GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

ERLOREN DOCH NIET VOOR ALTIJD.

VIII.

THUIS EN UIT.

De tranen kwamen moeder in'de oogen toen zij gelezen had wat Wulfert schreef. 'Waar zou zij zooveel geld als vereischt werd van daan halen? 't Was om wanhopig te vvorden. Ik kan • u niet meer helpen, schreef zij terug. De eenige ' weg die overblijft is alles aan vader te zeggen. Die moet raad schaffen.

Hoe weinig lust Wulfert er ook toe gevoelde, er schoot niet anders over dan moeders raad te volgen, te meer \vï]\ vader hem geschreven had thuis te komen en zijn kamer op te zeggen.

In een korten brief biechte hij aan vader hoe de zaken stonden en welk een som hij noodig had. Voor tenig antwoord kwam het kort bevel dadelijk terug te keeren. Hoe de ontvangst was

is te begrijpen. De vader was toornig, de moeder bedroefd en angstig. De dominé had gemeend, ei dat zijn zoon thans genezen van zijn vroegere ondeugden, nu aan het begin stond van een nuttig en werkzaam leven. Des te grooter was zijn smart en verbittering nu hij bespeurde een jaar lang misleid te zijn door een zoon die nog dezelfde was als vroeger.

Het kwam tot een heftig tooneel tusschen vader en zoon, zoodat de eerste op het punt stond Wulfert voor. goed het huis te ontzeggen. Zeker zou dit ook geschied zijn, ware niet moeder met vele smeekingen en tranen tusschenbeide gekomen. Eindelijk, toen Wulfert ook onder tranen en met vele betuigingen beloofd had zijn leven te zullen beteren, gaf de vader toe. „Van waar het geld moet komen" sprak hij verwijtend tot Wulfert, „ik weet het niet. Doch liever armoe geleden dan schulden gemaakt. Gods Woord zegt: Zijt niemand iets schuldig. We moeten allen meehelpen om de schuld door uw lichtzinnigheid gemaakt af te doen. Voor mijn goeden naam heb ik alles over."

De jonge man hoorde diep getroffen die woorden aan. Zoo ernstig had hij zich de zaak nooit "voorgesteld. In stilte nam hij het ernstig besluit te doen wat hij kon om de schuld te delgen en een nieuw leven te beginnen. Doch het was een besluit genomen in eigen kracht, waarbij de hulp des Heeren niet gevraagd werd. De tijd zou leeren wat het baatte.

Voorloopig kwam Wulfert in het ouderlijke huis weer onder strenge tucht. Hij mocht niet Z uitgaan buiten voorkennis zijns vaders; een bepaalde dagtaak werd hem aangewezen, en met slechts enkele stuivers in de week moest hij het voor zakgeld stellen. En als moeder nu en dan eens een goed woordje voor Wulfert deed, en op zachtheid aandrong, bleef vader toch onverbiddelijk. „Hij heeft ons telkens bedrogen" sprak hij, „nu vertrouw ik hem niet meer vóór hij getoond heeft dat 'waardig te zijn". En daarbij bleef het.

„Maar zou hij niet ergens voorloopig als hulpprediker kunnen werkzaam zijn" stelde moeder voor. „Hij is er nu toch toe bevoegd. Of wellicht is er ander werk in des Heeren wijngaard dat hij doen kan. Later kan hij wel als predikant werkzaam zijn."

Maar ook hiervan wilde vader niets weten. „Iemand als Wulfert" zeide hij, „behoort niet op den kansel, vóór hij door daden heeft getoond dat hij een ander mensch is geworden, en de vernieuwing des gemoeds deelachtig is. Hij kan thans nog geen leeraar en voorganger voor anderen zijn... Ik zou het nooit kunnen verantwoorden als ik daartoe had medegewerkt. Laat ons nog wat wachten."

Daar kon moeder niet veel tegen inbrengen en zoo bl«ef Wulfert in het ouderlijke huis maandenlang.

Toen kwam er op ongedachte wijs verandering. De predikant had in zijn jeugd gestudeerd en vriendschap gesloten mét een zeer begaafd jongmensch, die later opgeklommen het gebracht had tot hoogleeraar aan de doorluchtige school in de hoofdstad. De twee studiegenooten hadden de vriendschap onderhouden, en zoo vernam Wulferts vader hoe de hoogleeiaar, die verscheiden kinderen had, een huisonderwijzer zocht. , Deze moest onderwijs geven aan twee kinderen die met het oog op hun gezondheid geen school mochten bezoeken. Ook aan de anderen moest de onderwijzer, zoo noodig, leiding geven en zich in hun vrije uren met hen bezighouden. De vader had het daarvoor te druk. Of dit laatste nu goed was is te betwijfelen. Maar het was zoo. Overigens was de geleerde heer een vroom en godvreezend man, en daarbij iemand van stipte orde en regel, die goede tucht in huis handhaafde, en ondanks zekere strengheid toch bij allen bemind was.

Zulk een man was juist iemand naar het hart van Wulferts vader. Zoodra hij dan ook vernomen had wat zijn vriend wenschte, begreep hij dat dit iets voor Wulfert kon zijn. Hij schreef er eens over, en zie het aanbod werd dadelijk met blijdschap aanvaard. Toen het zoo ver was, sprak de predikant er over met zijn zoon. Tot zijn vreugde, al was het met eenig verwondering, maakte ook deze geen het minste bezwaar, ja scheen zich veeleer over het vooruitzicht te verblijden.

Zoo was dan alles ras beklonken, en aanvaardde Wulfert weldra de reis naar de hoofdstad. Hoe het daarbij toeging hebben we reeds gezien. Het opmerkelijkste was, dat zoo wel de vader als de zoon zich verblijdde, maar om geheel verschillende redenen. De eerste geloofde dat Wulfert in een gezin als dat van den hoogleeraar juist zou zijn waar hij wezen moest, en een nieuw leven kon beginnen. De andere geloofde dat ook, maar dan zou het zijn een leven van vrijheid en blijheid, niet langer onder het scherpziend vaderoog.

Moeder werd 'geslingerd tusschen hoop en vrees. Zij bad, geUjk haar man, den Heere, dat Hij dezen nieuwen kring haar zoon tot een zegen mocht stellen. Wulfert dacht helaas alleen aan zijn eigen plannen en vergat, evenals eenige maanden geleden, , den Heere om datgene te smeeken wat hem noodig was.

BRIEFWISSELING.

N. N. te D. Antwoord volgt, zoo we hopen, spoedig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 december 1916

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 december 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken