GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Opgestaan.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opgestaan.

4 minuten leestijd

De Heere is waarlijk opgestaan. Luc. 24 : 34b.

Paschen.

Het Paaschfeest is 'c meest blijde feest onder de christelijke vierdagen.

De Heere is waarlijk opgestaan!

Dat is de blijde Paaschjubel, die, schoon voor het eerst aangeheven in den avond, niet als 'n avondlied mag wegsterven in de verte, maar als een dankbare morgenzang moet opklinken naar omhoog, den vroolijken dag tegemoet.

De Heere is waarlijk opgestaan 1

Ziet! Wat de discipelen hebben uitgeroepen aan den avond van den opsl; andingsdag, nog vóór zij Jezus zagen, dat is geworden de kern van hun prediking, waarmede zij overwinnend de wereld zijn ingegaan, en deze hebben gelegd aan Jezus' voet.

Sinds dien blijden Paaschdag in Jeruzalem werd dit de morgengroet der christenen, waaarmede zij elkander welkom heetten aan de plaatsen des gebeds, op eiken eersten dag der week, en, in ontelbare bedehuizen is van eeuw tot eeuw die blijde klank herhaald.

Nog gaat in de Grieksche Kerk in het Oosten van Europa, naar ik ergens las, de geestelijke op Paschen uit, en treedt hij in de vroeg'te iedere woning binnen, om liet allen toe te roepen: de Heere is waarlijk opgestaan!

Ja, het Paaschfeest is het meest 'ÏDlijde ïeest onder de christelijke vierdagen.

En geen onzer kerkelijke feestdagen overtreft in ouderdom van viering den dag der 'Opstanding.

Hoe vèr nien ook teruggaat in de kerkelijke historie, immer vindt men dezen dag met blijden jubel begroet. Geen wonder ook!

Immers! De wieg der gemeente staat bij 't ledige, 't geopende graf van haren Heere.

En zoolang de kerk des Hoeren gestaan heeft als een stad op den berg, van wiens top do vreugdevuren hun glanzen uitzonden in de wereld, deelde ook déze zelfs in die vreugde mee. Helaas! Dat is th^ns uit!

De wereld heeft zich grootendeels onttrokken aan den invloed van Christus' Kerk.

En, van den opstandingsjubel om den Heere der gemeente wil zij thans niets meer weten.

Zii heeft zich met den dood verzoend!

Want aan 't eeuwige leven gelooft ze niet meer, zelfs niet meer mot „historisch geloof".

Planten sterven, dieren sterven, menschen sterven, het is een doorgaand natuurprooos, een onverbrekelijke natuurwet, zegt men dan.

Alleen in het midden der gemeente des Heeren is er dus voor den Paaschjubel nog plaats.

Maar — daar zij dan ook 't Paaschfeest nog het blijde feest!

Neen! Wij wenschen niet die vreugde, welke aardsch in haar wezen heeten moet, luidruchtig, wéreldsch in haar openbaring is.

Die blijdschap, die de H. Schrift noemt: het lachen der dwazen, èn, dat ze vergelijkt met 't geluid van doornen onder een ziedenden pot.

Maar, aan de andere zijde, waar is de heilige feestvreugde, die de gemeente van Christus betaamt ?

O, zeker! Ge zoudt ons kunnen tegenvoeren, dat er zoo vele zorgen zijn in hot persoonlijk leven, ook van de kinderen Gods.

Dat er zoo veel kommer is, ook in oiize gezinnen, bij den druk van 'ttijdelijk bestaan.

Dat er zoo veel smart is in het gemeenschapsleven, ook in Jezus' kerk.

Smart en zorgen en zonden, die een belemmering zijn voor de blijdschap, èn die het loflied zelfs op dezen dag weerhouden.

Ge zoudt ook kunnen zeggen, dat ge reeds zoo vaak het Evangelie van den Paaschdag hebt gehoord. Dat het aantrekkelijke van het nieuwe zijn bekoring u niet meer geeft, noch geven kkn, als in de eerste dagen. En dat die blijde verrassing na doodelijke droefheid, zooals de eerste discipelen die hebben gekend, door u niet meer zóó kan worden gesmaakt.

Daar mag iets waars zijn in dit zeggen.

Maar toch! Als gij de kracht van Christus' dood en opstanding aan eigen ziele hebt ervaren, dan moet u toch een glans van vreugde over uw aangezicht glijden bij de herdenking van Jezus' overwinning en heerlijkheid, en belijdt 'ge met den Apostel: gestorven om onze zonden, maar nu opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Ach! Als het daar maar niet aan ontbreekt, dat gij de kracht van Jezus' opstanding niet ervaren hebt, en niet zeggen kunt: ik l)en met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vleesch leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.

Ach! Dat niet daarom de ware, echte vreugde van Paschen door velen thans wordt gemist!

Onderzoeken wij ons zelf, of wij Jezus kennen, èn, de kracht Zijner opstanding. Of wij door het geloof aan Hem, den Levensvorst, verbonden zijn.

Dat alleen geeft moed, bezieling in het leven vol van strijd en moeite.

Dat alleen geeft troost, eenmaal in de ure van het sterven, anders vol van nood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1932

De Reformatie | 8 Pagina's

Opgestaan.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1932

De Reformatie | 8 Pagina's