GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PERSSCHOUW

13 minuten leestijd

Antimilitairisme en School met den Bijbel.

Met algemeene instemming lazen we in „De Groninger Kerkbode" van de hand van Ds J. Gispen:

De kwestie van anti-militairisme en ontwapening blijft ook onder ons aan de orde van den dag. Telkens neem ik me voor daarover nu eens' een tijdlang te zwijgen, maar allerlei omstandigheden maken het dan weer moeilijk om dat voornemen uit te voeren.

Zoo is er, gelijk algemeen bekend is, op het oogenblik bij de Commissie van Beroep, uitgaande van den Schoolraad voor de scholen met den Bijbel, een zaak aanhangig van ©en christelijk onderwijzer en diens schoolbestuur. Deze onderwijzer schijnt principieel anti-militairist en overtuigd voorstander der vereeniging Kerk en Vrede te zijn. Zijn bestuur acht dat niet in het belang van zijn onderwiijs en wil hem daarom ontslag verleenen. Over die kwestie zal eerstdaags die Commissie van Beroep een uitspraak moeten doen.

Voorzoover mij bekend staat die Commissie voor het eerst voor een beslissing inzake een ontslag om deze reden, 't Heeft me dan ook zeer verwonderd, dat dit niet reeds veel eerder noodig geweest is. Tien jaar is het minstens geleden, dat ik op een vergadering" van een christelijke vereeniging, welker arbeidsterrein in onze nationale weermacht ligt, in een ernstig debat gewikkeld werd met een christelijk onderwijzer, die de leer der weerloosheid krachtig verdedigde. Fn sindsdien heeft die leer, een zeer begrijpelijke reactie tegen den grooten oorl.og, haar aanhangers zeer zien toenemen ook onder hen, die in de scholen met den Bijbel werkzaam zijn. En de invloed van een onderwijzer is enorm groot. Na den oorlog sprak een Duitscher tegen mij als zijn meening uit, welke meening ik niet tot de mijne gemaakt heb, dat Duitschland den oorlog verloren had door den Duitschen schoolmeester. Hij bedoelde als een ouderwetsche Pruis daarmede, dat heel de revolutie van 1918 het werk der meeste socialistische Duitsohe onderwijzers geweest zou zijn. Dit staat echter wel vast voor mijn besef, dat de invloed van de school op heel liet volksleven buitengewoon groot is. De ontkerstening van ons Nederlandsche volk toch is grootendeels aan de openbare school te wijten. De algeheele onbekendheid met den Bijbel, zooals die bij do groote massa, zelfs van de ontwikkelde en beschaafde Nederlanders, gevonden wordt, is toch de droeve vrucht van het onderwijs zonder den Bijbel. De wisselwerking tusschen school en gezin is eenvoudig niet te ontkennen. Daarom is de kwestie van anti-militairisme en van weerloosheid er dan ook eene van de allergrootste beteekenis voor heel ons volksleven niet alleen, maar ook in het bijzonder voor onze scholen met den Bijbel, 't Gaat niet over de vraag, zooals sommigen moenen, of een onderwijzer de vi'ijheid niet kan en mag gelaten worden om voor zijn persoon een voorstander te wezen van weerloosheid en dienstweigering. Wie zoo de kwestie stelt — en dat doen niet weinigen — maakt scheiding tusschen den persoon van den onderwijzer en zijn arbeid in de school. En die scheiding is naar mijn vaste overtuiging ontoelaatbaar in de kringen van de voorstanders van christelijk onderwijs. Als die scheiding toelaatbaar vv^ordt geacht, hebben wij den strijd voor het christelijk onderwijs over heel do linie verloren, of mij is de eigenlijke beteekenis van dien schoolstrijd zoo goed als geheel ontgaan, 't Is die scheiding, welke zoo krachtig juist door de tegenstanders van ons christelijk onderwijs werd en nog steeds wordt voorgestaan. En zoo is de openbare school in sommige streken van ons land geheel in handen van socialistische en zelfs communistische onderwijzers en leeraren gekomen. Dat wordt zelfs door principiëele voorstanders van het openbaar onderwijs zóó ernstig betreurd, dat er onder hen zijn die hun kinderen naar christelijke scholen zenden, niettegenstaande ze bezwaren hebben tegen het daar gegeven godsdienstonderwijs.

En moeten wij nu soortgelijke toestanden in onze scholen met den Bijbel krijgen? Dat zal geschiedsn', als or onderwijzers in die scholen zijn, wier persoonlijke overtuiging het is, dat een christen zich niet mag verdedigen en dus ook niet, als de over'haid hem roept, zich mag oefenen in den wapenhandsl. Dat zal geschieden als schoolbesturen onderwijzers moeten handhaven, die buiten de schooluren publisk propaganda gaan maken voor een vereeniging als Kerk en 'Vrede en in die vereeniging door modernen met gejuich worden begroet en aan' het publiek worden voorgesteld als levende bewijzaai dat nu ook „orthodoxe" menschen tot die vereeniging kunnsn toetreden. Dergelijk persoonlijk optreden van onderwijzers is eenvoudig niet te scheiden van hun arbeid in de school en hun invloed op hun leerlingen. Of kunnen die onderwijzers hun persoonlijke overtuiging, als ze de schooldeur binnentreden, buiten op hst schoolplein laten? Zij .zijn toch tot opvoeden geroepen. Ze hebben door hun onderwijs toch karakters te vormen. Op de banken voor hen zitten levende kinderen. Zij zijn geen arbeiders, die mét dood materiaal ta werken hebben. En de kinderen, dia ze hebben te onderwijzen en te helpen opvoeden, hoorein hun niet toe, maar aan de ouders in de eerste plaats. Hebben die ouders dan niet het recht, om niet te zeggen den plicht, er voor te zorgen, dat hun kinderen sdioolonderwijs ontvangen van mannen en vrouwen, die hun volle overtuiging in dat onderwijs leggen en niets van die overtuiging achterhouden? En nu kan toch zeker niet naar waarheid worden beweerd, dat de leer van de weerloosheid en van da daaruit noodzakelijk voortvloeiende dienstweigering ooit de in de Gereformeerde Belijdenis vastgelegde leer van Gods Woord is. Nu kan toch moeilijk worden volgehouden, dat het anti-militairisme genoemd moet worden de zuivere consequentie te zijn van eein Gereformeierde levens-en wereldbeschouwing. Daarom moet een onderwijzer, die dit meent, óf op dit punt in zijn onderwijs neutraal zijn, öf op dit punt ingaan tegen de overtuiging van ouders, die hun kinderen aan zijn onderwijs, vorming en opvoeding hebben toevertrouwd. Het eerste is in een school met den Bijbel niet te dulden, daar ze geboren is uit den strijd tegen al wat „neutraal" ge^ noemd wordt. Het tweede is evenmin toelaatbaar in een school met den Bijbel, want als ouders de zekerheid niet hebben dat hun kinderen geestelijk veilig zijn in die school, waartoe zouden ze hun kinderen dan aan die school toevertrouwen? En nu staat bij een onderwijzer, die overtuigd anti-militairist en voorstander van weerloosheid en dus ook van dienstweigering is, het sein, naar oirze Gereformeerde Schriftbcschouwing, geestelijk niet veilig.

Dat moet in onze ernstige dagen goed verstaan worden, want de zuivere consequentie van anti-militairisme is ongehoorzaamheid aan Gods dienares en dus medewerken aan de groote wereldrevolutie.

Inmiddels is de beslissing reeds gevallen.

Het ontslag van den onderwijzer werd gehandhaafd.

Een geval van harde noodzaak.

Onze kinderen mogen met zulke theoriën niet worden vergiftigd.

Beproeft alle dingen.

Er zijn van die teksten, die gedurig worden misruikt. Op zulk een misbruik wordt herhaaldelijk gewezen. Maar het schijnt niet te baten. Het eenige middel is, dat men op hetzelfde aamibeeld blijft hameren. Tot ie teksten behoort ook dit schriftwoord, waarop Ds Hey n de „Zeeuwsche Keïkbode" wijst.

Wanneer we de woorden, die boven dit artikel staan, tusschen aanhalingsteekens zetten is dat om aanstonds te laten uitkomen, dat 'het niet ons voornemen is er op te gaan aandringen, dat men aUe dingen zal gaan beproeven — juist het tegendeel! — maar dat we over die uitdrukking, zooals die vaak wordt misverstaan en misbruikt, iets in 't midden willen brengen om van dat misbruik af te manen.

Dat woord toch uit 1 Thessal. 5 : 21, en dat daar YoUedig luidt: beproeft aUo dingen en behoudt het goede", wordt lieel vaa'k misbruikt, ook door misverstand.

Het wordt vaak gebruikt om den weg te banen naar allerlei verkeerde > dingen. Er zijn van die dingen, waarvan een Ghristen zich moet verre houden, omdat ze zondig zijn. Toch kan de begeerte daarnaar weleens uitgaan. Ook wel bij, een geloovige, die ook nog een oude natuur heeft en tot alle kwaad geneigd is. Daardoor kan de begeerte uitgaan naar zondige vermaken, slechte 'boeken, verkeerde leeringen en zoo meer.

En bijzonder wel in onzen tijd is het gevaar daarvoor groot. De wereldgelijkvormigheid wordt zorgbarend groot. En daarbij doet zioh dan het verschijnsel ook voor, dat wat in wezen wereldgeliikvormigheid is, zich niet als zoodanig aandient. De begeerte naar het zondige hult zich dan in het schoone kleed van belangstellend onderzoek. En een vermaning om aan die 'dingen niet mee te 'doen wordt dan afgewezen met een beroep op het Schriftwoord uit 1 Thessal. 5. Men zegt dan: maar er staat toch: onderzoekt alle dingen en behoudt het goede. Dat staat er dan wel niet precies zoo. Want er staat niet „onderzoekt", maar „beproeft". Maar omdat in hun gedachtengang het woord „onderzoekt" beter past dan het woord „beproeft", maken zij dan — vaak zonder opzet — die wijziging.

Het is 'dan wel niet overbodig de juiste beteekenis van 'die woorden in 't licht te stellen.

Daarvoor is natuurlijk noodig te letten op het verband. Ze volgen op de vermaning: veracht de profetiën niet. En deze vermaning wordt weer voorafgegaan 'door het woord: blusoht den Geest niet uit.

Tusschen 'deze drie vermaningen nu bestaat een nauwe samenhang. Om de werking van Gods Geest niet te blussohen is noodig, 'dat men de profetiën niet veraoht.

Daaruit blijkt, aan welke werkingen van den H. 'Geest 'hier moet gedacht worden; aan die werkingen n.l. 'die profeteeren tot vrucht badden.

In de Christelijke kerk deed zich in 't begin van haar bestaan en opkomst ook voor het verschijnsel der z.g.n. profetiën. Over dat profeteeren handelt 'de apostel Paulus uitvoerig in 1 Gor. 14. Daaruit blijkt, dat dit • profeteeren niet allereerst was een voorzeggen van toekomende 'dingen — boewel 'dat niet was uitgesloten — maar een verkondigen van de waarheid Gods onder bijzondere 'drijving des Geestes; een profeteeren, dat bedoelde stichting, vermaning en vertroosting (1 Gor. 12 : 3). Die profetiën nu, die vrucht waren van een bijzondere werking des Geestes, mochten niet worden veracht, anders zou 'de Geest worden gebluscht.

Dat 'de apostel met 'deze vermaning kwam, wil nog niet zeggen, dat men - daar de profetiën al verachtte. Toch was er gevaar voor. Een profetisch woord is lang niet altijd een aangenaam woord, maar vaak een woord, 'dat den mensch tot tegenspraak prikkelt. Als daar in de gemeente iemand opstond om onder 'drij'ving 'des 'Geestes een profetisch woord te spreken en dat woord was dan niet naar het 'hart der hoorders, dan kon 'het wel eens gebeuren 'dat men, om dat woord van 'z'n kracht te berooven, het verachten zou. En die verachting kan dan wel eens op de bezieling van zulk een profeet werken als een straal water op vuur. Dan kon die bezieling gebluscht worden. Maar dan zou ook het profetisch woord worden gestuit. En dit zou tot schade zijn van 'de gemeente. Daarom mochten de profetiën niet worden veracht.

Op 'deze vermaning laat dan de apostel volgen: beproeft alle dingen (of: alles) : behoudt het goede.

De vermaning om 'de profetiën niet te verac'hten sloot niet in, dat nu ook alles als profetie moest worden aanvaard, wat zioh als zoodanig aandiende. In zijn uitlegging van den eersten Gorinthebrief schrijft Ds J. van Andel op blz. 243: „Deze profetische bezieling kan niet gelijk gesteld worden met de inspiratie van de profeten en de apostelen, waardoor zijonfeilbaar geleid werden. Het woord van die profeten en apostelen valt buiten de critiek. En Paulus wil, dat men de profetiën in de gemeente beproeven zal. Er konden valsche profeten opstaan. Het 'kon ook ziJn dat een profeet onopzettelijk en onbewust het goddelij'k licht 'door eigen Inmengselen verontreinigde. Deze be^ zie'ling door Gods Geest sloot niet in zich, dat de man, die er uit sprak, tegen alle 'dwaUng bewaard werd."

Noodig was, 'die profetiën te beproeven. En dat bedoelt de apostel met 'de vermaning: beproeft alles, n.l. wat u als profetie wordt aangediend, en behoudt het goede daarin.

Dat dit alleen de bedoeling van den apostel kan geweest zijn, is, bij eenig nadenken, toch wel duidelijk. Het kan immers nooit zijn bedoeling geweest zijn te willen zeggen, dat wij alle dingen zouden moeten beproeven. Dat zou een onbegonnen werk zijn niet alleen, maar zelfs de poging daartoe zou verkeerd zijn. Een mensch, die alles wil doen, doet tenslotte niets goed. Een man, die van alles aanpakt, anislukt.

Maar wat als profetie zich aandiende, dat moest beproefd worden, of het n.l. overeen kwam met 'datgene, wat reeds als Gods Woord werd aanvaard. Voorzoover 'het 'daarmee overeenkwam was het goed en moest het behouden worden. Voorzoover het 'daarmee niet overeenkwam moest het verworpen worden. Tot •dat beproeven der profetie was de gemeente geroepen.

omdat zij de zalving heeii van den H. Geest. Door die zalving des H.-Geestes kan de gemeente, - wanneer ze den toetssteen van ihet Woord Gods aanlegde, üet echte van het onechte onderischeiden om dan hel echte te behouden tot haar stichting, vermaning en vertroosting.

Wanneer we dit woord alzoo recht verstaan, zien we, dat het ook ons wat te zeggen heeft.

Én dat is wel allereerst 'dit, dat men ophoude het te (misbruiken als een verlof tot gewaagde onderzoekingen, waarvan de conscientie zegt dat ze ongeoorloofd zijn.

Neen, de H. S. komt niet met den dwazen en onmogelijken eisch, dat een mensch alle dingen zou moeten onderzoeken om dan het goede te behouden.

'Om het dwaze van deze redeneering in helder ücht te stellen, heeft men weleens het volgende voorbeeld gebruikt. Ge zet iemand, die medicijn noodig heeft, in een apotheek, waarin ook vergiften zijn en zegt dan tot hem: beproeft nu al die idingen en behoudt het goede. Als de man zoo dwaas was om naar 'dien raad te 'doen, liep hij gevaar al gauw zich aan een vergif den dood te eten. Daarom denkt ook niemand aan zoo'n dwaasheid. Maar 'diezelfde 'dwaasheid, die tot zulke noodlottige gevolgen zou kunnen leiden, moeten we 'dan niet op ander terrein gaan toepassen.

Maar 'daar is hier ook op een tweede zaak te letten. Al eenige malen wezen we op 'd© misleidende actie van „Kerk en Vrede''^ idie, onder den schoenen 'sohijn van Gods wil te vertolken, leeringen brengt, die van Gods Woord duidelij'k afwijken. Aan boos opzet behoeft ook 'daarbij niet gedacht - te worden. 'Daar 'kan ook zelfmisleiding by zijn. Maar 'hier geldt de' vermaning: beproeft, wat er als een vertolking van Gods wil wordt aangediend en behoudt het 'goede. Wanneer men die theoriën zoekt aannemelijk te maken met een tekst, neemt dan dat alles maar niet dadelijk goed-•geloovig aan, maar beproeft het.

Waimeer gedaan wordt naar 'deze apostolische vermaning, 'dan zal de gemeente, die 'de zalving 'heeft van 'den H. Geest, zich daardoor niet laten misleiden.

Als we 'dit uitnemende artikel ook mogen beproeven, zouden we den geaohten schrijver ia overweging willen geven om 'de Heilige Schrift niet aan te 'duiden als H. S. en 'den Heiligen Geest niet als H. Geest. In een manuscript moge 'dit te billijken zijn, in een persstuk, waarin alle woorden voluit worden geschreven, behoort dit o.i. niet te geschieden. Het is natuurlijk een kwestie van gevoel, maar wij voor ons vinden 'het voluit schrijven dezer woor-den meer in overeenstemming met 'den eer-'bied, welke ons past. Wij zouden er niet op wijzen, wanneer de schrijver daarin alleen istond. Telkens komen we dergelijke afkortingen in onze kerkelijke pers tegen.

Aan de voortreffelijkheid van 'dit stuk 'doet dit vanzelf niet af.

Frappez toujours!

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930

De Reformatie | 6 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930

De Reformatie | 6 Pagina's

PDF Bekijken