GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Toor bet publiek.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Toor bet publiek.

7 minuten leestijd

En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elisa ging er door. Als nu de kinderen der profeten, die tegenover te Jericho waren, hem zagen, zoo zeiden zij: e geest van Elia rust op Elisa..., . 2 Kon. 2:14, 15.

elk moment van 't O.T., js toch weer betrekkelijk arm; daarom is er VOORUITGANG, als Elisa, schoon zelf nóg '„vader" heetend, een gewoon sterfbed heeft, en - als de Dooper (die immers „Elia" heet) straks sterft in een kerker, tegenbeeld van hemelvaart; want alle oud-testamentische aristocratische ambtsdragers moeten „minder worden", Christus moet „wassen". Daarom is het volstrekt geen „tractatie", als Elisa dat zien „mag", hij „MOET" het zien, en zijn meester weet, naar boven gaande: „nog is het einde niet".' Enzoovoort,

6. Baulus' doorn in het vleesch. Verkeerd: Paulus' lijden dadelijk co-ordineeren met elke zuster, die den dominee "hij zich heeft omdat ze ziek is. Goed: een poging, om het speciale van Paulus' als apostel te zien: verband tusschen zijn doorn en zijn prediking, en de plaats, die 't WOORD (dan wel Paulus' „visioenen") daarbij hebben; heteekenis van zulk een „vreemden" lijder als „dwazen" heraut van het Evangelie der „dwaasheid" in het cultuurdronken, keizer-vergoddelijkende heidendom van Christus' dagen.

Eindelijk; Iaat niemand, denken aan-pedante, critiek op collega's. Ik zie zelf, nog eens, veel fouten in eigen werk; erken, dat onze predikanten h^ zoo goed als geen gereformeerde litteratuur hebben, want de geschiedenis der Godsopenbaring is tot nu toe alleen in onvoltooide, fragmentarische, dictaten onder ons behandeld; voorts is er een groot gevaar van inlegkunde (ik vermoed, dat dan ook velen ze zullen „zien" in bovenstaande voorbeelden); en eindelijk: onze predikanten hebben veel te veel werk. Neem de leerlingen van welke faculteit ge maar wilt, dokters, advocaten, enzoovoort; leg hun den eisch op, twee maal jer week een uur ongeveer te spreken voor een zoo gemengd „publiek" als de' dominees hebben, met gezag van God te spreken over een onderwerp uit hün „wetenschap", en dan met erkenning van de encyclopaedische plaats, die dat onderwerp heeft in hun wetenschap, geef hun daarbij minstens evenveel bijwerk al de 6 dagen van de week; en ik ben er zeker van, dat zij het geen haar beter zullen doen, nu als groep genomen; en ook, dat veel .critiek op dominees zou verstommen.

Ik treed dus niet als criticus op, "doch wil alleen duidelijk zeggen, hoe m.i. de zaken staan, als wij ze belichten uit wat wij toch immers als ons geloof belijden voor God; — en welken kant het langzaam, maar zéker; uit moet. Want dat het tot nu toe mis gaat, bij anderen en mijzelf, daar ben ik vast van overtuigd. Een „enquête" over de prediking helpt me ook niets; want de vragen om reformatie van de prediking zijn dikwijls verre van de reformatie zelf; ze zijn er óók naar, die vragen

Volgende week enkele oj> merkingen ten besluite.

K.S. hooge openbaring van-zijn geloof te brengen. Elisa kwam niet eenzaam, in stilte, aan den waterrand, zoodat hij, ongezien, eerst nog de kansen kon overwegen, en gelegenheid had te wachten, te berekenen, en te twijfelen; hij kon zijn geloofsstuk niet eerst eens heimelijk beproeven; maar God zet hem direkt voor de publieke tribune. God forceert het.


') Verschillende manieren, om een tekst te „bezien", „te benaderen, „op te vatten", „aan te pakken" (zooveel woorden, zooveel ongelukken).

') Wat zijn korte preeken? Een scheurkalenderblaadje, uitge'rekt in 3 kwartier, geeft een lange, een brochure, saamgedrongen in 5 kwartier, geeft een korte preek. Maar 't volk zegt, dat de eerste kort, de tweede lang is o volk!

') Toch krijgen we in bijna alle bladen constructies van de ziel van Eli, omdat er een bed, en een stoel, deze dan twee keer, in het verhaal voorkomen: Zie voorgaand nummer.

Het is voor Elisa's geloofskracht van groote heteekenis geweest, dat hij zijne wonderdaad te verrichten had ten aanschouwe van een groote groep menschen.

Blijkbaar heeft God dit zoo gewild. De vijftig profetenzonen, die aanvankelijk Elia en Elisa tot aan den Jordaanoever hadden vergezeld, zijn daar gebleven. Zij wisten, dat Elisa alléén zou terugkomen, en zij wilden zooveel mogelijk van alles getuige zijn. Straks verschijnt dan ook de profeet op den tegen overliggenden oever, en aller opmerkzaamheid is op hem gericht. Ongetwijfeld heeft God dit aldus beschikt, opdat het aanschouwen van Elisa's geloofsdaad de profetenleerlingen zou brengen tot erkenning van Elisa's gezag. Maar de Heere heeft het óók gedaan voor Elisa zèlven. Immers heeft Hij het als middel gebruikt om het geloof van Elisa tot krachtige uiting te brengen. Er was publiek bij. Vijftig menschen stonden aan den overkant in de grootste aandacht toe te zien; * juist zulke menschen voor jvie Elisa's geloofspacht nu moest uitkomen. Dat was van Gods ^ant een sterke maatregel om den profeet tot

Dat was een sterke maatregel. Maar het was wijsheid, goddelijke leiding voor den joaigen knecht des Heeren. En mede door deze uiterlijke omstandigheden heeft de Heere Elisa de verantwoordelijkheid voor zijne houding en optreden doen gevoelen, en hem genoopt om zijne geloofskracht, biddend, tot de hoogste spanning en de rijkste uitwerking te brengen.

Uiterlijke omstandigheden, — zeker; — maar hebben wij voor de waarde daarvan en de bedoeling Gods daarmede wel genoegzaam oog?

Wij zijn diep overtuigd, dat onze geloofskracht afhangt van i n n e r 1 ij k e omstandigheden. En terecht. De Christen heeft zijne eenzaamheid en zijne binnenkamer, waar hij in gebed en ootmoed dé kracht des Heiligen Geestes inroept en ontvangt. Oote Elisa had zoo "juist dezen verborgen omgang met God genoten, bij den open hemel en de bede om twee deelen van Elia's geest. En toch heeft de Heere vervolgens eene uiterlijke omstandigheid, — het bijbrengen van toeschouwend en afwachtend publiek, — aangewend om Elisa's geloofskracht hooger op te stuwen en tot rijker uitwerking aan te drijven.

En aldus handelt God nog altijd. Hij zet Zijne Kerk midden in de menschenwereld, en elk onzer persoonlijk dagelijks in het openbare leven. Uit zijn binnenvertrek treedt de Christen altijd weer onder 'toog van het pubhefc; een publiek, dat, gelijk de profetenzonen, scherp toeziet of hij nu de Jordaan van moeilijkheden door zijn geloof zal overwinnen. Op het kantoor of de beurs, in den trein of werkplaats, in winkel en bedrijf, — altijd is er eene tribune van toeschouwers. Zelfs ons ziekbed staat tegenwoordig in de groote zaal eener ziekeninrichting.

Verstaan wij Gods bedoeling daarmede?

Want nu komen de moeilijkheden en zorgen: ; allerlei beproeving, soms zware, wordt ons deel; — het is de Jordaan waar wij dóór moeten. En van rondom zijn de oogen pp ons gevestigd.

Beseffen wij dan onze verantwoordelijkheid als dienstknecht en dienstmaagd des Heeren? Wij, met den mantel van ons door God gegeven profetisch ambt? Gevoelen we den heiligen prikkel, dien God ons uit de toieschouwende omgeving doét toekomen, om ons geloof op te voeren tot hooge daden?

Ja, wij hebben, onze eenzaamheid, gelijk Elisa, waar wij bidden en roepen naar den hemel. Maar dan moeten wij voor 'tpubliek, elk voor het zijne. En ach, hoe wordt er dan geaarzeld en getwijfeld. Hoe vaak laten wij ons dan aan de menschen zien in de jammerlijkheid van ons klein geloof. Ho© loopen wij dan aan den Jordaanoever onzer beproevingen heen en weer, zoekend^ evenals de wereld, naar eene doorwaadbare plaats. En de toeschouwers wenden zich af. Zij hebben het gezien. Wij zijn gelijk zij. En de naam des Heeren wordt miskend.

Verstaan wij dan de les uit deze geschiedenis. En brengen wij haar, staande voor het diepe water onzer beproevingen, in practijk. Prikkele de wetenschap, dat veler blik op ons gericht is, ons tot diep gevoel van verantwoordelijkheid. En — hoe klein wij voor den Heere mogen zijn in de eenzaanor heid — staan wij voor het publiek in hooge geloofskracht; en beantwoorden wij de bedoeling, die God met onze omgeving heeft, door, gelijk Elisa, met een sterke roep naar boven, de wateren in het geloof te slaan; zoodat wij als koningen schrijden door beproeving en leed, en men op ons toetrede met de bekentenis: — de Geest des Heeren rust op hen.

V. A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Reformatie | 8 Pagina's

Toor bet publiek.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken