GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PERSSCHOUW

15 minuten leestijd

Vooruitgtang.

Het is dringend noodzakelijk, temidden van allerlei narigheid, niet uit het oog te verliezen de zegeningen, die God aan Zijn Kerk in deze landen geeft.

We nemen daarom gaarne over wat Ds Popma onder bovenstaand opschrift in het „Amersfoortsch Kerkblad" schrijft:

Wanneer we in OILS kerkelijk leven den toestand van nu vergelijiken met dien van 'n tien jaar geleden is er veel, waarbij we van voorudtganig tonnen spreken.

Het relativisme, waarbij' we diepzinniglijk elkaar de wijsheid meededen, dat we eigenlijk toch zoo weinig zekere inaiohten konden hebben, toen velen gebrek aan kerkelijk besef hielden voor breedheid van blik, gemis aan dogmatisch inzicht, garantie-teeten voor warme religiositeit — die tijd vani relativisme is voorbiji.

Dat wil niet aeggen, dat we dit relativisme nergens meer ontmoeten. De generatie, die een tijdlang met eerlijke overtuiging daarin heeft geleefd, is die vorming niet zóó maar te boven.

Velen van hen hebben in die dagen een gevoel van bevrijding gekend, toen ze een, hier en daar, starre en bevroren overtuiging als hun bezit herkenden en hun geestdrift als meeting-enthousiasme.

De stap van de eene fout in de andere was niet juist, maar wel verklaarbaar.

Bij andere heeft de schok van de oorlogsjaren veel losgeslagen, wat zich met moeite slechts geheel of gedeeltelijk kon herstellen.

Voeg daarbiji, dat de betrekkelijke afgeslotenheid van het leven in onze kringen in veel gevallen ophield. Dikwijls bleken „amdersdenkenden" mee te vallen, d.w.z. de principieels afwijking was in persoonlijken omgang moeilijker te ontdekken dan bij de aanraking met hun geschriften.

Een zekere behoefte om anderem te waardeeren vergat scims de norm der H. Schrift aan te leggen.

De behoefte om waardeering van die anderen te ontvangen, beïnvloedde onwillekeurig de gedachten en een enkele maal zelfs de levenspractijk.

Ik spree'k over de besten. De mensohen, die hun kansen aangrepen om, onder voorwendsel van breedheid van opvatting, te profiteeren van wat „de wereld" nog bood, Doem ik niet.

Evenmin de mensohen, voor wie meedoen met wat voor hen „m o d e" was, het leven stuurde. Als algemeenen maatregel kunnen we zeggen, dat Gereformeerde mode-mensohen één mode achteraan komen.

Dat relativisme nu is bezig te verdvfijmen. We ontmoeten overal toeneniiende dogmatische belangstelling, niet het minst onder de jeugd. Belijindheid in denken en leven wordt hoe langer hoe minder als bekrompenheid afgewezen.

Verbond en ambt zijn geen mode-woorden, maar vinden zuivere weerklank in de gemeente.

De arbeid der kerkelijlke pers wordt gewaardeerd, dus niet als volmaakt geaccepteerd, miaar gelezen. besproken, men is 't er mee eens of niet mee eens. De worsteling om de waarheid onder broeders, staande op één zelfde belijdenis, wordt hoe langer hoe meer als zoodanig herkend.

In dit alles ligt vooiruitgang', waarvoor we dankbaar moeten zijn.

Nu kan ik een heele Hj'st bezwaren noemen. Bezwaren, die schaduwzijden zijn van den genoemden vooruitgang, en waar ik niet licht over denk.

Ik kan een lange reeks fouten in onze kerkelijke gemeenschap opsomnaen. Dat heeft ook z'n waarde. Ditmaal wilde ik voor den vooruitgang de aandacht vragen.

Belijndheid van leven in. gehoorzaamheid is altijd breedheid van leven en ruimte. Ten bewijze daarvan geef ik tot slot een citaat uit een interview van een „Stuwdam"-i©daoteur met Prof. Schilder:

, JEen kerk miag zioh, ook landelijk, nooit op zichzelf houden. Het mag ook nooit de schuld van de kerk zijin, dat menschen„ die in Qhristus gelooven, er buiten blijiven staan. Ifc zou het zoo kunnen zeggen, dat er geen principe méér oeeumenisoh is dam juist het Gereformeerde. Want oecumenisch wil niet zeggen, dat je zooveel mogelijk christenmenschen bijeenbrengt, maar dat je zoo consequent mogelijk bouwt oip het fundament, dat öhristus jgelegd heeft. Daar gaat het imlmers om! S e c t a r i s c h is niet, wie aan het oorspronkelijk fundament vasthoudt, maar wie daarvan a f w iJ k t. De kerk wordt niet bepaald door de Christenen, maar door Christ u s. Wilt u een voorbeeld uit het leven van onze dagen? De groote ideologieën van dezen tijd — het Marxisme en het Nationaal-socialisme —i zouden nooit zoo'n aanhang gevonden hebben, indien men besloten had, dat de helft plus één over het principe beslissen mocht. Deden ze dat, dan waren deze bewegingen onmiddellijk tot ondergang gedoemd. Het Marxisme wordt niet door de Marxisten bepaald, doch door Marx, die den grondslag legde. Of, op ons terrein, gelijk ik reeds zei: mdet de (ihristenen maken uit, wat het Christendom is, doch Christus. Dat de Gereformeerd© Kerken niet oipi de oecumenisch© wereldconferentie vertegenwoordigd zijn, is een even consequent als logisch gevolg van het betreurenswaardige feit, dat er een fundamenteel verschil bestaat, dat sdheiding maken moet".

Wie op de hoogte is b.v. van de mentaliteit der studentenwereld rondom het conflict-Geelkerken, kan niet anders dan verbaasd staan over de verandering ten goede.

Een gróót aantal studenten betuigde toen adhaesie aan Dr Geelkerken. openlijk

Op een studentencongres werd Kuyper's wetenschapsleer onder de instemming van velen afgemaakt.

Neo-kantiaansehe en andere philosophie had velen totaal uit den koers geslagen.

Wie van Kerk en belijdenis durfde spreken gehoond of minachtend aangezien. werd

Dat alles is voorbij. Er is de innige binding aan Schrift en belijdenis. Er is de ernstige wil om Gereformeerd te zijn. Er is weer het zien van de heerlijkheid der Kerk van Jezus Christus. Er is weer de dankbaarheid Gereformeerd te mogen zijn.

Laat men deze dingen toch niet vergeten.

Kerkelijke zaken publiek!

Er is op kerkrechtelijk terrein in onze kerken duidelijk merkbaar een afbuigen van de lijn, door Dr Kuyper en Dr Rutgers eenmaal met vaste hand en in rotsvaste overtuiging getrokken. Dat afbuigen scheen zich eerst te beperken tot een hiërarchische opvatting van de bevoegdheid der meerdere vergaderingen.

Deze afbuiging blijkt evenwel hier niet toe beperkt te blijven.

In den jongsten tijd vertoonde zich een nieuw symptoom van deze afbuiging.

Ik moge hier overnemen de signaleering van de feiten zooals „Pro Ecclesia" die geeft onder den titel „De geest der geheimhouding":

In de „Kerkbode van Amsterdam" neemt Ds Perwerda het op voor de kortheid der kerkeraadsversla- , gen tegenover de klagers, die hiermede niet tevreden zijn. Speciaal twee argumenten worden genoomd, n.l. ten eerste dat breeder publicatie soms ongewenscht is met het oog op de buitenstaaaiders; en ten tweede, dat de kans groot is, vanwege de onbekendheid met de voorgeschiedenis van belangrijke besluiten, „dat de lezer die niet van alles op de hoogte is, er dientengevolge niet veel wijzer van wordt, of wat nog erger is, er een onjuisten indruk van krijgt".

Met andere woorden: Ten opzichte vam; buitenstaanders 'raodht het een» kwaad doen;

en de eigen gemeente snapt er waarschijnlijk toch niets van.

Of meelevende leden, die waarlijk willen mééleveu krachtens het hun gegeven ambt van den Pinkster- Geest, daarmee lang zoet gehouden worden, is d9 vraag waarop de tijd bet antwoord geven zal; en of men alzoo belangstelling kweekt voor het plaatselijk keilkelijk leven kan wel terstond ontkennend beantwoord worden

Iintussohen wil Prof. Hepipi dien zelfden kant op ten aanzien van de rapporten die prae-advies zullen geven aan de Synode.

Naar aanleiding van een opmerking vaia Ds Hey in de „Zeeufwsohe Kerkbode", dat het gewenscht is om het rapport over het appèlrecht tevoren aan de kerken toe te zenden, schrijft Prof. Heprpi in „Credo", dat we niet vergeten moeten dat niet-toezendinrg der rapporten eigenlijk normaal is, en er voor de toezending een speciale reden moet zijn.

„Op de synode — zoo wordt vervolgd •— zyn al onze kerken vertegenwoordigd. Wanneer derhalve de rapporten alleen ter synode komen, kan men dus nooit zeggen dat de (kerken daarover niet hebben kunnen oordeelen."

Eb, voorts: „Br iheersoM tegenwoordig in onze kerkelijk© pers een verwarring als zelden tevoren. In die pers spreken niet de kerken, iniaar particuliere personen 'zioh uit. In rustiger tijiden kan dit geen kwaad. Maar thans is er oorza^ak te overwegen of het wel gewensoht is een riaipport aan de persdiscussie voor te werpen. Zoo lioht kan daardoor stemming worden gemaakt en de gemoederen worden verhit, wat een kalme bespreking ter synode in den weg kan staan."

Inderdaad, dat zou niet onaardig zijtn. Strikte geheimhouding van de rapporten. Dan —• alweer ter oorzake van de pers om stemaningmakeriji te voorkomen, en misschien wel omdat velen h«t toch niet snappen — geheime vergaderingen. Met als slot een officieel communiqué, ' waarmede we dan tevreden mlogen wezen. Zulk een synode is in naam inderdaad de representante vam de kerken, maar in werkelijkheid een college geworden, dat van de kerlken is ge-isoleerd en beslissingen neemt over en zonder do gemeenten.

Mogen onze kerken de oogen open houden voor dreigende gevaren!

Oligarchie en hiërarchie hebben de kerk van Christus steeds meer kwaad gedaan dan oipenbare behandeling, waarbij ook maar de stem van „het volk" wordt geluisterd, dat door den Heiligen Geest leeft en krachtens de zalving van den Heilige alle dingen weet.

Geen oonolave^geest in de Ikerken.

Pro Ecclesia wijst tegenover dit streven naar geheimhouding op een woord van Dr Kuyper uit het jaar 1883. Op 11 Juni van dat jaar had de kerkeraad van „de oudere gereformeerde kerk" van Amsterdam (zoo noemde Dr Kuyper de Herv. Kerk van A'dam in onderscheiding van de C h r. G e r e f. Kerk, die hij „de jongere geref. kerk" noemde), het besluit genomen, dat aan geen predikant de acte van beroeping zou worden uitgereikt, dan nadat hij verklaard zal hebben de drie formulieren van eenigheid te zullen onderteekenen.

Dr Kuyper noemt nu de namen der kerkeraadsleden en predikanten, die geopponeerd hadden tegen'dit besluit; die, welke zich van stemming onthielden en die, welke niet ter vergadering aanwezig waren, en deelt ten slotte mede, dat het besluit werd genomen met 75 tegen 18 stemmen.

Waarom hij dit deed, verklaart hij zelf aldus:

We deelen dezen uitslag van de gehouden stemming zoo voUedig mede, overmits in den kerkeraad door twee predikanten, die nog nimmer aanmerking gemaakt hadden op mededeelingen uit den kerkeraad, in het moderne weekblad „De Vrijheid", tamelijk soherpe aanmerking gemaakt is, op onze geheel objectieve mededeeling, dat de oppositie tegen het besluit in zake de Proponentsformule van den bijzonderen kerkeraad, met nainie gevoerd was door de H.H. Brummelkamp, Steinfort, Lütge en Hogerzeil.

Immers, we meenen voor deze scherpe opmerkingen uit beginsel niet te mogen wijken.

De heeren, die deze oipimierking maatten, beschouwen den kerkeraad als een soort geheimen raad, die in het v e r b o r g e ai' e raadslagen houdt, BD daaruit slechts zooveel aan de onmondige gemeente mede heeft te deelen, als hem goeddunkt, of wel tze zouden op de manier der Tweede Kamer stenogram fisohe verslagen wenschen, die al hunne en anderer redevoeringen woordelijk weergaven.

Daar nu het laatste om. de Ikostan (de Staten-Generaal betaalt f 25.000 voor de stenoigraphie) niet kem, «1 het oerste in beginsel door ons bestreden wordt, Boo handhaven we door deze nieuwe en nu opzettelijk nog meer gedetailleerde mededeeling ons goed en deugdelijk recht, om, naar eisoh van 't gereformeerde kerkrecht, den kerkeraad niet van de gemeente te dsoleeren, , maar integendeel de gemeente te doen meeleven in wat er gewiohtigs in den kerkeraad voorvalt.

De kerkeraad is geen geheime vergadering. Soms kam. er geheimjhouding worden opgelegd. Waar dit a i © t geschiedt, is elk lid der vergadering dus in zijn mededeelingen vriji.

En overmits nu schrijver dezes lid van dien raad is, en zü'n broederen ook in de gemeente liefheeft, hoopt fay zich, waar de gelegenheden voorkomen, steeds te kwijlten van zijn plicht, om anderen voor te lichten.

Volgens zijn oude beproefde methode gaat Dr Kuyper nu naar aanleiding van dit concrete geval de zaak principieel belichten.

Wij willen ook die stukken uit „de Heraut" onzen leeers voorleggen:

Over den band tussohen de gemeente en den kerkeraad staan van oudsher drie opinion tegenover elkander, dat der Independenten, der Gereformeerden en der Luthersoh-episcopalen.

D© Independenten zeggen: De gemeente maoet onder d» leiding van de ouderlingen saamkomen, beslissing am alle «aken nemen; en het besluit door de ouderlingen doen uitvoeren.

De Gereformeerden zeggen: De gemeente moet steeds in levend contact met den kerkeraad Wijven, als het vain God ingesteld orgaan, om; de macht der regeering, , die bül de (kerk berust, uit te oefenen.

D© Lutherse h-e piscopalen daarentegen beweren: D© gemeente verkeert geheel lijdelijk. Sine Tobis de vobis! Buiten u om zullen we over •B in onze oppermacht beslissen. En gij onmondige gemeente! hoor het aan.

Baar nu onze meeste handboeken over kerkrecht ïiit D'uitschland herkomstig zijn, en onze mieeste predikanten door d© Duitsch-Luthersche theologie govomiid zijln, aoo bestaat het gevaar en is verre van denkbeeldig, dat hier te lande deze ongereformeerde éenkbeelden meer ingang vinden dam goed is.

Het doet ons daarom geno'sgen dat de kerkeraad van Amsterdam besloten heeft, althans een lort verslag van zijin handelingen voortaan publiek te maken. Later volgt nog een historisch-critische beschouwing over deze aangelegenheid, waarbij Dr Kuyper ..^elfs het pleit voert voor het toelaten van toehoorders ter Kerkeraadsvergadering. Aldus:

Een vorig imiaal wezen w© op de zeer ondersdheidene denkbeelden door deLuthersch episcopaten, de Gereformeerden en de Independenten over de verhouding van kerkeraad en gemeente bepleit. We voegden er toen bijl, dat tot onze vreugde de kerkeraad vaa Amsterdam besloten had, voortaan een kort verslag van zijn handelingen publiek te maken.

Nog liever hadden we mtusschen gezien, dat men een stap verder ware gegaan, en ook toehoorders hadde toegelaten.

Dit was, zijl het odk nog slechts op ©xoeptioneele wij'ze, de praktijk onzer vaderen, die evenals de oude Qhristenen op de ooinciliën, zoo ook op de Synode van Dordt en vroegere synoden op milden voet de leden der gemeente, zelfs vrouwen, toelieten.

Wel bestrijdt dan ook Voetius den Independentischen eisoh dat de leden mede moeten handelen over de zaken, maar noemt als d© oonstitueerende deelen van een Synode wel terdege ook d© auditores op (Pol. Eocl. IV p. 182).

Hyperius neigde er wel toe om wat te ver te gaan, en daartegen komt Voetius op, met te zeggen, dat het geen eisch kan worden om altoos e in overal iedereen zoo maar toe te laten (quiUhet semper et uMque); imjaar dit eischt dsm thans ook niemand.

Zelfs in den kerkeraad was het oudtijids constante gewoonte, om elk lid der gemeente, dat zich aanmeldde om iets te vragen, of te zeggen, binimen te laten in het midden der vergadering. Grond hiertoe bood hetgeen ons in Hand. 1, 6 en 15 vooral van de praktijk der Apostelen wordt geleerd; waar tooh klaarlijk blijkt, dat de Apostelen zelfs geen oogenhlik het levend contact met de gemeente prijsgaven.

Want wel hielden de Lutherschen en Episcopaten evenals de Roomschen hiertegenover staiande, dat de gemeente slechts mededeeling had ontvangen van hetgeen de Apiostelen besloten hadden, maar onze gereformeerden lieten zich dit nimmer gezeggen en hielden vol, dat (daargelaten de vraag of de gemeente in vs. 12 met d© menigte bedoeld was) uit vs. 22 en 25 duidelijk blijkt, dat ze zelfs gekend werd in het g©namien besluit.

'Onze kantteekenaren, die bij ve. 12 dan odki uit gematigdheid eer mog te veel toegeven, spreken het bij VS. 22 voor stellig uit, dat wel terdege de goedkeuring der gemeente op het genomen besluit gevraagd werd.

Kuyper citeert vervolgens de verklaringen van Polus en Wells en Plevier en gaat dan aldus verder:

D© tegenovergestelde meening is van Luthersohe zijde o.a. in omze dagen nog verdedigd door Neander, en voor hem door Kuinol en Mosheim, die echter, om de overweldigend© autoriteit van den tekst, toegeven dat er ge m a c h t i g d e n uit de gemeente bijl waren.

Maar dat ook ten deze de gerefonmieerden beter dain de L.uthersdhen exegetiseerden is allengs zoo overtuigend gebleken, dat thans ook Meyer en Lange en schier alle uitleggers toegeven, niet alleen' dat de gemeente meê besliste over de te nemen besluiten, maar zelfs reeds in vs 6 en vs 12 d e geheel© gemeente er bijl tegenwoordig was.

Meyer »gt er van: „D© beraadslaging van de Apostelen en ouderlingen bad niet plaats in een gesloten vergadering, maar vond plaats in tegenwoordigheid en onder toelating van de gamische bijeen gekomen© g©meente, zooals dit uit vs 12 en vs 22 en het allerduidelijkst uit vs 25 blijkt."

Beza alleen Ikan geciteerd als ©en gereformeerd theoloog, die afweek. Maar hierbij houde men in het oog dat de kerkeraad te Geneve een heel andere kerkeraad was dan de onze.

Immers t© Genèv© behandelde de kerkeraad mi i e t s dan zaken van tucht en berustt© de regeeriag der kerk elders.

Deze uitzondering doet dus niets ter zake. Calvijln, wiens blik ruimer was dami die van Beza, sob rijft er ia zijn commientaar op Hand. 15 : 22 van: „Hieruit ziet mien, welk een gematigdheid er bijl de Apostelen heersohte, die niets ten opzichte van de grootere gemeentebelangen wilden vaststellen, zonder de leden der gemeente er in te kennen."

En dan laat Calvijn er dit opi volgen: „Want ongetwijfeld is uitsluitend uit de dominé's hoogheid (ex pastorum superb ia), dat echt tyrannieke idé© voortgekomen, om biJi aaken die het heil d©r gemeente raken, de g e - meemite zelve er buiten te houden, «n de beslissing over te laten aan de willekeur, om niet te zeggen aan de trotschheid vÈln eenige, weinige personen."

Mochten alle bedienaren des' Woords, die met Calvijn in de belijdenis der gezuiverde waarheid staan, 'dit woord ernstig ter harte inemen.

Wat in Hand. 15 staat, geldt dan nog Apostelen, en hier zijn slechts bedienaren des Woords.

Het leven der Gereformeerde Kerken moge ook in dit opzicht e voto Kuyperiano blijven.

Want ook hier trok hij lijnen naar de Schriften. Men kan het bovenstaande vinden in „De Heraut" Nos 286 en 287.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1939

De Reformatie | 8 Pagina's