GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Ditmaal vestigen we de aandacht op een schets van ons kerkelijk leven sinds 1816, voorkomende in de Soerabaya-cotirant van 25 November.

We lezen daar:

Op staatkundig en religieus gebied openbaarde zich een merkwaardige strooming des geestes.

Door onze eerste constitutie van 1798 werd de Neder!. Herv. Kerk van den Staat gescheiden en de kerkelijke goederen werden nationaal eigendom.

Willem I nam in 1816 de Hervormde Kerk onder zijn opperbestuur en liet uit 's Lands kas predikantstractementen uitbetalen, als rente der pastorale goede ren, welke in 1798 waren genaast.

Tevens vaardigde de Synode onder 's Konings goedkeuring een reglement uit, waarbij ieder aanstaande predikant moest verklaren, dat hij de leer, overeenkomstig den Bijbel, in de formulieren van eenigheid der Dortsche vaderen vervat, aannam.

Velen vatt'en dit op: voor zooverre, anderen omda die leer met den bijbel overeenkomt. Daardoor werd de deur opengezet voor de Leer vrijheid, welke onder oogluiking der Synode hoe langer, zoo bandeloozer werd, totdat zij haar toppunt bereikte door de opkomst der moderne theologie.

Deze voortschrijdende beweging werd vooral sedert 1848 toegejuicht en gesteund door de «bourgeoisie satisfaite" der steden, welke door de revolutie als kiezers invloed kunnende uitoefenen op het bestuur en ware van de dominokratie der vore eeuw, nog altijd teerde op rationalistische denkbeelden der Voltairiaansche periode.

Maar nu die «bourgeoisie" het hecht in handen had, wilde zij ook heerschen en vergde op onderwijsgebied een neutraliteit, welke op den duur onmogelijk geble ken is. Het meerendeel der landelijke bevolking en het volk achter de kiezers in de steden, begeerden die neutraliteit nif»t; zij richten eigen scholen op, waar onderwijs gegeven werd in den geest der vaderen en weigerden beslist gebruik te maken van weelderig ingerichte schoolgebouwen, door den staat in hun midden gesticht, die zij als belastingschuldigen mede mochten betalen.

Zij beweerden in hun eenvoud, dat in zake onderwijs en opvoeding de kinderen aan de ouders, niet aan den staat toebehoorden.

In hun verzet werden zij gesteund en geleid door den edelen Groen van Prinsterer «l'advocat de la classe méconnue" zooals Cohen Stuart hem noemt en van wiens geestesrichting de geleerde De Bosch Keraper in zijne «Geschiedenis van Nederland na 1830" getuigt: »dat deze zeker de meest sterk uit gedrukte richting des volks was en de voornaamste grief tegen de richting door Thorbecke gebaand: dat deze streed tegen Nederlandsche beginselen."

Niet beter kon het kenmerkend onderscheid tusschen Groen en Thorbecke, die beide banierdragers in ons land van de hoofdstroomingen dezer eeuw op het gebied des geestes, aangeduid worden.

Steeds hebben de vrije Nederiandsche beginselen zich heftig aangekant tegen allen gewetensdwang.

Dit is zóó waar, dat zelfs liberalen het drijven hunner partij moede werden en dat de minister Pijnacker Hordijk, die »vom Hause aus" lil^eraai was, gedu rende zijn kortstondig ministerie in 1881 een lans brak voor de onderdrukte «antirevolutionairen."

Na den dood van Groen in 1876 werd de leiding van zijne partij overgenomen door Dr. Kuyper, Mr. Keuchenius en jhr. Mr. De Savornin Lohman.

Deze laatste, die reeds op jeugdigen leeftijd Raadsheer was in het Hoog Gerechtshof van N.Brabant en in 1880, als praeses van de commissie der rappor teurs voor het nieuwe strafwetboek van Modderman, zijne medewerking beloond zag met het «vitus nobilitat, " stelde zich voornamelijk tot taak, om het goed recht zijner partij op staatsrechtelijk gebied te bewijzen.

En verder:

Ook op kerkelijk gebied werkte hij mede om de Nederl. Herv. kerk op haar ouden grondslag terug te brengen en haar los te maken van eene Synode, die zoo verdraagzaam geworden is, dat zij de meest heterogene personen tot den evangeliedienst toelaat.

De belangrijkheid van dezen strijd kan niet te hoog geschat worden, hij dateert reeds van 1834 toen Hen drik de Koek, predikant te Ulrum, doordrongen van de overtuiging, dat de rationalistische geest van de Nederl. Herv. kerk op afval van het traditioneele Christendom moest uitloopen, de Afgescheiden kerk stichtte.

Die strijd van de solide, behoudende kern onzer natie heeft dus bijna 60 jaar geduurd en kan vergeleken worden met dien onzer Transvaalsche broeders, die door hun president den ex modernen dominé Burgers voor bekrompen geestdrijvers en lafaards werden uitgemaakt, maar onder aanvoering hunner geestverwanten Joubert en Krüger eene onvergetelijke zege op de Engelschen bevochten.

Het is verblijdend, dat ook in Indië belangstelling ontwaakt voor het kerkelijk leven in het moederiand.

Moge eerlang warme belangstelling in het Indische kerkelijk leven ten onzent, ook de kerk van Indië vrij maken.

KUYPER,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren