GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PERSSCHOUW

6 minuten leestijd

DS ALGRA STELT ZICH VOOR.

. Zoals onze lezers bekend is, zal, zo de HERE wil. Ds Algra van Waardhuizen naar Borneo vertrekken om daar onder de Daya's of Daja's (ik gebruik d i t woord, omdat Ds Algra het ook doet, vroeger heeft men niij een en ander bijgebracht over de D a j a k s) het Evangelie te verkondigen. Hij „gaat uit", gezonden door de kerken van Groningen en ommelanden. In het Zendingsblad van deze kerken stelt Ds Algra zich aan de broeders en zusters daar op zo'n originele en sympathieke wijze voor, dat we deze „zelfvoorstelling" aan de Reformatielezers niet willen onthouden. We doen dit vooral opdat Ds Algra geen enkele dag in het gebed van alle gelovigen worde vergeten! Dat is het belangrijkste en meest noodzakelijke zendingswerk dat wij in Holland kunnen verrichten. Onder het kopje „Kennismaking" schrijft Ds Algra:

In de oude jaarboekjes van de Christelijk Afgeschei- ' den gemeenten was het , , Mengelwerk" het meest gelezen gedeelte. Toen dit „Mengelwerk" verdween, vonden de , , In Memoriams" de gretigste lezers. De dominees lazen natuurlijk dadelijk het „kerkelijk jaaroverzicht", maar de , , gewone" mensen zochten eerst de levensbeschrijvingen van de gestorven predikanten en ze hadden dan maar het liefst, dat het persoonlijken gezinsleven van die Dienaren ook niet al te beknopt beschreven was. Begrijpelijk. Onze belangstelling richt zich meestal éérst op de persoon, daarna op zijn werk. Wij kunnen bijv. heel wat van Calvijn lezen, zijn Institutie, zijn preken, zijn brieven, maar we lezen liever vooraf een boeiende beschrijving van zijn leven. Als we de mens hebben leren kennen, krijgen we ook belangstelling voor zijn arbeid.

Nu ben ik natuurlijk geen Calvijn, en zendingswerk heb ik nog niet gedaan. Ik heb nog nooit een Daya gezien, laat staan hem het Evangelie verkondigd. Maar ik hoop het over niet al te lange tijd te mogen doen. U hebt mij daartoe beroepen, u wilt mij zenden naar dat verre land der Daja's; uw kerkeraden hebben namens u allen beloofd, dat er voor mijn vrouw, mijn kinderen en mij steeds zou worden gebeden in uw kerken en in uw huizen; U zult belangstelling hebben voor mijn zendingswerk straks. Het leek mij eerst wat een rare bezigheid, dat Ik nu zo'n stukje ter kennismaking zou schrijven, maar nu ik denk aan uw gebed, uw offeranden en uw belangstelling, nu vind ik het toch wel dienstig om het te doen.

Ik zal u eerst mijn vrouw maar voorstellen. Zij is een Emmens, geboren in 1922 en stamt, naar men zegt, af van Ubbo Bmmius. In Groningen welbekend. Ze is wees. Haar vader, A. S. Emmens, was een Groninger, hij is hoofd geweest van de Chr. school in Oostwold, gem. Leek. Hij stierf in het ziekenhuis te Groningen, vrij jong. Zijn weduwe bleef met vijf kleine kinderen achter; het gezin heeft lange tijd in Drachten gewoond en later in Leeuwarden (Huizum). Daar is ook de moeder gestorven. Mijn vrouw is onderwijzeres geweest o.a. in Berlikum en Drachten. We deden op dezelfde dag belijdenis (in 1942) in de Geref.' Kerk van Huizum.

Ik ben geboren 1 Sept. 1923 in Leeuwarden. Evenals mijn vrouw werd ik Christelijk en godzalig opgevoed. Wij hebben allebei juist daarin veel aan onze ouders te danken en veel de Heere te loven. In mijn gymnasiumtijd heeft br J. v. Dijk, de huidige voorzitter van Meschobor, geprobeerd mij wiskunde bij te brengen. Dat heeft hem veel moeite gekost, want ik deed niet erg mijn best. Hij, met zijn vurige zendingsliefde schreef me de laatste weken in de dagen van mijn beslissing, een paar hartelijke brieven; als ik dat handschrift dan zie, hetzelfde als van de wiskundestellingen op het schoolbord, dan schaam ik me nog een beetje. Ik hoop, dat hij nog wat gespaard blijft in dit leven, en zo, als wij straks D.V. op Borneo zitten, wat meer plezier van zijn leerling beleeft dan vroeger.

In 1948 ben ik in Kampen geslaagd voor mijn cand.examen. We zijn toen getrouwd en de pastorie van Waardhuizen ingetrokken. Misschien kunt u Waardhuizen op uw kaart niet vinden, maar dat ligt dan aan die kaart. Het is eigenlijk geen dorp, maar een streek in het Land van Altena. Bekend land uit de dagen van de Afscheiding, Scholte, Gezelle Meerburg!

We hebben niet bepaald een rustige tijd gehad daar. We waren er nog maar net, toen we alle kerkelijke goederen moesten afstaan aan een kleine synodale minderheid. De gemeente heeft twee zomers gekerkt in een stal en een poosje in een noodkerk. Uit onze oude pastorie zijn we verdreven en een winter hebben we toen in een boerderij ingewoond. Leerzaam voor een dominee's gezin! Je leert dan pas goed het leven van je gemeenteleden kennen; je weet van hun risico's en hun zorgen. En als je eentje ziet slapen in de kerk, dan weet je dat de oorzaak wellicht ligt in een hele nacht waken bij een paard dat een veulen moest krijgen.

Maar we hebben gelukkig ook mogen zien hoe eerst een nieuwe pastorie en later een nieuwe kerk verrees. Een prachtig complex. In de gemeente zijn ook wel eens moeiten geweest, maar toch, het werken was er heerlijk. We zijn allebei van de broeders en zusters in Waardhuizen gaan houden; van de ouderen en vooral ook van de jeugd. We hadden graag nog wat willen blijven; het breken van banden, die zo sterk zijn, doet pijn. Maar als de Heere roept, dan moeten we gaan. En nu de beslissing eenmaal gevallen is, dat we naar Borneo zullen gaan, nu gaat het werk ook hoe langer hoe meer lokken.

We kregen van de Heere twee jongetjes, de oudste, Hendrik, is nu 13^ jaar, de jongste, Ameling, 3 maand.

Dit was dan de eerste kennismaking, 't Was allemaal maar heel gewoon, maar u weet dan toch iets. Ik hoop vaak in dit blad te mogen schrijven en te vertellen hoe het, zo de Heere wil, straks gaat op Borneo. Mijn bedoeling is het steeds zo eenvoudig te doen, dat uw kinderen, die nog op de lagere school zijn, het begrijpen kunnen. Dat is voor de geleerden onder u misschien wel wat vervelend, maar ik zou graag willen, dat de jongens en meisjes hartelijk meeleefden, en dat doen ze wellicht beter, als ze van hun zendeling zélf iets lezen, dan wanneer iemand een apart jeugdhoekje verzorgen moet, dat dan weer begint met een luidruchtig: „Hallo, hallo, jongens en meisjes".

We maken nu eerst ons werk in Waardhuizen , , af", en hoe het dan verder gaat, weten we nog niet. We moeten eerst vergunning hebben om Indonesië binnen te komen en die vergunning wordt niet eerder gegeven dan wanneer we kunnen aantonen dat er woongelegenheid is. Over al deze dingen, hoop ik een vol­

gende maal meer te kunnen zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1952

De Reformatie | 4 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1952

De Reformatie | 4 Pagina's

PDF Bekijken