GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

OP TOURNEE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OP TOURNEE

8 minuten leestijd

Had ik eenerzijds bewondering voor onze barrevoets gaande gezellen, anderzijds beklaagde ik hen. Wat al kansen voor infecties! En, hoe zou dat toch aanvoelen? Doet dat allemaal geen pijn? Soms toch, dicht bij de oevers van grootere stroomen, lag de grond bezaaid met bloot gespoelde keien. Op aanraden van den doktér bekeek ik later eens zoo'n voetzool. Toen begreep ik, dat injectienaalden daarop afbreken: een dikke, harde, maar toch zeer buigzame eeltlaag had zich daarop gevormd. De kwetsbare plekken liggen tusschen de teenen, die heel bewegelijk gebleven zijn en dus groote, weeke plekken open laten als evenzoovele toegangswegen voor den gevreesden mijnworm'').

Ik sprak daar van grootere stroomen. Het overtrekken daarvan is een belevenis op zichzelf. Plotse-' ling daalt de weg een meter of drie tot zes. Aan den eenen oever heeft men 'n forschen boom met veel moeite omgehakt, zoodat die bij zijn val dwars over de rivier kwam te liggen. Andere struiken en boomstompen vangen hem aan den overkant wel op en door zijn zwaarte blijft hij wel liggen. Soms, als de stroom breed is, heeft men een meter boven die , , brug" een sterke liaan gespannen, soms ook een rij lange staken in x-vorm ter weerszijden van den grooten stam in den rivierbodem gestoken. Het „brugdek" ligt dan in den bovensten scherpen hoek van al die x-en. Genoemde liaan of de staken doen dan dienst als leuning, waarbij men er op bedacht moet wezen, dat die leuning wel eens doorbuigt, wel eens breekt, wel eens scheef trekt en dan onbereikbaar is, ook wel eens geheel ontbreekt. Let dan vooral niet op het onderdoor schietend waiJer of op de geluiden in het bosch of op het wiebelen van je voorman en nog minder op je metgezellen, die reeds over zijn en nu heel vriendelijk, in werkelijkheid vol spanning hopend op een misstap, je opwachten

Toch, wat komt hier een massa suggestie bij. Men zou, zonder te vallen best over een twee maal zoo langen balk kunnen loopen, als die maar op den grond lag. En die leuning is toch ook nergens anders voor, dan om even met het uiterste van den vinger te beroeren, dat is werkelijk al voldoende.

Prachtig is het uitzicht van zoo'n primitieve brug over de rivier. Aan weerskanten eerst lagere, daarna hoogere boomen; de lage oeverstrook bezet met mos; varens en orchideeën; lianen slingerend van de eene naar de andere zijde; over dat alles heen de hoogste boomen, wier kruinen in elkaar strengelen en zoo aan het geheel het karakter van een tunnel geven; het getemperde licht valt daar doorheen, terwijl het gemurmel en geruisch van het water met z'n tientallen kolkjes en stroomversnellingen 'n „frissche muziek" veroorzaken.

Na ruim twee uur geloopen te hebben, rustten , we op zoo'n plekje uit. Niet te lang, zoodat geen stijfheid in de beenen gaat optreden, maar toch net lang genoeg om een cigaret te rooken (waartoe men tijdens de wandeling niet den minsten lust gevoelt), om 'n pepermunt weg te zuigen en om de armen en het gezicht even in het koele water te verfrisschen. Natuurlijk hebben de dragers heel getrouw eerst een paar groote bladeren geplukt om straks op te zitten, want op den onbedekten bodem is zitten veel te riskant.

In zulke oogenblikken wordt er wel gepraat. Het is verrassend te bemerken, hoeveel deze menschen weten van de aardrijkskunde en de natuurkunde in hun gebied. En waar wij als maar oog hebben voor de hielen van den voorman, zien zij kans onderwijl ook de omgeving goed in zich op te nemen. Ik probeerde het ook wel eens, maar dan stond ik in een minimum van tijd naast den weg

Aardig is het tijdens zoo'n rust hen ook eens iets te leeren. Met behulp van een loupe toonden we ze den fijneren bouw van boombladen, van varens, fijn als filigrainwerk, van kevertjes en van hun eigen door pokken of framboesia geschonden huid Niet lang na de rust naderden we een kam'pong, waar we geen boodschap hadden. Dat beteekende omloopen, daar het zeer onfatsoenlijk is, een kampong te passeeren, zonder even een praatje te komen maken. En die praatjes kosten hier minstens een anderhalf uur. Nu, dat „omlpopje" zal me heugen! Was het in het bosch al moeilijk om verder te gaan, hier was het, bijkans

•pnmogelijk. Men huldigt hier bUjkbaar den stelregel: ioe dichter bij huis, hoe smeriger. Drab en drek, in den meest letterlijken zin een zwijnerij, doorploegd door kippen-en Da jakvoeten, alles even vies en nat «n week en geurig en glad als een beijzelde keisteen. Het „pad" zelf was alleen te vinden als men lette op de meest ingedrukte plekken. Voortdurend dacht ik aan het mooie Duitsche woord „Sumpf", dat nooit zoo tot m'n verbeelding sprak als op dit stukje van hoogstens een kilometer.

Plotseling, na weer eens een bocht gemaakt te hebben, stonden we aan een klein watertje, waar vrouwen bezig waren de door de mannen verzamelde getah (= witte hars uit den rubberboom) te stremmen in mierenzuur, waardoor ze uitgewalst kan worden tot platen, ter grootte van een flinken handdoek. Later worden deze te drogen gelegd of gehangen in en bij den kampong. In verband met den oorlog op Korea liepen de rubberprijzen enorm op; juist deze week vernam.en we, dat Amerika weer minder rubber koopt, waardoor de prijs per kg terugliep van f7 tot f 3. (Onder gulden hïér Rupia te verstaan; R 1 = f 0.50).

Deze vrouwen werden NIET gegroet, hoewel het anders de gewoonte is eiken „tegenligger" te vragen: „Kemana? " of een goede reis toe te wenschen*). Het is nu eenmaal niet behoorlijk een vreemde vrouw aan te spreken, noch haar een hand te geven, wanneer ze ons bezoekt. Denk nu niet, dat de Dajak zijn vrouw een minderwaardig kreatuur acht, zooals de Mohammedaan, die immers uit zijn Koran geleerd heeft, dat een vrouw geen ziel heeft en van wie hij slechts houdt, omdat ze de moeder van zijn kinderen is, neen, de Dajak stelt zijn vrouw heel hoog, helpt haar-tamelijk veel, en verzorgt met haar om het hardst hun kroost. Wel is waar nemen ze het een blanke niet zoo erg kwalijk, wanneer hij z'n Europeesche gewoonten handhaaft, maar het is nu eenmaal niet te doen gebruikelijk.

Natuurlijk zijn mijn lezeressen nieuwsgierig naar het uiterlijk dezer zusteren. Ik kom daar nog wel op terug.

Waren we nu toch vermoeid, of werd het traject nu nog weer zwaarder? Zwiepende takken, , boomtronken midden op het pad, kleverige en prikkerige bladen, als maar meer brij-achtige grond, steilere hellingen vlak na elkaar op en af, wringpartijen tusschen de stammen door, struïkelingen over knoestige boomwortels, plassen en' poeltjes, de hitte en de bedomptheid deden ons nu 't zweet verliezen als stroompjes. De adem werd piepend en fluitend, ook bij de inheemschen, de dijspieren begonnen te krampen, de voet werd onzeker neergezet, het oog was vaak door den zweetstroom verblind, de haren voor het gezicht, ach zoo vies, zoo onzegbaar vies werd ik van mezelf.

Eigenaardig geen onzer had dorst. Dat zou later pas komen en een tweede eigenaardigheid was, dat het kletsnatte goed nu begon te verdampen en ons eenige afkoeling bezorgde, zij het dan ook een min fiissche. Dokter ondervond dat proces het eerst. Ik keek hem eens aan. Was dat nu zijn lichte blouse, en zijn witte broek? Donker, als na een stortbui was het heele spul. Borst, rug, zitvlak, heupen, alles was door-en doornat. Ik keek er mezelf eens op aan. Niet te zien, want ik was in het grijs, maar te voelen, o ja!

„Und Stunde auf Stunde nach Stunde verrann". Deze regel uit het befaamde , , Heksenlied" kreeg beteekenis voor me. Er kwamen nog hoogvlaktes, zonder eenige schaduw; er kwamen nog rietbosschen, die zeer prikten; er kwamen neen, er kwam, met het vriendelijkste gezicht van de wereld een man aanloopen, frisch en monter. Ik groette met een zucht En toen bleek, waarom die eene looper was vooruitgegaan met z'n ruim 20 kilo zware tasch instrumenten: die was zonder pauze maar doorgetippeld, had het dorp gewaarschuwd en nu was er ons uit beleefdheid een gids tegemoet gezonden, die ons op het psychologisch juiste moment wist te vertellen, dat het nog maar „satu kilo" ^) was.

Dus nog 20 minuten dacht ik. Och arme, over de laatste 200 meter deden we een kwartier


•? ) Een kleine worm, naalddun, via voeten, bloedsomloop, longen, luchtpijp, keel, slokdarm, maag, darmen. Komt daar tot vermenigvuldiging. Sloopend voor den drager.

8) Kemana — waarheen ? Men bedoelt dit niet als Informatie, maar als groet.

3) Satu kilo = satu kilometer = 1 km.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

OP TOURNEE

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's