GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HET BOEK VAN DE WEEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HET BOEK VAN DE WEEK

9 minuten leestijd

De Hel in Rusland, door F. A. Mackenzie, vertaling van Frederika Quanjer. N.V. J. M. Biredée's ü. M. — Rotterdam.

In ons land zijn in de grootere plaatsea protestvergaderingen gehouden tegen de geloofsvervolgingen in Rusland. Uit de verslagen daarvan bleek, dat men wel onder den indruk verkeert van wat in den Sovjet-staat gebeurt. Maar als men nagaat, hoe dilcwijls en op welk een toon er in den dagelijkschen omgang over gesproken wordt, dan komt men vanzelf tot de konklusie, dat er van echte ontroering onder ons weinig sprake is.

In het rijk, waarover Stalin een van bloed druipenden degen zwaait, worden menschen vermoord, alleen omdat zij christenen zijn en... wij blijven er kalm bij.

Daar worden mannen en vrouwen, die niet meer misdaan hebben dan g'ij en ik, met den honger gestraft en... onze maaltijden smaken er niet minder om.

Daar worden zij, die in stilte godsdienstoefeningen bijwonen, opgejaagd als een veldhoen op de bergen en... ons gebed wordt er niets vuriger om.

Zeker, wij peinzen weleens of uit Rusland misschien niet de Antichrist zal voortkomen. Maar we schikken ons daar vaak onder met ©en zeer "onchristelijk fatalism.e.

Ons volk moet wakker geschud worden om met open oog te aanschouwen de gruwelen, welke in Rusland worden bedreven.

Onze zielen moeten worden geschokt.

Onze monden moeten schreien tot God. open .gebroken om te schreien tot God.

Ontferming, waarachtige, christelijke ontferming moet ons doortrekken, ons bewogenheid geven, die meer is dan een morgenwolk, ons onrustig houden, ons op middelen doen zinnen, om de vervolgden te hulp t© komen.

Daarom begroeten we alles wat ons uit onze ijzige kalmte kan doen opschrikken.

Daarom begroeten we de boeken, welke hierover verschijnen en ons ©en getrouw beeld bieden van wat er in dat moordenaarsrijk voorvalt.

Daarom begroeten we ook het boek van Mackenzie.

Men vergisse zich in dit werk niet.

Men reken© niet op sensationeele beschrijvingen.

De groote onzedelijkheid, welke er in Rusland heerscht, wordt er ternauwernood in aangeroerd.

Ook de geloofsvervolgingen worden met groote soberheid beschreven. Schildering van bloedige tooneelen, ofschoon die zich op groote schaal hebben afgespeeld, zal men hierin tevergeefs zoeken.

Alle zucht om opwinding te veroorzaken, is Mackenzie vreemd.

Dit zal wel daaraan moeten worden toegeschre^ ven, dat hij een nuchter aangelegd journalist is, wien het meer om feitenmateriaal te doen is dan om temperamentvolle exclamaties.

Misschien schuilt hier ook taktiek achter. Mackenzie toch is van oordeel, dat het Russische volk slechts te helpen is, met het zijn sympathie te toonen en zedelijken steun te verleenen. Alle aktieve inmenging acht hij verkeerd. Dank zij de wijze, waarop de Russen zijn voorgelicht, zouden zij die als een aanslag op hun land opvatten en niet als een bevrijdingspoging. Ook is hij bang voor politieke, economische en moreele uitsluiting van Rusland. „Groote aantallen intelligente, jonge Russen groeien op met een totaal verkeerde opvatting van het leven, de toestanden en den geest van de vrije natiën. De doorsnede Russische werkman verneemt en gelooft heden ten dage, dat de Britsche arbeider een vertrapte slaaf is. Zelfs de doorsnede Rus, die geen communist is, beschoawt ons in zijn hart als een natie, die brandt van haat jegens zijn volk. Waarom zonden wij het spel van de communisten spelen, 'die trachten hun slachtoffers moreel en intellectueel te isoleeren? " Hij gaat nog verder. „Ik wensch betrekkingen te handhaven en uit te breiden, opdat het volk van Rusland ons geloof, onze doeleinden en onze idealen zal zien, zooals ze werkelijk zijn". Hij wil alleen, dat de wereld protesteeren zal, met verontwaardiging protesteeren. Of dit helpt? Hij meent van wel. Toen na 1929 luide afkeuring uit verschillende natiën tegen de geloofsvervolgingen werd uitgesproken, antwoordde Moscou eerst met boosheid „en het schf^sn als werd het lijden der menschen nog heviger. Maar. terwijl ifc dit schrijf, beginnen er boodschappen uit communistische bronnen uit Rusland te komen, waaruit blijkt, dat de communistische houding jegens de kerken gewijzigd moet worden."

Laat TVIackenzie zich niet te zeer door opportunistische oogmerken beheerschen? Ik vrees. Of een Europeesche staat betrekkingen met Rusland zal aanknoopen en uitbreiden is bovenal een kwestie van politieke ethiek. En met dit ethische probleem laat de schrijver zich niet in. Dat is ©en heel zwak punt in het boek. De vraag: zijn wij verantwoord, als wij met zalk een anti-godsdienstigen staat betrekkingen onderhouden, brandt in de christelijke consciëntie. Daarover mag niet heengeloopen. Trouwens, Mackenzie is hier en daar met zichzelf in tegenspraak. Als hij nadeelen ducht van vreemde aktieve inmenging en daarvoor een beroep doet op de Russische volksziel, dan staat daartegenover, dat hij in een gevangenis in Midden-Siberië een Isede om verlossing tot hem, den vreemde, hoorde richten. „Toen ik naderde, hieven zij een beroemden zang van Russische gevangenen aan, de tragische smeekbede van ©en gevangene om vrijheid. „Verbreek onze boeien! Geef ons de vrijheidI" klonk het refrein. „En wij zullen u leeren, hoe gij de vrijheid moet liefhebben." De gang weerkaatste het hartverscheurende pathos van de zoo mooi samenklinkende mannenstemmen."

Van aktieve inmenging zouden we ons niet mogen onthouden, indien Go'd er ons de rrtacht toe had verleend. In Hongarije gedenkt men nog altijd met dankbaarheid, hoe eeuwen terug onze De Ruyter een aantal Hongaarsche predikanten van de galeien heeft verlost. En nog altijd is het een vraag, die ons niet loslaat, of de Volkenbond niet zou Imnnen ingrijpen. De „doorsnede Rus" zou dit uit haat mogen verklaren, al spoedig zou het hem aan het verstand kunnen worden gebracht, dat de drijfveer een geheel andere was. Dan, we kunnen voorloopig niet ajiders dan bidden en protesteeren.

En om te protesteeren verschaft Mackenzie ons m-ateriaal, dat alle kenmerken van betrouwbaarheid vertoont. Van 1921 tot 1924 vertoefde hij in Rusland en had toegang tot de hoogste kringen. In 1925 en '2G hield hij verblijf in Stockholm en bezocht dikwijls de grenssteden in Finland, Estland ©n Lithaucn. „Sindsdien", zoo zegt hij, „heb ik bijzondere middelen te baat genomen, om met den Russischen toestand in aanraking te blijven. Wat die middelen zijn en hoe zij aangewend worden, behoeven wij niet te vermelden". Dat laatste is stellig ook niet geraden. Daardoor zou hij' zijn eigen bronnen toestoppen en menigeen in onge--.legonheid, . zoo. niet .in doodsgevaar brengen.

Mackenzie coïiceatreext zijn werk op de geioofsvervolgingen. Slechts beel in het voorbijgaan rept hij van maatschappelijke ellende. De tendenz van het boek wordt weergegeven in de eerste zinsnede van het tweede hooMstuk: „'Ik beschuldig de Qommnnistische Regeering van Rusland van overlegde, systematische en voortdurende vervolging van den Godsdienst, een vervolging, die afschuwelijker, gestrenger en op grooter schaal wordt uitgevoerd dan sedert eeuwen door de wereld gezien is. In de Donkere Eeuwen hebben Regeeringen eenige godsdiensten vervolgd. De Rjegeering vervolgt allen Godsdienst".

Ook dit j'accuse klinkt nog gematigd. Op de groote protestvergadering in de Albert Hall te Londen, waar ook kenners van de Russische toestanden optraden, werd een veel sterker geluid vernomen. Daar werden ook hooger cijfers van martelaren genoemd, die recht geven om te konkludeeren, dat de wereld nog nooit zulk ean vervolging heeft aanschouwd. Blijkbaar wil Mackenzie niets pubUceeren, dat hij niet persoonliifc kan verantwoorden. Dit pleit voor hem.

Maar hoezeer hij zichzelf ook inbindt, de toestand, gelijk hij dien beschrijft, is nog afschuwelijk genoeg. Hij schreit ten hemel. „De regeering", zoo deelt hij mede, „houdt een staatsdepartement in stand, wiens eenig doel is, controle uit te oefenen, ten einde den Godsdienst te vernietigen en dit departement heeft veroorzaakt en veroorzaakt nog de arrestatie en gevangenhouding van vele duizenden godsdienstige leiders en krachtige werkers, die onder onmenschelijk strenge omstandigheden in ballingschap worden gezonden. Velen zijn gestorven .en het leven van nog meerderen is volkomen vernietigd."

Vooral tracht het Bolsjevisme de ouders te treffen in de kinderen. Het onderricht in het atheïsme is verplicht. De oudere vrouwen en mannen kuimen mij niets schelen, zei een vooraanstaand Communist tegen hem. „We kunnen niet hopen hen te bekeeren, want zij zitten in hun gewoonten vastgeroest. Laat die maar naar hun hocus-pocus, hun zigeunertoovenaars, hun sacramenten of diensten gaan, zooals het hun belieft. De komende generatie is onze." Zondagsschoolonderwijs te geven wordt zwaarder gestraft dan het begaan van een moord.

De schrijver heeft de ballingen om des geloofs wil opgezocht tot in de ellendigste oorden. Hij heeft jsich een reis getroost naar Archangel en Pechora. Maar de toegang tot Solovetsky, het beruchte eiland in de Wiitte Zee, overbevolkt met verbannenen, werd hem geweigerd. Toch gelukte het hem allerlei bijzonderheden te weten te komen. Dat eiland is volgens hem de He) van Rusland. Wij houden niet van dien naam. Hoe erg het daar ook gesteld moge zijn, wie uit de Schrift heeft verstaan, wat de plaats der pijniging is, durft dit woord op geen oord of toestand ter wereld toepassen, ïer verontschuldiging van Mackenzie kan dienen, dat tegenwoordig „Hel" algemeen misbruikt wordt. Barbusse betitelde het 'leven in de loopgraven als de hel. En allerlei beklagenswaardige toestanden worden daarmee getypeerd. Doch in dit opzicht weet men niet, wat men ze; gt. Niettemin, Solovetsky is een schande voor de menschheid. Daar wordt gezucht: „Hoe lang nog, o Heilige en Rechtvaardige Heerscherl"

Het boek bevat ook eenige illustraties, waai'onder een viertal spotprenten uit het blad „Bezboznik", de „Atheïst". Ge gruwt van zulk een profanie. Onder een afbeelding van Het Laatste Avondmaal leest men: „Drinkt gij allen, want dit is mijn eigen gedistilleerde whisky, die voor u gedronken wordt en voor ons en voor velen. Hoeral" Hieruit blijkt, beter dan zich dooT woorden laat uitdrukken, tot welk een hoogte de Godslastering in Rusland is geklommen.

Over Ruslanjd zijn boiefcen geschreven met meer sentiment dan idit. Wie ze heeft gelezen, leze dit ook. Hij zal zich wachten' voor overdrijving.

En wie dit heeft gelezen, leze ook een boek met meer sentiment. Het zal hem doen trillen van heiligen toom.

Wiant zoo kil als wij èr op het oogenblik onder zijn, mogen we niet blijven. Of denkt gij in Kaïnstaai: Ben ik mijns broeders hoeder?

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1930

De Reformatie | 6 Pagina's

HET BOEK VAN DE WEEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1930

De Reformatie | 6 Pagina's

PDF Bekijken