GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

In het Tijdschrift voor Geref. Theologie biedt de redactie ons ditmaal een opstel van Dr. L. WAGENAAR over fohan Fontanus^ Gelderlands hervormer; van den heer Ar. NOORDTZIJ over Bemoedigende Verschijnselen op het gebied der Oud-Testamentische Critiek; van Ds. E. F. H. WOLF over Aficha 5:12; en van Prof. BIKSTER-VELD, behalve recensiën, een verwijzing naar Froj. Eucken's oordeel over Calvijn. Van deze laatste studie zegt Prof. Biesterveld:

Dr. A. Zahn schreef in het sVorwort" voor zijne j.Studien über Johannes Calvijn, die Urteile katholischer und protestantischer Historiker des igjahrhundert über den Reformator": »die Zeiten sind vorüber, wo Calvin ein vergessener und verlasterter Mann war."

Dit is volkomen juist geoordeeld. Meer en meer begint men in onzen tijd de beteekenis van Calvijn te erkennen, en wordt zijn beginsel beter gewaardeerd, ook door hen die niet tot de Calvinisten willen gerekend worden.

In genoemd werkje geeft Dr. Zahn het oordeel van bekende mannen in deze eeuw over Calvijn. Volge hier het oordeel van Prof. Rudolt Eucken (niet: in de serie van Dr. Zahn opgenomen). Prof. Rudolf Eucken van Jena, schreef: die Lebensanschauungen der grossen Denker. Eine Entwickelungsgeschichte des Lebensproblems der Menschheit von Plato bis zur Gegenwart (Leipzig, Verlag von Veit & Comp.). In dit jaar verscheen de tweede omgewerkte druk.

Op pag. 287 spreekt hij over Calvijn, na eerst te hebben gehandeld over Luther en Zwingli. Hij zegt, dat bij Calvijn de grondidee van het Gereformeerde Christendom in andere kleurschakeering verschijnt dan bij Zwingli. Bij de natuur van Calvijn, geroepen tot heerschen en organiseeren, regeert een strenge systematiek en eene ijzeren consequentie; alle onderscheiding moet zich in een enkelen gedachtenbouw »gliedmassig" invoegen._ Maar niet slechts de vorm, ook de grondgedachte is veranderd. De denkwijze wordt theocentrisch naar de manier van Augustinus; de eere Gods is de centraal-idee; alle creatuur moet de heerlijkheid Gods dienen; het is de wil Gods die over alles op een voor den men'ïch raadselachtige wijze beschikt. Alle twijfel en alle natuurlijk zelfvertrouwen is hier zonde tegen de majesteit Gods; alle leven van den mensch mag alleen Gode gewijd zijn, gelijk het Hem van huis uit toebehoort; God werkt overal direct, zoodat er geen secundaire oorzaken en geen menschelijke tusschenkomst noodig is; ook den cultus moet alles verre blijven wat het zuiver geestelijk wezen in het zichtbare neertrekken kan.

Daarbij wordt ook hier de > Thatigkeit" van den individu ten volle gehandhaafd, ja zelfs nog versterkt (in onderscheiding nl. van Luther.) God zelf wordt alï de hoogste en onophoudelijk werkzame activiteit begrepen; daarom moet ook de dienst Gods die van een arljeidzaam leven zijn.

Maar die sThatigkeit" verliest hier den trek van zonnige vrolijkheid, dien ze bij Zwingli heeft; zij ontvangt een streng, zwaarmoedig, duister karakter; het leven wordt een harde en rustelooze strijd voor de doeleinden Gods. Alles wat daarnaast ligt, alle lust aan natuurlijke dingen wordt als een roof aan den Hoogste verworpen en uitgedreven.

Dan haalt Prof. Eucken Dilthey aan die zegt: deze »Religiösitat" onderscheidt zich van die van Luther door de ruwe plichten van den in een strengen dienst staanden krijger Gods, die elk levensmoment vervullen. Zij onderscheidt zich van de Katholieke vroomheid door de in haar ontbonden kracht der zelfstandige actie. Dat maakt haar karakter uit, evenals uit het princiep van de heerschappij Gods en de verkiezing, de religieuse vervulling van het gansche leven volgt; evenals in de heerschappij Gods nu ook elke verdere en nauwere betrekking tot andere menschen zijn motief heeft en zelfs een stoute hardheid tegen de vijanden Gods hier religieus »begründet" wordt.

Eucken gaat dan verder: met zulk een op den voorgrond treden van den almachtigen wil Gods en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van den mensch, staat in nauw verband de wederopname van den oud-te'itamentischen gedachtengang, gelijk dat in het Gereformeerde gemeenteléven gezien wordt. Het is een leven vol van diepen ernst en schijnbaar

zonder vreugde, maar hftt heeft een onbuigzame energie; het heeft niet alleen de sterkte van het lijden, maar ook de kracht van het handelen; het geeft den enkele zoowel als aan de zich heiligende gemeente, het bevoorrechte orgaan Gods, een onmetelijke kracht.

Nergens is meer dan hier er naar gestreefd, om de Reformatie tot een wereldmacht te verheffen; en wanneer zich ook hier »das Kirchentum" in een orthodoxe belijdenis heeft afgesloten, zoo zijn toch uit dezen tak der Reformatie de krachtigste drijfveeren voor burgerlijke en geestelijke vrijheid uitgegaan, en hier is het geschied, dat uit den schoot de Reformatie fiet moderne leven tot zelfstandigheid komt

Tot zcover Prof. Eucken.

Vanzelf onderschrijven wij zijn oordeel niet geheel. Met name niet waar hij b.v. spreekt over de tweede oorzaken, het sombere in het Calvinisme enz. Maar dit neemt niet weg, dat wij ons over zulk een beschouwing van Calvijn verblijden. Niet meer eenzijdig Luther verheffen, zooals zoo lang is gedaan in beschouwingen en predicatiën over de hervorming. Ook in zoogenaamd Gereformeerde krmgen hoorde men vaak van Calvijn niet reppen. En indien nog, zonder iets van zijn beginsel te begrijpen.

Bovenstaand citaat doet zien, en dat verblijdt ons het meest, dat men het levensbeginsel van het Calvinisme begint te verstaan en zij het, niet met instemming, toch erkennen wil, dat het eeren van Gods souvereiniteit de Calvinistische Reformatie van zoo machtigen invloed deed zijn niet alleen-in de Kerk, maar ook in den Staat en in het leven der maatschappij.

Metterdaad dit is de beteekenis van deze studie.

En wanaeer men zelfs onder Gereformeerden hier te lande nog zoo vaak de hooge beteekenis van het Calvinisme ook voor het kerkelijke, sociale en staatkundige leven, in zelfverblinding hoort miskennen, doet het goed een Duitsch Lutheraan deze hooge beteekenis van het Calvinisme zoo volmondig te hooren erkennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1897

De Heraut | 4 Pagina's