GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE ADVIEZEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE ADVIEZEN.

6 minuten leestijd

De vragen beginnen los te komen. De post be^ dacht me de laatste paar weken zóó royaal, dat ik voorloopig het spook van werkeloosheid nog niet zal zien dreigen. Maar het gevolg zal wel zijn, dat ik sommige van m'n inzenders wat langer op antwoord zal moeten 'laten wachten dan hun lief is. Wie het overkomt gelieve niet ongeduldig te worden. De vragen, die ik ontvang, beantwoord ik in de orde, waarin ze inkwamen. Niemand' denke dus, dat zijn vraag of vragen bij die van anderen achtergesteld worden.

Vraag of vragen — want het gebeurt, dat ik brieven ontvang met een heele reeks kwesties of bezwaren. Nu hindert dat niet, zoolang men zich houdt binnen de grenzen van deze rubriek. Doch sommige inzenders blijken die niet in het oog te houden. Ik ontving vragen, die liggen op kerkrechtelijk, op maatschappfelijk en politiek terrein. Maar men gelieve te bedenken, dat mijn rubriek er eene is voor „geestelijke adviezen". Men behoort me dus alleen vragen toe te zenden, die van geestelijken aard zijn, d.w.z., zooals ook in de inleiding dezer rubriek uitdrukkelijk werd gezegd, die het christelijk leven gelden, hetzij naar zijn godsdienstige, hetzij naar zijn zedelijke zijde. Nu begrijp ik, dat het voor iemand, die met een of andere vraag loopt, niet altoos gemakkelijk is uit te maken of z'n vraag wel van zuiver godsdien-Stigen of .zedelijken aard is. Het godsdienstig en zedelijk leven zijn onder ons, gereformeerden, gelutkig geen aparte poldertjes; en we moeten ervoor waken, dat ze 't nooit worden. De vreeze Gods moet het zuurdeeg zijn, dat heel de deegklomp bij ons doortrekt. En naarmate dat méér het geval is, zullen allerlei kerkelijke, en zelfs allerlei sociale en politieke vragen voor ons een geestelijken kant, in veel gevallen zelfs een geestelijke kern krijgen. Daarmee wil ik dan ook graag rekening houden. Al 'te scherp zal ik daarom de keur niet aanleggen. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen, dat er in 't geheel geen keur i s. Vragen, die op zichzelf van zuiver kerkrechtelijken, socialen of politieken aard zijn en alleen in min-of meer verwijderde (.aanraking brengen met het godsdienstig en zedelijk leven, moet ik hier onbesproken laten. En ik kan zelfs niet beloven, dat ik die, gelijk sommige inzenders vroegen, bij particulier schrijven beantwoorden zal. "'k Zou daarmee meer op' me nemen dan ik in staat ben te volbrengen.

Laat ons, om teleurstelling te voorkomen, dus afspreken, dat men zijn vragen, eer men ze opzendt, er eerst eens ernstig op aanziet of de beantwoording wel in deze rubriek zou passen.

Ik schrijf dit vooral onder den indruk van een brief van T. te N., die onder de vragen, die hij me toezond er ook opnam over de waardeering van broeders met singuliere gaven na, ar Art. 8, K. O., over de wenschelijkheid van het aanstellen van onderwijzers ter plaatse als godsdienstonderwijzers en hulppredikers (lees: catechiseermeesters en oefenaars), over den eeredienst der Joden (waarvoor ik hem verwijs na, ar Ds Velders, Ie Helmersstraat 86, Amsterdam) en over het geoorloofde van een iDepaalden vorm van het Votum voor den Dienst des Woords. Al deze vragen moet ik, om me binnen m'n grenzen te houden, onbeantwoord laten. Op drie andere wil ik hem graag van antwoord dienen.

De eerste is, of een lid der gemeente, dat-óók Zondagsschool heeft te houden en de Jongelingsvereeniging heeft te bezoeken, verplicht is, als de kerkeraad de gemeente drie keer per Zondag saamroept, al deze drie samenkomsten bij te wonen.

Ik beken, dat deze vraag me in verzoeking brengt heel wat méér te zeggen dan ze vraagt en waarvoor ik hier ruimte heb. Maar ik weersta de verzoeking en antwoord alleen: wie kans ziet drie kerkdiensten, het houden van Zondagsschool en het bijwonen van de vergadering eener Jongelingsvereeniging 'op één Zondag te plaatsen, zonder er zijn recreatie voor geest en lichaam, zonder er zijn eten en drinken bij in te schieten, zonder het huiselijk leven te verwaarloozen en zonder geesteloos en wer'ktuigelijk in den dienst van Ijod te verkeeren — die doe het^ en dien wensch ik van harte geluk. Wie het niet kan, die doe uit het vele goede een keuze, zooals hij in zijn conscientie gevoelt, dat het meest 'zijn eigen geestelijken opbouw en de eere des 'Heeren dient.

De tweede vraag is, of het ontvangen en afleggen van bezoeken al of niet in overeenstemming is met de heiliging van 's Heeren dag. Daarop zou ik antwoorden; dat dit geheel afhangt van het aantal en het karakter van zulke bezoeken, en ook van het al of niet gelegenheid hebben daarvoor op andere dagen der week.

Wie door de week voldoende gelegenheid heeft familie, vrienden en kennissen te bezoeken of te ontvangen, doe het liever niet op den dag des Heeren. Eigen stichting en voeding van het huiselijk leven zouden dan allicht schade lijden. Wie die gelegenheid niet heeft, doe het zóó matig en op zulk een wijze, dat het aan het een iroch het ander schaadt. Maar — waar drie kerkdiensten zijn zal men allicht niet door bezoekers overstroomd worden. En wie er "twee, zelfs wie éénmaal , ter kerk gaat, en dan nog Zondagsschool en Jongelingsvereeniging houdt, zal allicht niet veel tijd voor visites overhouden.

Hetzelfde bescheid geef ik in hoofdzaak óók op de vraag over het al of niet-geoorloofde van briefschrijven en wandelen op Zondag. Maar ik beken, dat deze en dergelijke vragen me vreemd ©n pijnlijk aandoen. Al geef ik toe, dat ze in een bepiaalde omgeving en onder bepaalde omstandigheden ernstige vragen kunnen worden — in het algemeen klinken ze me te wettisch, teveel alsof we Joden waren. De Heere gaf óns niet, als eenmaal Israël, een stel voorschriften voor de heiliging van zijn dag: dat wel en dat niet. De heiliging, welke Hij van ons vordert is een g e e s t e 1 ij k e. Laat ons die zoeken. Dan vinden we in de uiterlijke dingen vanzelf den weg, en ontkomen we aan de ontheiliging van 's Heeren dag door werkheiligheid en dooden vormendienst.

K. F.

Correspondentie. A. L. B. te A. Mag ik er u opmerkzaam op maken, dat in het door u geïncrimineerde artikel de beschuldiging van-liederlijkheid niet voorkomt? Die van profanatie ea spotzucht had ik geen recht, zonder meer als laster af te wijzen en te bestraffen. En ik vrees, dat ook uw ervarmg, zoo u bedoelde kringen kent, u dat recht niet gooit. O! ik „de gelijkstelling van lid van-den Protestantenbond = ongeJoovig" voor mijn rekening neem? Het doet me leed daarop bevestigend te moeten antwoorden. Doch ik verzoek u te bedenken, dat „ongeloovig" in dit verband met bedoelt: zonder alle gelooj aan eeu hoogere of geestelijke wereld, maar: zonder geloof in Chrisielijken zin.

F.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

GEESTELIJKE ADVIEZEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1924

De Reformatie | 8 Pagina's