GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

STERVEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STERVEN.

5 minuten leestijd

Wat zullen we nog klagen? Een ieder klage vanwege zijn zonden, maar hij klage niet vanwege het punt des tijds, nu wij het sterven mogen zien als abnormaal voorzover het vloekelement er in ligt, maar normaal voorzover het het verlaten van de tegenwoordige levenswijze betreft. Het zou abnormaal zijn als wij niet zouden sterven. Daarom, zodra de vloek betaald is, is de schrik van de dood geweken en wie het zo gezien heeft, kan erin komen, wanneer een man zegt, dat in alle sterven, gelijk het vandaag ook gebeurt, tenslotte ligt een zekere daad van onszelf. Onze diepe, levenskern geeft zich in de dood en daarom zijn we op dat punt aangewezen en de dood komt nooit als lot alleen.

Er zijn biologen, die zeggen, dat in de grond der zaak bij het sterven de mens zijn laatste acte doet. Voor ons, die vandaag niet hangen aan biologische wijsheid, maar ons laten regeren door het geloof uit de Schriften, voor ons staat het zo, dat wij nu de eis gaan stellen, dat de dood bij ons door het geloof, niet maar een lot, maar een daad is.

Ik m.aak geen tegenstelling, want als ik Gods mede-arbeider ben, ook in het gaan sterven, wil dat juist zeggen, dat God éérste arbeider is en gelijk elke handeling alléén mogelijk is, als God mijn wil beweegt, zo is het ook hier. Ik kan niet mijn geest door mijn eigen daad overgeven, of God moet er zijn, die, als eerste, in mij werkt, het willen en het werken. Maar omdat juist m'n mede, -arbeiderschap gevraagd wordt, hangt mijn ganse geloof ook hiermee samen, dat ik ook door het geloof, jong wordende in het oud-worden, de daad voltrek van mijn blijmoedig in de Here sterven gaan.

Als ik mijn Here Christus door het geloof waarlijk ingeplant ben en mijn ambtsbezigheid niet maar laat functioneren tot de eindstreep, maar ook als ik op de eindstreep ben, en het punt des tijds naderbij halen moet, dan is de taak van Simeon niet alleen maar, dat hij gewacht heeft op het punt des tijds, rr\aar ook dat hij ging naar het punt des tijds.

Simeon zegt: Nu laat Gij, Heer, Uw dienstknecht gaan in vrede, want m'n ogen hebben Uw zaligheid gezien. Hij heeft zijn ambtsdienst gedaan tot hij het kindelce zien mocht en nauwelijks heeft hij het beleefd, of hij haalt het andere punt des tijds naar zich toe in de laatste seconde: Nu, Here, laat Gij uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord. Simeon kan nu sterven. Van dat uur af is de oude man bezig te wandelen naar de eeuwige jeugd. Hij was misschien verouderd door het lange wachten, want er staat ook van Simeon: een uitgestelde zaak krenkt het hart en daarom was hij verouderd, maar de veroudering vanwege de uitgestelde zaak was nu omgezet en hij zeide: Here, ik doe de daad, en nu moogt Gij mij komen halen. Ik kom naar U toe.

Iemand heeft eens gezegd: het hart staat stil, als ik het stil zet. Neen, zeggen wij, dat is verschrikkelijke taal, waap.n ik God niet erken. Maar zover ik inderdaad moet zijn door het ambt en het geloof, mede-arbeider Gods, " wil ik toch zeggen: God vraagt van mij, dat ik Hem zo lief zal hebben, dat ik op mijn sterfbed, de armen stilleg, dat ik door mijn eigen wil mijn ogen dicht doe en zeg: Nu is het wel genoeg.

Sommigen hebben de tekst van Simeon totaal anders vertaald, niet: Nu laat Gij, Heer, Uw knecht gaan in vrede, maar: Heer, nu ontslaat gij uw dienstknecht, naar Uw woord in vrede. Zijn werk is af. Of het juist is, zal ik niet beoordelen. Maar de zaak aanvaard ik: ook voor mijzelf. Ik moet straks mijn armen, benen, ogen, hart, ontslag geven. En als ge een geloof hadt als een mosterdzaad, zo sterk en zo kiemkrachtig, dan zoudt ge niet alleen door een gezonde, levensaanleg, uw jeugd vernieuwen als een arend en door het punt des tijds heen gaan met vrolijke moed en het einde zal zijn met grote vreugde.

Als we de doodsvallei betreden, zo zingen we wel eens, laat ons elke aardse vriend alleen. Maar ik weiger dat te zingen, want dat is elke dag gebeurd, dat elke aardse vriend mij alleen liet. Als ik de doodsvallei betreed is het zo. Maar óók als ik de hoogte bestijg, laat elke aardse vriend mij alleen.

Tenslotte is het leven sterk persoonlijk en geboorte en wedergeboorte zijn sterk persoonlijk. Daarom, dat ik in mijn sterven alleen gelaten wordt, is normaal. Ik moet persoonlijk de weg betreden. En wie het zo ziet, staat zonder aardse vriend, zeer persoonlijk, voor God.

Er is geen mens zo jong of hij is oud genoeg om te sterven. Maar aan de andere kant, er is geen graf zo vers, of het is oud genoeg, om, geopend te worden.

Maranatha, Christus komt!

(Slot van een rede. van Prof. Schilder over het sterven, gehouden in Rotterdam).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

STERVEN.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's