand die f3000 loon heefty .kan zeer moeilijk f4 a 500 missen, en die lagere loonen genieten, kunnen de vermindering nog moeilijker dragen. We moeten ons even inden'keh, wat de bezuiniging voor die allen beteekent, en dan gevoelen wij, dat het een harde, zeer h-arde zaak is. En zeker, de middenstand heeft oo'k verloren, maar wie zou over dat verlies niet weenen? De lange lijst, van faillissementen .doet - efk'e.week.en soms.elk.eii da, g schrikken. JlS^SM^& ^^MM& '^-i: ^^^

Maar nu ter andèrer. zijde.

De critiek , op de ministers is ook onbillijk.

Wat b.v. in Utrecht op de vergadering van onze christelijke postbeambten aan het adres van minister Co'.lijn is gezegd, is noch plicht noch recht, ejr allerminst christelijk'. Ik begrijp niet, dat de voorzitter zijn hamer niet stukgehamerd heeft om zulke insinuaties te weren. Wa, nt wat is het geval? Doet iemand als minister Colijn de dingen, die hij moet doen, voor zijn genoegen? Wint hij .er zelf iets mee? Is het hem tot voordeel? Had hij niet veel gemakkelijker leven, waaneer hij óf zijn portefeuille neerlei, óf niets deed om orde te scheppen in den chaos? Was het hem niet lichter, rustig Gods - water over Gods akker te laten loopen, en te wachten tot de verkiezingen van het volgende jaar^? Immers ja! Waarom 'pafct hij dan de ontreddering aair? Waa.ro-m al deze maatregelen? Waarom deze bezuiniging? Is het niet louter het belang van ons land, dat hém drijft, en moet dit motief niet .alle w-aardeering vinden?

Zoo is het toch!

Waarom dan deze oppositie?

En dan in de Tweede Kamer elke week deze mogelijkheid, dat de combinatie Nolens-^-Van bchaik het kabinet den voet dwars zet, en met de .linkerzijde meeheult. Was er voor onze antirevolutionaire fractie geen voldoende aanleiding, om, als het zóó' moet gaan, de verdere samenwerking te •fi^eigeren ? • Ik - vraag slechts, maar bewonder tevens den moed van onze menschen, om in zulk een atmosfeer van gebrek a; an vertrouwen verder met toewijding voort te arbeiden.

Er. IS een hoofdfout.

Ons volk, zoo werd onlangs gezegd, is ziek. Ziek ill dezen z'in, dat het de oorzaken der ellende niet' gevoelt, en het b'elang en'nog eens het belang

op den voorgrond stèiè. uaaxom beweegt zich alles. Salarisvermindering en bezuiniging, meer arbeidsuren en minder loon, malaise in zak'en en economische verslechtering houden de hoofden en harten bezig, en we yermaterialiseeren bij den dag. Het stoffelijke haalt' de menschen neer, en dan is het geen wonder, dat er revolutionaire stemmen klinken, die in oproerigen toon voor die der socialisten niet onderdoen. Voor die werkelijkheid moeten onze oogen wijd opengaan, en we zullen God bidden om verlevendiging door Zijn Geest. Onze Pinkstersmeeking mag wel zijn, dat wij uit onze doodschheid en kilheid opwaïcen, en de strijd op' politiek ; en sociaal terrein meer en meer worde een worsteling voor de geestelijke goederen. Staan die bij ons niet op dm' voorgrond, en houden wij die niet voor lalles in het öog, dan gaan wij onder in een belangenpolitiek, die met het christelijk beginsel vloekt, en te onzuiver is om met een christelijte vlag gedekt te worden. Wat baat het ons, zoo wij de wereld winnen en schade lijden aan onze zielen ? Wat baat het ons, indien ons persoonlijk belang ongeschonden blijft, en de belangstelling voor het hoogste goed inzink't? Welk onderscheid is er dan tusschen ons en de wereld, die met God niet rekent?

We vierden gisteren hemelvaartsfeest.

Christus' hemelvaart bepaalt onze richting.

Een socialistisch dichter heeft eens gezongen:

Staat op! mijn volk is opgestaan. Uit zijnen smaad herrezen; Maar nooit zal' zijn verlangen gaan Kaar hemelvaart Het wil op' aard Verlost en zalig wezen.

Dat is het socialistisch ideaal.

Het ideaal van het materialisme.

Het ideaal, dat aan den hemel vreemd is.

Het ideaal, waartegen de christen in de scherpste tegenstelling heeft te plaatsen het apostolisch vermaan : indien g ij dan met p h r i s t u s o p g e-wéfct zijt, zoo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is. Bedenkt de dingen, die boven zijn, en niet die op de aarde zijn (Col. 3:1, 2).

Doen wij dat?

Is onze levensrichting hemelsch?

Zijn wij in de wereld niet van "de wereld?

Over allerlei bijzonderheden zal iK niet uitweiden.

Er zou nog wel iets te zeggen zijn over het standpunt, dat Prof. Slotemak'er de Bruine heeft ingenomen tegenover de vloek'verbodën, en over zijn eigenaaiidige beschouwing van de roeping der christelijke overheid. Ik vermoed, dat de Hoedemakerianen onder de christelijk-historischen van zulke opvattingen' niet bijster gediend zijn. Van niet minder beteékenis is de profanie, die toegelaten is in den 1 Mei-optocht te Utrecht, waar de socialisten zich niet ontzien hebben, beelden uit 'het boek der Openbaring op hun propagandadoeken te brengen. Vermeldenswaard is ook de niet-goedkeuring van de statuten van „de Dageraad", waarover minister Heemskerk scherp wordt aangevallen, en welk feit bewijst, hoe moeilijk de taak is van een overheid, die zich buigt voor Gods Woord. Al die dingen zeggen ons, dat de strijd zich verscherpt, en wij ons zuiver rek'enschap moeten geven van de roeping der christelijke regeering en van den christelijken staat.

Eindelijk nog een enkel woord over Twente.

Onze christelijke arbeiders' zijn aan het werk getogen.

Ondanks de terreur der socialistische arbeiders.

Een terreur, die opnieuw bewezen heeft, welke geest de modern-georganiseerden bezielt.

Maar in dien strijd moeten onze menschen geholpen worden.

Geholpen door ons gebed en meeleven.

Geholpen ook door onze' gaven.

„Unitas" heeft onzen steun vooral nu noodig, om „den kamp te kunnen voeren tegen de bittere vijandschap van socialisten en communisten. Laten we die hulp 'haar niet onthouden. Dat is echtchristelijk-sociaal werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

Rondblik.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken