GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

10 minuten leestijd

Engeland. De vrijwillige gaven die in Enge land door leden van de Engelsche staatskerk geofferd werden, bedroegen de som van ruim 93 miljoen guldens, waarvan ruim lo miljoen aan de zending onder de heidenen besteed werden. Van de overige 83 miljoen werden 19 miljoen gebruikt voor algemeen herderlijke en filantropische doeleinden, terwijl voor de kosten van het gemeentelijke kerkelijke leven het overige werd aangewend.

In The Christian werd dezer dagen de klacht aangeheven, dat men in de kringen der dissen ters voortdurend met tekorten voor den zendingsarbeid te worstelen heeft. Dit verwondert ons niet. Als men weet dat de z, g. nieuwe theologie de harten van velen heeft ingenomen, dan beseft men ook, dat de offervaardigheid moest verminderen. Wie heeft er nog lust om geld uit te geven voor de prediking van een evangelie aan de heidenen, dat men voor zich zelven heeft verworpen, Frankrijk.

De Roomsche kerk van Frankrijk werkt stil, maar met grooten ijver aan hare reorganisatie. In het einde van Mei is te Parijs een „Katholiek Congres", een soort van algemeene synode, vergaderd geweest, waarbij geestelijken en leeken in ongedacht grooten getale samenkwamen. Deze vergadering hield zich niet enkel bezig met de vraag, hoe men zich met het oog op den nieuwen toestand, geschapen door de wet op scheiding van kerk en staat, zou organiseeren, maar ook met die, welke gedragslijn men op politiek terrein zou volgen Het schijnt de Roomschen niet aan de noodige geldmiddelen te ontbreken, want voor korten tijd heeft de aartsbisschop van Parijs de kapel in de rue Legendre, waarin de schismatieke bisschop Vilatte eenigen tijd godsdienstoefeningen gehouden heeft, voor de som van 723000 francs, aangekocht. De aartsbisschop wil van die kapel het middelpunt eener nieuwe parochie maken.

De toestand van de Protestantsche Zending op Madagascar is, trots het tusschenbeide treden van het Parijsche Zendinggenootschap ep van den voorzitter van het Luthersche hulpcomité bij de machthebbers te Parijs, dezelfde gebleven. Een Zendeling uit Noorwegen schrijft in zijn bericht o. a. het volgende; „Wanneer de dingen blijven gelijk zij zijn, dan kan men met wiskundige zekerheid zeggen, dat weldra onze werkzaamheid op het gebied der school tot het verledene zal behooren. In dezelfde provincie waarin ik arbeid, vindt men een district, onder denzelfden administrateur een ondergeschikt ambtenaar, die eene formeele vervolging tegen de Zending en het Christendom organiseert, zonder dat hem dit door zijn superieur belet wordt. Van de onderwijzers is een verjaagd en een ander wordt als lastdrager gebruikt. De predikant werd gedrongen aan de straten te werken, de scholen werden gesloten, de leerlingen verstrooid, jonge lieden in de gevangenis gezet; het is hun verboden de Godsdienstoefeningen bij te wonen en met de „zeer verdachte" zendelingen te verkeeren; slechts op enkele plaatsen zijn stichtelijke samenkomsten geoorloofd, doch de evangelisten mogen daar niet laten zingen. In een ander district derzelfde provincie wordt de zending nog vrijgelaten; maar dit kan in de volgende week ophouden. Ds Fransche ambtenaren zijn er bang voor dat zij bij hunne meerderen als klerikaal" worden aangeklaagd. Wellicht komt er verandering doordat de Gouverneur Augagneur naar Parijs ontboden werd, om van zijn bewind rekenschap af te leggen, zoodat er hoop bestaat dat hij niet meer naar Madagascar zal terugkeeren. Ook kan het gunstig voor ons zijn dat in 1904 een verdrag tusschen Engeland en Frankrijk gesloten werd, waarbij men zich wederzijds verbond om de scholen in hunne Koloniën te beschermen.

De scheiding van kerk en staat heeft in Protestantsche kringen niet alleen de vraag doen opkomen, hoe men de predikanten hunne tractementen zal uitbetalen en hoe men verder in de kosten van den eeredienst zal voorzien, maar ook in welke verhouding men tot hen zal staan, die „tot het groote Protestantsche huisgezin" kunnen gerekend worden. De scheiding van keik en staat deed toch de vraag geboren worden, welk kerkelijk verband men zoeken zou, nu de staatskerk k"wam weg te vallen. Door sommigen werd toch gevoeld, dat men kerkelijke gemeenschap alleen mocht hebben met hen die de in 1872 opgestelde korte geloofsbelijdenis beamen, terwijl anderen, behoo rende tot de middenpartij of tot de modernen, die geloofsbelijdenis wel wilden laten staan, maar de bindende kracht daarvan niet wilden laten gelden. De rechterzijde is daardoor in een eenigszins geïsoleerde positie gekomen, waarin, volgens onze meening, hare kracht is gelegen.

Door dit isolement werken de mannen der rechterzijde, of de rechtzinnigen, niet meer mede aan de groote vereeniging tot Evangelisatie, die reeds zoo lang in Frankrijk gewerkt heeft. De grijse predikant van Nimes, Babut, heeft, cm alle Fransche protestanten ook die der midden partij te vereenigen in den arbeid der Evangelisatie, een oproeping gedaan om een congres te houden (congres des libres croyants), waarin hij het volgende programma ontwikkelde. Alle geloovigen in Frankrijk moeten hunne geestelijke een heid, zonder te letten op hunne dogmatische of kerkelijke verschillen, openbaren. 2°. door vergaderingen en het verrichten van gemeenschappelijken liefdearbeid moet onafgebroken deze eenheid beoefend worden, 3", Er moet een roepstem tot het volk uitgaan, waarbij de weg des beils door het levend geloof in Christus, zijn Evangelie en zijn Koninkrijk, gewezen wordt". Wij meenen dat men in Frankrijk, dien weg al jaren lang heeft bewandeld. Maar het komt, DU de nood aan den man is, uit, dat de band die te voren samen bond, niet hecht genoeg is. Daaruit is te verklaren, dat men naar een sterkeren is gaan uitzien. Of die van de geloofsbelijdenis van 1872 op den duur zal blijken te voldoen ? Dit is volgens ons niet te verwachten. Alleen als men wederkeert tot de geloofsbelijdenis van La Roebelle zal men een banier hebben, waaronder men allen die aan de Geref. belijde nis getrouw bleven, kan vergaderen; en niets belet om als men zich eenmaal daaronder geschaard ^heeft, ook aan de Evangelisatie van Frankrijk te arbeiden.

Rusland. De berichten uit Rusland zijn over het algemeen zeer droevig. Daarom is het des te aangenamer, wanneer men iets kan mededeelen dat tot blijdschap stemmen moet. De heer Maxinoffsky, een beslist belijder van den Christus, werd tot hoofddirecteur van alle Russische en Siberische gevangenissen benoemd. De nieuwe directeur houdt eiken Dinsdag een samenkomst met mannen, ten einde met hen een deel van Gods Woord te bespreken. Als men weet Jfcioe verbazend groot het aantal gevangenissen in Rusland is, en hoe groot het aantal ambtenaren, aan deze gevangenissen verbonden, en hoe deze gevangenissen gevuld zijn met misdadigers van allerlei aard, dan kan men beseffen van hoeveel beteekenis de benoeming van Maxinoffsky is.

Sedert meer dan twee eeuwen is er geen buitengewone Russische Synode vergaderd geweest. Leden dezer vergadering, die den 8sten Mei door de regeering is toegestaan, zijn de bisschoppen die aan het hoofd der Eparchiën staan, of hunne plaatsvervangers, de bisschopvicarissen en de emeritibisschoppen. De beslui ten der buitengewone Synode worden door de bisschoppen of hunne plaatsvervangers genomen en onderteekend. Aan de beraadslagingen kunnen echter ook de andere geestelijken en gemeenteleden deelnemen. Elke parochie vaardigt een geestelijke en een gemeentelid af. Aan de vergaderingen nemen voorts vertegenwoordigers van de oud-geloovigen, die in gemeenschap met de staatskerk staan, van de kloosters, der academiën tot vorming van de geestelijkheid en andere kerkelijke instellingen, voorts particulieren, die door hun theologische kennis of hun liefde tot de kerk uitmunten, op uitnoodiging der heilige Synode, deel. Ds vergaderingen der Synode zullen openbaar zijn. Men kan ook met gesloten deuren vergaderen, als de Synode het noodig acht. De plaats van samenkomst is Moskou,

Mocht deze vergadering iets goeds voor de Russische kerk brengen, opdat deze een dam opwerpe tegen den revolutionairen stroom, die reeds zooveel in het czarenrijk verwoestte!

N.-Amerika. Wij lezen in De Hope'.

„Bureaukratische begeerten. Verandert men het karakter der kerk, dan volgt daarop dadelijk eene verandering der kerkelijke inrichting. Onze Gereformeerde kerkelijke inrichting is heel eenvoudig. Thans echter meent men, omdat het werk der kerk zoo buitengewoon \ermenigvuldigt, aan eene meer gecompliceerde kerkelijke inrichting behoefte te hebben. Het voorzitterschap in de verschillende kerkelijke vergaderingen wordt meer en meer aangezien als een kerkelijk ambt. Men noemt den voorzitter zelfs het hoofd der kerk, en in Schotland geeft men hem derhalve ook den titel „Very Reverend", om hem van de gewone Reverends te onderscheiden. Vroeger had men vier ambten in de kerk, n.l., het ambt der p diakenen, ouderlingen, leeraren en doctoren, thans moet men er aan toevoegen administratieve commissie met hunne hoofden. In de vergadering der Presb. Assembly had men eene d levendige discussie over die zaak, sommigen bewerende, dat men eene hiërarchische inrichting bedektelijk wilde invoeren. Maar de meerderheid meende, dat die administratieve commissies met hare hoofden eene heerlijke zaak waren. De presbyteriën hebben er nu over te stemmen. Op de General Assembly van 1908 zal dan beslist worden, of de Presb. kerk zulk eene inrichting zal hebben of niet. Wij zijn in dit opzicht der Presb. kerk reeds ver vooruit. Wij hebben eene Algemeene Synode, die reeds sedert Olim's tijden bestaat en de president is in onze kerk een hoofd. Hiërarchisch moge dit nog niet zijn, maar bureaukratisch is het zeker. Wij staan, indien deze inrichting doorgevoerd wordt op het standpunt van het Hery. Kerkgenootschap van Nederland met zijne klassicale besturen, enz."

Dit alles is zeer juist opgemerkt. De vorm is zeker niet op één lijn te stellen met het wezen der zaak, doch ook de vorm van de fegeering der kerk moet in overeenstemming met de H. Schrift zij D.

Onlangs spraken we over Dr, Campbell's werk, handelende over Nieuwe Theologie. Naar uittreksels die wij van dit boek lazen, kwamen wij tot de overtuiging, dat ditboek niets nieuws biedt. Dit neemt niet weg, dat er over dit geschrift in N.-Amerika heel wat te doen is.

En nu komt The Inter Ocean van Chicago met de bewering, dat in deze stad een jaar geleden een boek is uitgegeven, dat in het wezen der zaak als een voorlooper van Dr. Campbell's Nieuwe Theologie mag worden aangemerkt, Charles C, Davis, een doctor in de medicijnen, is er de schrijver van.

Dr, Davis' boek, dat tot titel heehDeFhilo sophie van het Leven, werd uitgegeven den len Jan. 1906, en wordt door The Inter Ocean beschreven als een „ernstige bespreking der godgeleerdheid, " hoewel het niet zooveel onder werpen behandelt als dat van Dr. Campbell. Een paar aanhalingen uit beide werken doen ons zien de overeenkomst van gedachten, en tevens welke godslasterlijke leeringen hier worden verbreid.

Dr. Davis zegt: „Wij zien alzoo, dat er geen kwaad is, want het is slechts verkeerd geleid goed. Een zeer slecht mensch is slechts een goed mensch, gaande in de verkeerde richting. De dief, die in het holle van den nacht bij u inbreekt en u besteelt, doet zulks gedreven door het verlangen om zich zelven gelukkiger te maken, maar valsche redeneering leidt hem in de verkeerde richting. De man, die zich aan dronkenschap overgeeft, wordt daartoe gedreven door eene begeerte even heilig en rein als 'die van een aartsengel. Hij zoekt geluk."

Wij leggen hiernaast eenige aanhalingen uit het werk van Dr. Campbell;

„Zonde is metterdaad een zoeken naar leven, maar een zoeken, dat in de verkeerde richting gaat. De leer van den val is eene ongerijmdheid. Zelfs het zondig leven is een zoeken naar God. De man, die zich dronken drinkt, doet zoo ter oorzake van den aandrang, die in hem door de banden zijner beperking doorbreekt, om meer overvloedig leven te verwezenlijken • een moeken naar God, "

Ia hoofdzaak werd dit door prof. Scholten te Leiden jaren geleden reeds gezegd, toen deze leerde, dat het kwaad niet anders was dan het min ontwikkelde goed. Dr. Davis is dus evenmin oorspronkelijk als Dr. Campbell.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken