GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

POPULAIR-WETEN SCHAPPELIJKE SCHETSEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

POPULAIR-WETEN SCHAPPELIJKE SCHETSEN

6 minuten leestijd

ült het Martyrium van Guido de Brés.

i.

De man, aan wien we onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis danken, geniet onder ons niet die bekendheid, welke hij verdient.

Nu is niet mijn bedoeling om in deze artikelen een korte biografie van dezen geloofsheld en martelaar te geven, al zou een populaire behandeling van zijn persoon, prediking en geschriften geen overbodige weelde zijn, daar het honderd jaaigeleden is, sinds een populair werkje ovör heli leven en sterven van De Brés verscheen. (Bahler, 1836.) Sindsdien verscheen de voortreffelijke dissertatie van Dr L, A. van Langeraad (1884), terwijl in 1911 door Dr F. Pijper in het achtste deel van de BibUotheca Reformatoria Neerlandica werd uitgegeven de voornaamste bron, waaruit ook Van Langeraad putte: de „Procedures" —- een boekje uit het jaar 1568, in octavo formaat en van 404 blz. — uit welke blijkt, „hoe Guido de Brés en| Peregrin de la Grange de leer des Evangelies door hun bloed bezegeld hebben."

Hierin zijn ook opgenomen onderscheiden brieven van De Brés, terwijl het geheel besloten wordt door het verhaal van zijn marteldood.

Eenige van deze brieven en een gedeelte van het slot zullen in deze artikelen vertaald worden opgenomen om ze op deze wijze onder ieders bereik te brengen.

Hier en daar maak ik een enkele aanteekening en breng ik eenige verdeeling aan, terwiUe van de duidelijkheid.

Het genoemde boekje begint met een woord vooraf over de dingen welke de Nederlanden zijn overkomen ter oorzake van de reUgie.

Hierin wordt ook in het kort het beleg van Valenciennes verhaald, dat geduurd heeft van 14 Dec. 1566 tot 23 Maart 1567.

Den 9en Aug. 1566 was De Brés uit Antwerpen in Valenciennes gekomen.

Het is bekend hoe in dit jaar de Hervorming zich snel uitbreidde, dank zij het optreden der Edelen. Belangrijke concessies werden aan de Gereformeerden gedaan: zij zouden zelfs kerken mogen bouwen en de bescherming der Overheid genieten, al beperkte de proclamatie van 23 Aug. 1566 de gelegenheid voor gereformeerde prediking tot die plaatsen, waar ze ook vroeger gehouden werden. De gereformeerden waren hierover slecht te spreken, en zoo rees tusschen de Gereformeerde Kerk te Valenciennes en de Landvoogdes de kwestie over het al of niet gebruik mogen maken van kerkgebouwen binnen de stad. De gereformeerden wenschten binnen de muren der stad geschikte plaatsen om samenkomsten te kunnen houden. De Gouverneur van Henegouwen (Noircarmes) toonde zich aanvankelijk niet ongenegen aan dezen wensch te voldoen. Te dien einde liet hij zelfs ito. October een voorloopig contract opmaken met den kerkeraad, terwijl hij beloofde spoedig in de stad te zullen komen om deze zaak persoonlijk te regelen. In November sloeg de stemming echter om en nam de Gouverneur een dreigende houding aan èn waarschuwde hij tegen de overtreding van het compromis van 23 Aug.

Valenciennes, blijkbaar gesteund door den prins van Oranje, Brederode, en andere Edelen, gaf niet toe.

Zoo kwam het, dat de Landvoogdes den 14en December de stad schuldig verklaarde aan rebellie tegen den Koning, waarop Noircarmes het beleg voor de stad sloeg.

Tevergeefs hoopte men binnen Valenciennes op het ingrijpen der Edelen. Zij lieten de stad echter aan haar lot over, zoodat zij zich den 23sten Maart moest overgeven.

De Brés en De la Grange hadden nog gelegenheid te vluchten. Eenige dagen hielden zij zich schuü in een bosch, maar ze werden door gebrek aan voedsel genoodzaakt dit bosch te verlaten, „Zij treden een herberg binnen en bestellen een maaltijd. De herbergier opmerkzaam geworden op de kostbare kleedij vaa Herlia (die met hea was gevlucht ea hen niet wilde verlaten), komt op de gedachte, dat hij te doen heeft met personen uit de stad, wellicht met vluchtelingen uit Valencieones". Hij waarschuwt den burgemeester van het dorp en deze laat hen gevangen nemen.

Vóór ik nu den brief laat volgen, welken Guido de Brés uit de gevangenis aan zijn gemeente schreef, geef ik nog in 't kort den inhoud aan.

Eerst krijgen we het verhaal van zijn gevangennemtag te St.-Amand te hooren, vervolgens schrijft hij over zijn disputen in dfe gevangeols te DooWnik, welke ons een goeden kijk geven op datr gene, dat hoofd en hart in dien tijd vervulde: aanbidding der heiligen, en van de maagd Maria, verhouding geloof en goede werken, Avondmaal, vagevuur. beelden.

Daarna vertelt hij, hoe hij van Doornik naar Valenciennes werd vervoerd en beschrijft hij het smerige kerkerhol, waarin hij opgesloten was, waarbij we het ontroerend getuigenis lezea van zijn bereidheid tot het martelaarschap, en het doel van zijn schrijven: de opbouwiag der gemeeate.

Ook waarschuwt ea vermaant hij de broeders en draagt hij hun zijn vrouw en kinderen op'.

GUY DE BRES,

thans een gevangene, en te voren dienaar dea Woords en herder der gereformeerde kerk van onzen Heere Jezus Christus, welke is in de stad Valenciennes: begeert voor deze kerk genade en barmhartigheid van God den Vader, en van den Heere Jezus Christus, en een voortdurende toeneming van geloof door de kennis van het EvangeUe.

(Gevangenneming te St.-Amand en overbrenging naar Doornik.)

Zeer dierbare en wei-beminde broeders, te meer daar ik niet twijfel, of gij zijt thans bedroefd en terneergeslagen wegens den toestand, in welken het Gode behaagt, dat wij ons bevinden: Gaarne heb ik tot uwe vertroosting gewenisoht om u te schrijven over dezen onzen toestand, en over den bijstand welken God ons biedt. Nadat derhalve ik en de Heer de la Graage, mija metgezel, tezamen met Michel Herlia, zija dieaaar, en Jacques de Rieu, zijn gevangen genomen geworden, zijn wij van Kajafas naar Pilatus gevoerd geworden (zooals men zegt) dat is te zeggen van de eene plaats naar de andere.

De Burgemeester van Siat-Amand, die ons had gevangen genomen, leidde ons naar voornoemde plaats, waar wij anderhalven dag verbleven. Vervolgens kwam de rechtsoverheid van Doornik ons met geweld' daar vandaan slepen, zeggende, dat, indien men ons niet overleverde in hunne handen, zij de stad met den grond geüjk zouden maken.

Derhalve in hunne handen overgeleverd zijnde, werden wij' met handen en voeten la de ijzers geslotea: vervolgens op een kar geworpen gelijk arme schapea, ter slachtbaak bestemd: en vaadaar werdea wij gevoerd naar het kasteel van Doornik met een talrijk geleide van soldaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

POPULAIR-WETEN SCHAPPELIJKE SCHETSEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1937

De Reformatie | 8 Pagina's