GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

KERKELIJK LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJK LEVEN

15 minuten leestijd

Indrukken van de Generale Synode.

Ter inleiding

Ook ditmaal zullen we eenige indrukken van de synode geven. Op volledigheid zullen we daarbij geenszins staan. Het verslag van onzen correspondent zal de volledigheid, mijn indrukken evenwel zullen slechts eenige toelichting bedoelen, met voorkeurkeuze van wat al of niet zal aan te raken zijn.

Bidstond en opening

Oudergewoonte werd de leiding van den bidstond door den voorzitter der voorgaande synode, en de ope ningshandeling door één der predikanten van de roepende kerk (Sneek)- verricht.

Moderamen.

De verkiezing van het moderamen hield eenigen tijd op. Resultaat was, dat voorzitter werd ds J. L. Schouten. Over de voorzitterskeuze is zelfs te voren in de pers geschreven: sommigen opperden zelfs, maar dan waarschijnlijk niet zonder eenigen zin voor humor aan den dag te leggen, de idee der bekoorlijkheid van een synode onder praesidium van dr Colijn. Een grapje natuurlijk, maar misschien niet zonder gevaar voor misverstand. Hoe het zij, de voorzitter der voorgaande synode werd ook voor deze verkozen. In zooverre was dit voor sommigen een ongedachte wending, als tot nu toe de regel gold, dat de praeses van een synode "voor de volgende niet in aanmerking komt. Deze regel Is echter geen wetsbepaling. Dat het verschil tusschen gewoonte- en wetsbepaling scherp gezien werd, bleek al spoedig, toen reeds bij eerste stemming de voorzitter van '36 weer een flink getal stemmen op zich vereenigde.

Voorts kent men de andere leden van het moderamen.

Moeilijke tijdsomstandigheden.

Zwaar drukt wel op allen de moeite, waarin het volkerenleven zich verstrikt heeft. Men heeft geen tijd zelfs, om zich af te vragen, hoe de N. S. B. het tegenwoordig heeft met haar slagzin: Mussert of Moskou.

Meer dan één was er, die hartelijk wilde, dat hij thuis was. Voor bijna allen is het een offer, juist in deze omstandigheden het gezin achter te laten. En onderscheiden predikanten voelen het als een pijnlijk gemis, niet in hun gemeente te zijn, juist nu. Zelf herinner ik me den Vrijdagavond in 1914, toen ik, nauwelijks enkele weken prediliant, van mijn voorbereiding voor de preek werd afgehouden door families, die zoo graag bezoek hadden, omdat een man, een vader naar de grenzen moest. Ik zie ze nog voor me: nerveus sommigen, misschien wel meer in getal dan thans, 25 jaar later, nu we, de gronden daargelaten, toch wat meer dan destijds rekening houden met de mogelijkheid, die toen daarin verwerkelijkt is, dat, terwijl schier heel de kaart van Europa bloedrood gekleurd was, er één wit plekje vier jaren is overgebleven: Nederland. Maar al moge het „wonder" van 1914—'18 ons vandaag misschien eenigszins op ons gemak, zetten, niemand vergeet toch, dat de wereld en oolc de oorlogsmachinerie er in een kwart eeuw heel anders is uit gaan zien.

Elke synode is één offer, met name van haar leden afgevergd. J^ïaar het is ditmaal wel bizonder groot.

Men kan het trouwens aan de vergadering aanzien. Heel de vertegenwoordiging van de kerken over de duitsche grens moest wegblijven. Enkele afgevaardigden moesten wegens militaii-en dienst zich laten vervangen door een secundus. Eenige buitenlanders bleven weg, en die er zijn, zullen wel tobben over de vraag, lioe ze op z'n best weer thuis zuilen komen. Ik denk dat niemand de synode van Sneek vergeten zal. Niet zoozeer om wat door de synode zelf zal worden verricht, als wel om hetgeen, vóór er nog iets ter hand genomen worden kon, in de wereld te doen was.

Voor velen was het een verrassing, dat de leider van den bidstond precies om 8 uur zijn toespraak beëindigde, en dat toen ineens door luidsprekers het radiotijdsein van 8 uur klonk: de rede van H.M. de Koningin werd in de kerk doorgegeven; luidsprekers in de hoeken, 't Was een indrukwekkend moment, en een uitstekende gedaclite. Wie het plan voor 'teerst geopperd heeft, moge zich van veler hartelijken dank verzekerd houden.

Nadat de radiorede was aangehoord, werd het gebed uitgesproken, de dienst beëindigd en lionden de leden de Sneeker families en elkander ontmoeten.

Buitenlanders.

Reeds hebben twee buitenlandsche afgevaardigden liet woord gevoerd: ds van Dellen en prof. du Toit, uit Noord- Amerika de één, uit Zuid-Afrika de ander. Dr Beets, eveneens uit Noord-Amerika, was ook present en moet op dit oogenblik nog zijn toespraak houden.

Beiden vertelden interessante dingen van de kerken, die zij vertegenwoordigden, en gaven gelegenheid, een blik in hun kerkelijk leven te slaan of deden het met gepaste vrijmoedigheid in het onze. Over en weer werden verzekeringen gedaan van elkander noodig te hebben.

Waar nu het contact langs den weg der officieel kerkelijke instanties meestal uiterst moeilijk en kortstondig blijft, daar zal met name langs den weg van den officieuzen voorlichtingsdienst, en niet het minst van de behandeling der vraagstukken van onzen tijd, dit van elkander leeren en profiteeren willen, moeten blijken. Op dit punt is reeds vooi'uitgang te bemerken. Het moge in die lijn voortgaan.

Een ridder.

Bizonder aardig was liet moment van Woensdagmiddag, toen onder applaus de voorzitter mededeelde, dat prof. Greijdanus, „ridder in de exegese van het Nieuwe Testament", door Hare Majesteit de Koningin was benoemd tot ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw. De waardeerende toespraak van den praeses gaf een zinspeling op de toespraak van prof. Ridderbos, waarin de anecdote voorkwam van een Zuidafrikaan, wien verteld was van iemand, die „overwerkt" was. De Zuidafrikaan begreep niet, wat dat was. Het scheen, aldus de voorzitter, alsof prof. Greijdanus van dien Zuidafrikaan wel wat weg had. Ook ons blad wenscht prof Greijdanus van heeler harte geluk.

Toespraak dr Beets.

Dr Beets sprak er zijn vreugde over uit, dat de schoone belijdenis onzer vaderen in ons land zoo krachtig weerklank vond. Deze zendingsspecialiteit had groeten eerbied voor ons zendingswerk. Met nadruk pleitte spr. voor practische erkenning van.de oecumenische gedachte: het zoeken van nader contact tusschen allen die in de groote beginselen het eens zijn, over heel de wereld.

Uit eigen jeugd herinneringen gevende (dr Beets is in het destijds zoo „moderne" Noord-Holland groot geworden) bracht spr, naar voren, hoe het destijds mogelijk was, dat hem tot op 16-jarigen leeftijd nooit van Christus gesproken was. Witte velden! Ook in Nederland! En dan: witte velden, ook in Suriname, West-Indië, en onze Oost. Met een kraclitige opwekking om zooveel mogelijk te staan naar uitbreiding van het Zendingswerk.

Een „belangeloos" arbeider.

Mooie aansluiting gaf hieraan de toespraak vaft den Heer Wolterbeek, die, zooals opgemerkt werd (niet door spr. zelf), zonder eenig bezwaar voor de zendingskas zich geven wilde als docent aan de opleidingsschool te Djokja. 'Verkwikkend, zulke momenten.

K. S.

Artikel XIII K.O. (II.) *)

De afwijking van Rutgers (men zou kunnen zeggen: gesanctioneerd door de Synoden van 1923 en 1930'^), dreigt geconsolideerd en verei-gerd te worden niet alleen door de gepropageerde landelijke samenwerking, doch bovendien door de propaganda, zij het slechts hier en daar gevoerd, voor een verzekering. Concreet is het geval aan de orde gesteld in Friesland. Uit de gedachtenwisseling, gevoerd tusschen Ds Boeijinga in zijn „Kerkbode" en Dr W. A. van Es, leid ik' af, ai staat het er niet met zooveel woorden, dat hier gedacht wordt aan een collectieve verzekering (dus eene, die alle Kerken in het betrokken provinciale ressort zou omvatten) en niet een individueele (dus zoo eene, die elke Kerkeraad individueel, geheel zelfstandig voor zijn eigen predikant zou kunnen sluiten). Uiteraard zou de laatste vorm zeer wel aanvaardbaar zijn, ook bij de hoofdgedachte-Rutgers. Doch ik ben het volkomen met Ds 'Boeijinga eens, dat de collectieve verzekering, zooals Friesland thans in studie heeft genomen, inderdaad een principiëele afbuiging is van Rutgers Sr, waarmee Friesland vanzelf het recht verspeelt om bezwaar te maken tegen de afbuiging, die de rest der Nederlandsche Kerken zich hebben veroorloofd. Maar niet alleen van Rutgers, ook van (H. H.) Kuyper, Hania en Meijering en van de vroegere Synoden (1923 e.v.) buigt Friesland af. Want in hun rapport aan de Synode-1923 hebben de evengenoemde deputaten onder de „regelen", die „in acht behooren genomen te worden" ook genoemd: geen vorming van algemeene fondsen of kapitalen; de jaarlijksche omslag zou het eenige behooren te zijn. Nu is het voor ieder duidelijk, dat een regeling-door-verzekering niets anders is, dan een regeling-door-fonds of -kapitaalvorming. Alleen, men doet het niet zelf, maar laat het anderen doen. Wat geen principieel, alleen maar een vorm-verschil geeft.

Men kan, naar mijn gevoelen, niet genoeg waarschuwen tegen de invoering van de verzekering op dit gebied. Ik kan hiei; niet uitvoerig worden; de tijd daartoe ontbreekt mij thans om eenigszins volledig dit onderwerp te behandelen. Ik maak slechts de volgende opmerkingen, die ik ook reeds in mijn lezing in Kampen, maar toen meer uitgewerkt, heb gegeven:

Ie. De Gereformeerde Kerken in Nederland hebben een ledental, groot genoeg om zelf de verzekeringsgedachte uit te voeren. Het is een utopie te meenen, dat men bij een vei'zekeringsmaatschappij goedkooper terecht zou kunnen.

2e Men betrekt in de geheele organisatie van de Kerken een steeds groeiend belang bij het financieel beheer van verzekeringsmaatschappijen e.d. Ik zou willen vragen: heeft men nog niet genoeg leergeld betaald? 3e. Men betrekt voorts in het leven der Kerken een steeds groeiend gevaar van toenemende materiëele zorgen. Men denke hier slechts aan de gevaren van devaluatie, inflatie, e.d. Wie hier zijn oogen nog niet open had, die is op een gevoelige manier wakker geschud door de jongste Kabinetscrisis. De reactie in de financiëele wereld in en buiten Nederland op deze gebeurtenis lieeft voldoende aangetoond, hoe men de gevolgen van die crisis aanstonds heeft aangevoeld. En al mag dat nu weer eenigszins geluwd zijn (omdat elke drenkeling zich aan een stroohalm vastklampt en in casu de stroohalm van een. Ministerie onder een gematigd man als de Geer gezien wordt als een reddingsplankje), toch doet onvoorzichtig ieder die meent, dat hierdoor de inflatie-gevaren e.d. voor de komende decennia' zijn bezworen. Als dit nu zoo is, dan mag de vraag gesteld worden: wat belang toch zouden onze Kerken er bij hebben om na vandaag groote sommen uit te geven, die in de toekomst, zooal niet geheel waardeloos, toch sterk in waarde gedaald zullen blijken te zijn?

Al deze dingen dus, zoowel de landelijke samenwerking (anders gezegd, de landelijke omslag), als ook een verzekering, die alle Kerken zal omvatten, verergeren slechts het „systeem", waarover Prof. Grosheide in 1934 reeds klaagde. Er blijft m.i. geen andere uitweg over dan: terugkeer naar Rutgers Sr, dat is terugkeer naar de regeling van de Synode-1905. Men behoeft mij daarbij niet te vragen of ik dan niet bekend ben met de ontwikkeling, die tusschen 1905 en 1923 werd gezien: de moeilijkheden, waarin plaatselijke Kerken kwamen te verkeeren, bijv. door sterfgevallen van predikanten, zeer kort na elkaar e.d. Ik weet het alles zeer wel; en ik heb in mijn lezing rekenschap gegeven van mijn standpunt daartegenover. Ik kan dit thans niet nader hier bespreken. Maar wel staat dit voor mij vast: hoe meer men de belangen, die elke Kerk individueel behoort te verzorgen, van de zorgen van elke Kerk weg-neemt, althans daarvan verwijdert, des te minder zal de drang om in zulke, niet i'echtctreeks meer aangevoelde, belangen te voorzien, werken. Men probeere het opnieuw met de kracht der liefde, die nog in onze Gemeenten gevonden wordt ten opzichte van de eigen predikanten. En wanneer die liefde zal blijken niet sterk genoeg meer zijn om te doen wat plicht is tegenover de eigen predikanten, dan is het bok volkomen onredelijk te verwachten, dat die liefde zich beter en gunstiger zal openbaren in de vervulling van eischen, die niet meer als de eigen, directe belangen worden gezien. Als het geestelijk leven niet sterk genoeg meer bloeit om te voorzien in de eischen van hetgeen eigen leven vordert, wat voor verwachting heeft men dan nog voor de vruchtbaarheid van dat leven voor meer verwijderde belangen? Ds Couvée klaagt in zijn bovenvermeld artikel, dat onder ons „de liefde niet bloeit". Ik ben 't hierin gedeeltelijk met hem eens: in haar algemeenheid is de klacht m.i. onjuist. Maar wie en wat zijn hier de oorzaken? Vele ongetwijfeld! Maar een der oorzaken zie ik ook in het slechte voorbeeld van wie tot leidsman, tot voorganger werd geroepen. In den Bijbel vinden we de ernstige voorbeelden van de nawerking der afwijkingen dergenen, die op de eerste posten staan. Ik noem hier als voorbeeld alleen maar David en zijn raadgevers, die door hun „eigenwilligen" dienst om de ark op een nieuwen wagen te vervoeren, in plaats van die, volgens het duidelijk gebod van God, te dragen, oorzaak geworden zijn van Uzza's dood.

(Zie vervolg op blz. 380.)

Welnu, meent Ds Couvée, door concreet ook met hem te spreken, dat mijn „liefde" tot hem mogelijk wordt (of blijft) bij zulk geschrijf, als hij zich veroorloofde? En dat soortgelijke reactie niet eveneens ontstaat bij hen, die dit alles ook waarnemen? Maar nu in breeder verband: We zijn er allen getuige van hoe door enkele publicisten wordt volhard in de publieke schending van o.a. het negende gebod en zulks zender dat onze gemeenschap eendrachtig getuigt, dat te veroordeelen. Eerder het tegendeel! Dacht men, dat zóó de eendracht en de liefde gebouwd kunnen worden?

Augustus 1939.

A. SCHILDER.

De Kleine Catechismus van Zacharias Ursinus. (XIII.)

61f. Wat is het Avondmaal des Heeren?

Het is de breking en het eten van het brood des Heeren, en de uitdeeling van Zijn beker in de vergadering der geloovigen, met de verkondiging van Zijn dood, door Christus ingesteld, opdat Hij hierdoor als door een zichtbaar pand en openbaar getuigenis ons allen, (zoovelen als wij dit doen in waar geloof), vermane en bevestige, dat Zijn lichaam niet slechts voor anderen, maar ook voor ons ieder in 't bijzonder, aan 't kruis gebroken, en Zijn bloed vergoten is, en door ons als de waarachtige spijs en drank des eeuwigen levens gegeten en gedronken wordt; en opdat wij onzerzijds verplicht worden, om het leven in Hem alléén te zoeken, en om te leven zooals het Zijn leden betaamt, en om elkander wederzijds lief te hebben.

65. Wat is dat, het lichaam van Christus eten en Zijn Moed drinken?

Het is met een waar geloof in Christus de vergeving der zonden en de gerechtigheid van God aannemen, wegens het in den dood overgegeven lichaam van Christus en Zijn vergoten bloed; en door den Heiligen Geest, die tegelijk in het lichaam van Christus, dat in den hemel is en blijft, èn in ons, die op aarde zijn, woont, aldus met Christus ons Hoofd vereenigd worden, dat wij vleesch van Zijn vleesch en gebeente van Zijn gebeente zijn; en door één en denzelfden Geest, zooals de leden van ons lichaam door één en dezelfde ziel, met Hem leven en geregeerd worden.

66. Hoe is het m, ogelijlc, dat de breking en het eten des broods en het uitwendig en lichamelijk gebruik van den wijn, ons verzekert van het innerlijk en geestelijk eten van Christus?

Daardoor dat de Heilige Geest onze harten tot vaster gelooven beweegt, door déze belofte van Christus, dat allen, die gelooven, en dit gebroken brood eten, en van den rondgedeelden beker drinken, allerzekerst door het lichaam van Christus, dat aan het kruis voor hen gebroken is, en door Zijn vergoten bloed gevoed en gedrenkt worden.

67. Waar wordt ons dit toegezegd?

In de inzetting van het Avondmaal, waar Christus het brood en den wijn Zijn lichaam en bloed noemt, welke aldus door de Evangelisten en den Apostel Paulus beschreven wordt: , , Onze Heere Jezus Christus, in den nacht in welken H ij verraden werd, nam het brood, enz."

Dezelfde belofte wordt overgeleverd, als Paulus het brood, dat wij breken, en den beker der dankzegging, dien wij zegenen, de gemeenschap van het lichaam en bloed van Christus noemt.

G. B.


*) Verbetering: In het artikel van de vorige week zijn enkele regels op een verkeerde .^plaats gekomen. De regel „Een voorziening in de individueele behoeften, anders gezegd de „nooddruft" in elk Emeritaatsgeval, wordt daarbij onmogelijk. (Ik weet, o critici, dat een plaatselijke kerk desgewenscht tot een suppletie mag besluiten); ", thans opgenomen sub „ten vierde" op bladzijde 372, 2e kolom, onderaan, leze men achter „uniformiteit" in „ten tweede".

1) Voor een juiste appreciatie is het zeer belangrijk er op te letten, dat de Deputaten-1923, t.w. Prof. Dr H. H. Kuyper en de predikanten J. Hania en H. Meijering in hun rapport zich noch pro, noch contra uitspreken, enkel richtlijnen geven ingeval „de Kerken onder elkander financiëele verphchtingen willen aangaan" inz. art. XIII enz.

En in een aan de Synode-1930 uitgebracht rapport wordt, sprekend over de Synode-1923, gezegd: Hoewel toch de bezwaren erkennende „die aan een gemeenschappelijk dragen van de gezamenlijke pensioenlasten verbonden z'jn, achtte genoemde Synode nochtans zulk een regeling niet principieel ongeoorloofd en meende zij haar aan de Kerken, wegens de practische voordeelen wel te kunnen aanbevelen, mits"' (enz.; volgen de richtlijnen der Deputaten).

Wat hier (1930) wordt medegedeeld over het standpunt der Synode-1923, moet rusten op kennis der mondelinge besprekingen. Want in de Acta zelf zal men niets vinden, dat bewijsmateriaal geeft voor deze „posthume" verslaggeving. •Maar belangrijker is wel de aarzelende, schoorvoetende

wijze van introduceeren dezer nieuwe regeling zoowel in 1923 als in 1930. Dat óók geeft moed aan ieder die twijfel voelt opkomen, en voorkeur voor de oude regeling durft openbaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

KERKELIJK LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1939

De Reformatie | 8 Pagina's