GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Als ik Christelijk Historisch was..... VI. (Slot).

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als ik Christelijk Historisch was..... VI. (Slot).

10 minuten leestijd

Als ik Christeliijk Historisch was van het typeprof. Slotemaker de Bruïne, zou ©r dus geen ©nk©l© reden voor mij bestaan om mij tegen de subsidiëering van het Bijzonder Hooger Onderwijs te verzetten.

Ook zou ik de bedenking, dat dan de versplintering van ons volksleven daardoor in de hand zou worden gewerkt, geen voet geven.

Het gevaar van versplintering binnen het Christelijk volksdeel moge bij het lager onderwijs eenige zorg baren, bij het Bijzonder Hooger Onderwijs dreigt dit stellig niet.

Ook hier kan de ervaring weer als getuig© worden opgeroepen.

Welk een moeite heeft het niet gekost, om de Vrije Universiteit tot die hoogte op te werken, waarop zij heden staat.

Het tekort aan geld droeg hiervan niet de meeste schuld.

Al had de Overheid haar ruim gesubsidieerd, dan zou zij nog niet zoo heel v©©l verder zijn.

Door d© st©ls©lmatige onderdrukking van liberalistische zijde, alsook door het feit, dat het Calvinisme meest wortel schoot onder de kleine luyden, moest onze universiteit worstelen met een gebrek aan zulke wetenschappelijke mannen, die voor een katheder in aanmerking kwamen.

Met de inrichting van een natuurfilosofische fakulteit is niet zoolang gewacht, tot de Hoogeronderwijswet het noodzakelijk maakte, maar totdat er mannen waren, die alleszins professorabel waren.

Dat kleiner© groepen dan de Gereformeerd© er ooit toe zouden overgaan ©en univ©rsit©it te stichten., is derhalve uitgesloten.

Onderwijzers zijn binnen een betrekkelijk korten tijd te kweefcen, maar hoogleeraren niet.

Evenmin behoeft men er bevreesd voor te zijn, dat men hen, die aan de wetenschappelijke eischen niet ten volle beantwoorden, zal benoemen om universiteitje te kunnen spelen.

Want er is ook nog zoo iets als een staatscommissie van toezicht.

Bij de wet worden waarborgen g©vraagd.

En in plaats van ons daartegen te verzetten, juichen we dat juist toe.

Wie het zou wagen Bijzonder Hooger Onderwijs te geven, dat niet op wetenschappelijk peil staat, zou van hoogerhand op de vingers worden getikt.

De effectus civilis zou niet worden verleend of anders ingetrokken.

Indien de wet nog verder ging en den doctorstitel beschermde, zou dit bij ons geenerlei bezwaar ontmoeten.

Maar daarait volgt dan ook, dat er nooit zoo heel veel universiteiten in ons land kunnen verrijzen.

Haar getal zal tot zeer weinige beperkt blijven. V©©1 m©er 'dan ©r op' h©t oog©nblik zijn, kunnen er niet ontstaan.

Daarom zou ik mij' door ©en nachtmerrie van versplintering op dit gebied, gelijk prof. Slotemaker de Bruïne had, niet laten verontrusten.

Even uit het bed springen, het hoofd verkoelen en het angstbeeld is geweken.

Als ik dan ook Christelijk Historisch was van bet type-prof. Slotemalcer de Bruïne, zou ik meer met de werkelijkheid r©k©ning houd©n dan Dr Slotemaker d© Bruïne op h©t congr©s t© Ltunteren deed en geen luchttoeren maken in het rijk der onwaarschijnlijkheden.

Om kort te gaan-: wie subsidiëering van Bijzonder Hooger Onderwijs tegenstaat:

toont geen genoegzamen eerbied voor den gew©t©nsdrang van de voorstand©rs van dat onderwijs; do©t dien voorstand©rs financieel onrecht;

moet om zijn houding te rechtvaardigen, argumenten te hulp roep en, welke lichtelijk fantastisch zijn.

Synode-Indrukken.

I.

Arnhem als Synode-stad.

Hoewel niet strikt in het centrum van het land gelegen, heeft Arnhem als Synode-stad iets eerlijks.

De spoorwegverbindingen zijn van dien jiard, dat het ook weer niet ver van het centrum veirwijderd is.

D© afgevaardigden van d© uit©rste einden van ons kleine land, maar waar men toch niet gaarne ©en groot deel van den dag in den trein zit, moeten elkander ongeve©r even ver tegemoet komen.

Die in het midden des lands wonen, worden meer bevoorrecht.

Maar wat de overigen aangaat, deelen zij gelijk op.

Waarmee ik niet wil suggereeren, om onze Synodes steeds in een centraal gelegen plaats te houden.

Het is voor ons kerkelijk leven bevorderlijk, dat elke provincie, waar kerken zijn, welke een geheele Synode kunnen herbergen, een beurt krijgt.

ZoOi worden ook de lasten gelijk verdeeld.

Arnhem h©eft als Synode-stad ook iets heerlijks. Geen enkele groote plaats in ons vaderland is

zoozeer met natuurschoon omringd als zij.

Wij zullen niet uit gidsen hoogdravende epitheta; overnemen om haar in de hoogte te steken. Maar dit mag wel gezegd, dat de geur der bosschen over haar heenstrijkt.

Zij heeft maar een beetje zon noodig om eai feestelijk aanzien te verkrijgen.

Dit is voor een Synode als die ons thans wacht geen nadeel.

Er schijnen weinig menschen te zijn, op wie weei en omgeving geen invloed oefenen.

En nu er kentering is gekomen in het weer en de zon zich niet langer schuilhoudt, komt de opgewektheid hen, zoodra ze zich naar de Synode of ©en van de commissie-zittingen begeven, tegen.

358 Ietwat pessimistisch aangelegden kunnen hun bezorgdheid beter van zich afzetten.

Hoe schoon bekleedt God de bloemen, die in Arnhems parken bloeien.

En zou Hij dan Zijn Kerk niet veel meer met schoonheid bekleeden?

Ernstige vraagstukken zullen ons bezighouden.

Hoe zal de afloop zijn?

Wie zal ons het goede doen zien?

Maar als God in Christus Zijn aangezicht over onze kerken verheft, dan spelen over haar de zonneglansen van Zijn barmhartigheid.

De afgevaardigden, die midden in Arnhem logeeren, genieten uiteraard het minst van Arnhems natuurschoon.

Maar blijkens de adressenlijst zijn er heel wat in de buitenwijken ondergebracht. Er logeeren er ook in Velp en Oosterbeek. Zij hebben het uitzicht óf op het prachtige Sonsbeek, öf op den Rijn, — die zich hier wel niet naar Borgers gezwollen lied als grootvorst van Europa's stroomen openbaart, maar toch zich gracieus langs den Veluwsehen heuvelrand slingert; — óf op eeuwenoude bosschen, majestueuse lanen.

Arnhem als Synode-stad is, ook al biedt deze vergadering onzer kerken geen gelegenheid om uitstapjes in den omtrek te maken, toch wel het neusje van den zalm.

Ure des gebeds.

Met haar Westerkerk is de gemeente van Arnhem er zeer op vooruit gegaan. De oude Kerkstraatkerk met haar nauwe gang ter zijde en haar kleine ruimte had iets benauwends. De nieuwe kerk echter voldoet aan moderne eischen. De architekt moet wel voor een moeilijk probleem hebben gestaan. Een dankbare plaats was de grond, waar het kerkgebouw moest worden opgetrokken, voor een bouwmeester niet. Het moest achter de huizen van het Nieuwe Plein worden weggestopt. Wel staat daar boven een poort: Gereformeerde Kerk, maar de borden van bureaux, welke er gevestigd zijn, vallen meer in het oog. Aan de andere zijde was men gelukkiger. Aan de Stationsstraat kon tenminste een sprekende gevel verrijzen. Het interieur van het kerkgebouw doet het exterieur vergeten. Hoewel alle opzettelijke ornamentiek is vermeden, is het geen koude kerk geworden. Zelfs de effen witte muren en de witte beschildering kunnen het intieme karakter niet wegnemen. Het is evenwel een kerk, welke om geheele-bezetting vraagt. Jammer genoeg, komt zij zelden vol, gelijk we in de „Geldersche Kerkbode" lazen. Zij is op den groei gebouwd. Wat natuurlijk niet dan als verstandig kan worden geprezen.

Dezen avond was de benedenruimte zoo goed als geheel gevuld. Ook de voorste banken op de gaanderijen waren bezet. Al bevonden er zich ook Gereformeerden uit den omtrek, zoo was toch de gemeente van Arnhem zelf goed opgekomen. Het is steeds aangenaam, wanneer men uit de plaatselijke kerk, welke de Synode ontvangt, zulk een meeleven merkt.

Dr Dijk stond voor geen gemakkelijke taak. Blijkens de rapporten, die zijn uitgebracht, bestaat er over de meeste punten, welke behandeld moeten worden, geen overeenstemming in onze kerken. Welke opinie hij, die in gebed zou voorgaan, voorstond, was in menig opzicht bekend. Toch mag zulk een opinie niet doorschemeren, zal de ure des gebeds bij sommigen geen ontstichting wekken. Maar Dr Dijk heeft alle klippen, gelijk trouwens te verwachten was, met takt omzeild. Niettemin kreeg zijn preek daardoor niets leegs. Wat hij sprak was in den besten zin opbouwend. Hij hield de kerken haar roeping voor om te bouwen en te bidden. Het werk Gods stond geheel op den voorgrond. Zoo werden we door het Woord des Heeren gestemd tot het gebed.

De kerk van Arnhem als gastvrouw.

In de ontmoetingssamenkomst deed de kerk van Arnhem zich als gastvrouw al dadelijk van een uitnemende zijde kennen. De regeling was voortreffelijk, al kon het kerkeraadsgebouw de bezoekers nauwelijks bevatten. Maar nog meer toonde Arnhems kerk haar bijzondere kwaliteit in deze door de gastvrijheid, welke zij den afgevaardigden bewijst. Enkelen zijn ondergebracht in omliggende plaatsen. De meesten echter in Arnhem zelf. Voorzoover we uit de adressenlijst kunnen nagaan, heeft men de hulp van hotels niet behoeven in te roepen. En dat midden in de vakantiel Dat wil wat zeggen. Hulde daarom aan de Geref. Arnhemmers I

De opening.

In de Oosterkerk werd de Synode geopend. Sinds lang was ik er niet geweest. Dit gebouw is veel in zijn voordeel veranderd. Het heeft een belangrijke vernieuwing ondergaan. Sprak ik daar straks van een koude kerk, zij was er eertijds een voorbeeld van. En al blijft ze ook nu nog wat strak en stijf, de beschildering beeft haar een warmen toon gegeven. Ook de vervanging van den preekstoel door een platform heeft de groote ledige vlakken gebroken.

Wie de Oosterkerk binnentreedt, denkt aan wijlen Ds Hoekstra, de man, die zonder eenig redenaarstalent zijn gemeente wist te boeien, die ervaren was in de Schriften gelijk weinige, die teksten te voorschijn haalde, waarvan de menschen vroegen: staat dat ook in den Bijbel? , die naar alle waarschijnlijkheid nooit aan psychologie had gedaan, maar in psychologisch inzicht vele psychologen overtrof, die door zijn prediking een bijbelvast geslacht heeft gekweekt.

Op de vorige Synode te Arnhem opende hij namens de roepende kerk. Hij werd eveneens tot praeses verkozen. Alles roept hier de nagedachtenis van dezen trouwen en invloedrijken dienstknecht van Christus uit.

Thans werd de Synode, gelijk men gelezen heeft, door Ds H. Li. Both geopend. Zijn woord kenmerkte zich door hoogen ernst. Zijn rede werd in extenso in de bladen opgenomen. Daarheen zij dan verwezen.

Het moderamen.

Ondanks het verzoek, dat DsFernhout na de eerste stemming deed, om hem niet tot praeses te kiezen, kwam hij met groote meerderheid uit de bussen. Sterke aandrang werd op hem uitgeoefend om deze functie waar te nemen. De Synode had hem, den fijnen geest, den wijze, den sympathieke, den magister elegantiae weer zoo gaarne den voorzittershamer zien hanteeren. Dan — zijn verzoek om ontheffing van deze benoeming met het oog op zijn leeftijd v/as op de wijze ingekleed, waarvan hij het geheim kent, zoodat de Synode eenvoudig niet dorst handhaven.

Thans viel de keuze op Ds J. U. Schouten van Amsterdam, die als voorzitter van commissies, welke op vorige Synodes lastige kwesties hadden te behandelen, zich een reputatie had verworven. Hij zegt rake dingen met een lachend gezicht, zoodat het er van hem in wil. Een kwinkslag, die binnen de perken 3er Synodale waardigheid blijft, heeft hij dadelijk bij de hand. Daardo'or brengt hij ontspaiming, waar spanning dreigt. Het gevaar, daaraan verbonden, dat het oproepen van een gulle lach het argument verdringt, weet hij meestal te vermijden. Daarbij beschikt hij over een groote mate van zelfbeheersching en geduld, wat hem als praeses zeer te stade komt. En men gevoelt het, zoodra hij spreekt, zijn hart brandt van liefde voor onze kerken.

Het verheugt ons, dat tot zijn rechterhand is gekozen Ds J. Diouma van Arnhem, wiens persoonlijkheid dadelijk inneemt. Hij is op onze Synodes, als ik mij niet vergis, nog een homo novus, een nieuwe man. Doch al heeft hij geen Synodale routine, zoo lijdt het geen oogenblik twijfel, of hij is tegen z'ijn taak voldoende opgewassen. De hulpvaardigheid zelf, zal hij voor moderamen en Synode-leden een gewenschte steun zijn.

Denkelijk zullen de Arnhemmers er wel een beetje trotsch op zijn, dat een hunner vroegere predikanten en een hunner dienstdoende predikanten met zulke gewichtige funkties werden bekleed. Die trots is stellig niet onrechtmatig.

De scribae behoeven hier niet te worden voorgesteld. Ds Klaarhamer en D|r Keizer worden telkens opnieuw gekozen. Beter bewijs is er niet denkbaar, dat de kerken over hun arbeid bijzonder tevreden zijn. Een arbeid, die ongewone opoffering vergt.

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1930

De Reformatie | 4 Pagina's

Als ik Christelijk Historisch was..... VI. (Slot).

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1930

De Reformatie | 4 Pagina's

PDF Bekijken