GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De schoolstrijd in Michigan.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schoolstrijd in Michigan.

13 minuten leestijd

In Holland, een stad van den Amerikaanchen staat Michigan, waarheen veel Calvinisten uit Nederland togen, zijn onder den titel: Lichtstralen, onlangs twee pleidooien gepubliceerd, het ééne van den heer Mr. G. J. Diekema, en de andere van Mr. F. Kniphuizen, vóór en tegen de Staatsschool.

Gelijk men weet is de staatsschool in Amerika nog altoos regel, 'en zijn in dat land ook de meeste Christenen nog steeds van oordeel, dat deze staatsschool voldoende is, zoodat er geen bijzondere aanleiding bestaat, om particuliere Christelijke scholen op te richten.

Eerst sinds door de lersche immigratie het Roomschp deel der bevolking in aantal toenam, drong de Roomsche geestelijkheid op vrijmaking der school aan, en vond het denkbeeld om vrije Christelijke scholen tegenover de staatsschool te plaatsen ook bij zekeren kring van Protestantschc Christenen ingang.

En zoo nu ontstond allengs ook onder de Nederlandsche kolonisten en hun afstammelingen zekere beweging, om het stelsel van de staatsschool als onbruikbaar af te keuren, en het systeem der vrije school te bepleiten.

Dit gaf wrijving van gedachten, en het is aan den daaruit ontstanen strijd, dat ook de beide genoemde pleidooien van de heeren Diekema en ïCniphuizen hun aanzijn danken.

Het standpunt van den heer Diekema wordt genoegzaam gekend uit deze zijne woorden:

Nu komt de groote vraag: Wat is de verhouding van dit publieke schoolsysteem tot het Christendom en tot de Christelijke kerk?

Is ons school-systeem vijandig tegen het Christendom en zoekt het de kerk en haar luisterrijk werk te ondermijnen ? Maakt het van onze kinderen ongeloovigen en ongodsdienstigen ? Zoo ja, dan laat ons allen onze scholen vaarwel zeggen, al zijn ze ons ook dierbaar als 't licht in onze oogen. Want het is beter blind, kreupel of verminkt te leven en zalig te sterven, dan goddeloos te leven en ongeloovig te sterven.

Dit is evenwel gelukkig de verhouding van onze scholen tot het Christendom niet. Niet alleen; zijn onze scholen Christelijk, maar ons land zelf is Christelijk. Op de munt staat gegeschreven: > 0p God vertrouwen wij." Eens per jaar roept onze President, (te zamen met alle Staatsgouverneurs) een nationalen dankdag uit, en verzoekt allen om tot de bedehuizen op te gaan en lof en dank te brengen aan den waren God, den God onzer vaderen, den Jehovah Israels.

Ons Nationaal Congres en onze Staatswetgfevende Kamers worden dagelijks met gebed en bijbellezing geopend. Vloeken, heiligschennis en Sabbatschending wordt ; door onze wetten, die gegrond zijn op het Christendom, verboden, en de vloeker, heilig-en Sabbatschender wordt op publieke onkosten vervolgd en door boete en gevangenis gestraft.

Wanneer nu in zulk een land de publieke scholen onchristelijk waren, dan zou men moeten veronderstellen, dat de groote en Godvreezende Staatslieden, die de fondamenten van deze volksregeering hebben gelegd in geloof en in gebed, terzelfder tijd een schoolsysteem in het leven zouden hebben geroepen, hetwelk die fondamenten zoo spoedig mogelijk zou doorboren en ondermijnen.

Onze scholen zijn in haar oorsprong, in haar aardfen gehalte Christelijk in den algemeenen zin van het woord.

En wat de middelen aangaat, die hij ter verbetering van de staatsschool wil aanwenden, zoo zegt hij op blz. 12:

Wat plicht rust er dan nu op de inwoners van ieder schooldistrict?

Ten eerste. Om Christenmannen te verkiezen als schoolopzieners.

Ten tweede. Om te zorgen, dat deze opzieners Christelijke onderwijzers en onderwijzeressen in de scholen plaatsen.

Ten derde. Om te zorgen, dat de boeken, die er door de leerlingen gebruikt worden, niet alleen vol zijn van goede kennis en goede zeden, maar tevens ook van een algemeenen Christelijken aard zijn.

Hiermede zal de Godloochenaar en ongeloovige, die in zulk een district woont, niet tevreden zijn. Dan laat hem vertrekken of laat hem voor bijzonder onderwijs voor zijn kinderen zorgen.

Zoomin als men tot Anarchie mag overgaan, omdat sommigen van onze inwoners niet in eenige soort van regeering geloovenj; zoomin als men het Christelijk karakter van ons Gouvernement en onze wetten omtrent vloeken, heiligschennis, Zondagvieren gaat veranderen, omdat sommigen onzer inwoners niet in God gelooven; ZOOMIN ook zullen wij het Christelijk karakter van onze publieke scholen gaan veranderen, omdat sommigen er niet in gelooven. Zoomin wij ter wille van den Godloochenaar de woorden »0p God vertrouwen wij", van onze munt zullen afnemen, zoomin ook zullen wij ter wille van den ongeloovige onze publieke scholen van haar Christelijk karakter berooven.

Niets is te kostbaar voor onze kinderen; de helft van al onze belastingen betalen wij voor hunne opvoeding. Men werkt en slooft een leven lang voor hun onderhoud. Over de wieg, waarin de zieke lieveling ligt, waakt de zwakke moeder met bleek gelaat en angstig hart dag en nachten geeft haar leven voor dat haars kinds.

Deze kleinen, waarin de toekomst voor Staat en Natie bestaat; deze kleinen, die zoo spoedig ons naar onze laatste rustplaatsen moeten dragen, en ons werk op hunne schouders moeten nemen; deze kleinen, deze lieve, lachende, openhartige kleinen, die Jezus op zijn armen nam en van wie Hij zeide: sderzulken is het koninkrijk der hemelen" — laat ons ze het beste onderwijs binnen ons bereik geven; laat ons onze krachten als Hollanders in dit goede land niet versplitteren; laat ons geen onbeduidend element worden. Onze publieke scholen kunnen ons daarvoor bewaren. Laat ons op ons vaandel schrijven: »Land, Staat, Stad en School voor God!" Dan zal dit vrije volksgouvernement blijven voortbestaan; dan zal de arme en onder drukte van alle landen hier aanhoudend vrijheid, vrede, voorspoed en rust blijven zoeken. Dan zullen zijne kinderen, van hoe nederigen oorsprong ook, publieke leiders en hooge ambtenaren worden. Dan zal onze driekleurige vlag, zoo gelijk aan de vlag van onze voorvaderen, in de lucht blijven wapperen tot den dag, wanneer de Engel, staande met den eenen voet op het land en den anderen op de zee, de gouden bazuin zal vatten en den volkeren der wereld verkondigen, dat er geen tijd meer zijn zal.

Men merkt wel, hier is geen vriend der Moderne sekteschool aan het woord.

Neutraliteit tegenover den »man van Nazareth" is hem een gruwel.

En toch, het tegenpleidooi van Mr. Kniphuizen, minder welsprekend, maar veel zaakrijker en beter voet bij stuk houdend, weerspreekt zegevierend het door Mr. Diekema ingenomen standpunt.

Hoor slechts:

Voor mij ligt een brief van onzen tegenwoordigen Staatssuperintendent van Publieke Opvoeding, Mr. H. Pattengill, bevattende antwoord en raad aan een onderwijzer, die ZEd. omtrent een en ander, boven omschreven, gevraagd had.

ZEd. antwoordde o. a. dat.... »de onderwijzers zeer voorzichtig moeten zijn in het geven van onderwijs uit den Bijbel".... dat ïzij zich moeten onthouden van eenige verklaring te geven, die een sectarisch karakter heeft.".... En eindelijk dat.... »het beter is oxa'tBijbellezen geheel van [de school te verbannen dan daardoor verschU te brengen in de verschillende gezindten der samenleving."....

Dit zegt wel veel, maar bewijst nog niet alles, zegt men wellicht. Immers de geachte schrijver laat zich niet verder uit over die verschillende gezindten. Hij zegt niet welke hij bedoelt.

Hij bedoelt ze alle, lezer, de Moderne incluis. Dit laatste is bewezen door een dergelijken brief van denzelfden schrijver, ons op verzoek van Rev. Van Goor door Hon. Diekema zelven voorgelezen, staande de Vergadering aan dienzelfden avond van den 31 en Oct. j.l. n

Die brief luidde ongeveer gelijk als de pasgenoemde, met deze nadere verklaring: sNeem zulke lessen uit den Bijbel, die Roomschen en Modernen geen aanstoot geven." l

Dus, ook den Moderne geen aanstoot geven. Zwijgen derhalve van bijna alles wat és Algemeene Christelijke Kerk belijdt in de 12 artikelen Zwijgen van de Schepping; zwijgen van God, zooals Hij zich in zijn Woord geopenbaard heeft; zwijgen van den Christus als den Zoon des levenden Gods; zwijgen natuurlijk ook van zijn zoendood, van zijn opstanding en hemelvaart, want 'vavcatxsdat zijn de cardinale punten^ waaraan de Moderne zich stoot. Zorgyuldig zwijgen ook vooral van den Bijbel. Nooit zeggen, dat die Bijbel het Woord van God is. Immers, dat is niet zoo, zegt de Moderne; Gods Woord mag z« den Bijbel zijn, maar die Bijbelzelf Gods Woord, wel neen! s

Lezer, wat blijft ons nu over?

Een gesloten Bijbel met den rug naar voren en de rz artikelen — schoon voor het meerendeel geschrapt — hangende aan den schoolwand, als zwijgende getuigen.

Ofschoon het uit een en ander duidelijk genoeg is, dat wij de Publieke School volgens verklaring van onzen tegenwoordigen Staatssuperintendent, Mr. Pattengill, niet Christelijk mogen maken in den waren zin des woords, besloot ik toch, om ten overvloede een nog nader onderzoek in te stellen, door mij persoonlijk per brief tot ZEd. te wenden. Ik deed dit als volgt:

WELEDELE HEER ! Ondergeteekende verzoekt vriendelijk van u antwoord op de volgende vraag: Hoe moet dat gedeelte uit de Schoolwet van Michigan verstaan worden, dat onder Hoofdstuk 3, Sectie ir, laatste alinea, aldus luidt:

yiEen schooldistrict mag van de ontvangen gelden uit de - iprimary school interest fund" of uit eenige andere Teas, niet besteden tot het onderhoud en de instatidhouding van scholen met een sectarisch karakter., hetzij de scholen zijn onder het beheer van eene godsdienstige vereeniging of ook door eene schoolboard zoo zijn gemaakt."

Mag het onderwijs op onze Publieke Scholen naar bovenstaande wetsbepaling gegeven worden óp de basis der zoogenaamde Apostolische geloofsbelijdenis, vervat in de 12 artikelen, m.a.w. mag in dat onderwijs uitkomen o. a. de Drieëenheid van het Goddelijk Wezen; de Schepping uit niets in 6 dagen; de Godheid van Christus; zijn Opstanding; Hemelvaart, Wederkomst ten oordeel, enz. — of zijn dat dogma's die gerekend worden een zoodanig ssectarisch karakter" te hebben, dat zij niet gebruikt mogen worden?

Duidelijk antwoord hierop verzoekt vriendelijk en hoogachtend,

(was get.)

UEd. Dienaar,

F. KNIPHUIZEN.

Na twee dagen ontving ik het volgende antwoord, dat, vertaald aldus, luidt:

Lansing, 4 Dec, '95.

WAARDE HEER! Niet zonder weerzin geef ik een zeer bepaald antwoord op brieven, als welke ik van u ontving onder dagteekening van Dec. 2. Vragen, waaromtrent zeer velen onzer eerste mannen niet eenstemmig zijn, kunnen ook moeilijk beslist worden door één man. Zeker heb ik mijne opvattingen in betrekking tot het godsdienstig onderwijs, dat moet of tiiet moet gegeven worden in onze Publieke Scholen.

Onderwijs, waardoor de leerlingen direct of indirect een denkbeeld vormen omtrent de Schepping in 6 dagen; de Drieëenheid; de Godheid van Christus; Opstanding; Hemelvaart enz. brengt toch altijd eene ingeving met een leerstellig karakter.

Daarom moeten Schoolcommissies en onderwijzers zeer voorzichtig zulke onderwerpen van Leerplan en Rooster van werkzaamheden der Publieke School verwijderen (eliminated). Er zijn vele wegen, waarop goed, rechtzinnig godsdienstig onderwijs gegeven kan worden, en, dit doende, zal men ^nnttn., als bovengenoemd, zorgvuldig vermijden; niet alsof ze door de kinderen van onzen Staat niet te eeniger tijd overwogen mogen worden, maar omdat de Publieke School niet de plaats is van zulke uitpluizingen (discussions).

Nu weet ik, dat dit niet rechtstreeks uwe vraag beantwoordt, maar ik verkies niet de grens te stellen waar zuiver godsdienstig onderwijs eindigt en 't leerstellig begint. De Uwe,

(was get.)

HENEY R. PATTENGILL.

(De onderstreeping is van mij, om daardoor de aandacht te vestigen op datgene waarover het gaat.)

Wij weten nu uit goede bron den waren stand van zaken. Van bevoegde zijde kan nu geoordeeld worden over het min of meer J Christelijk karakter van ons Publiek Schoolstelsel."

De hoogste autoriteit op dit gebied zegt ons hoe, naar zijn oordeel, de wet moet worden uitgelegd en uitgevoerd, en, let wel! hij is zelf de man, die de wet moet uitvoeren. Hij zegt ons, dat de hoofdinhoud van de 12 artikelen leerstellig is; dat die leerstellige onderwerpen van het Program der P. S. verwijderd moeten worden., en dat die punten jVaa? w« zorgvuldig vermeden moeten worden, ? < 7«^a/ de P. S. daarvoor niet de plaats is.

Wij zeggen Mr. Pattengill dank, dat hij ons, hoewel met tegenzin, toch bereidvaardig met deze afdoende toelichting diende.

Ik zeg afdoende toelichting. Immers het feit is hiermee geconstateerd, zoover dat zonder eené rechterlijke uitspraak mogelijk is, dat de wetgever ons de P. S. aanbiedt, met verbod om die Christelijk te maken.

Wij hebben dan nu de wet zelve gehoord en zijne uitlegging vernomen, niet van dezen of genen, maar van den uitlegger zelven.

Van den ofïiciëelen man, die van Staatswege over al onze Scholen staat en aan wien elk schooldistrict verslag moet geven.

Verkeerd zou het natuurlijk zijn, indien men onzen schoolstrijd tegen »de Moderne sekteschool" hier te lande, zonder meer op de Amerikaansche staatschool overbracht.

Dank zij zijn Calvinistischen oorsprong is het regeeringssystema in Amerika niet als het onze, het stelsel van een »staat zonder God."

De Amerikaansche staatsschool is goed bedoeld, bedoeld als positief Christelijk en anti-Roomsch; en het was dan ook zeer goed te verstaan, dat Amerika er prijs op heeft gesteld, om zoo lang mogelijk deze ïgedoopte staatsschool", als we ons zoo mogen uitdrukken in stand te houden.

Begrijpelijk vooral, dat Amerika drang heeft gevoeld, om de vreemde elementen van allerlei nationaliteit juist door zijn staatsschool in de ééne Amerikaansche ationaliteit te versmelten.

Het gevaar lag toch voor de hand, dat in Amerika door de vrije school allerlei Duitsche, lersche, Noorweegsche en Hollandsche elementen, als een soort eigen nationaliteit zouden bestendigd worden ; iets wat de kracht der natie moest breken.

Onbillijk en onrechtvaardig zou het daarom zijn, om dit niet in het oog te houden, en de Amerikaansche staatsschool met de onze op één lijn te stellen.

Maar hoezeer we dit ook waardeeren, toch is het voor ons geen öogenblik twijfelachtig, dat ook in Amerika de staatsschool steeds minder bruikbaar wordt voor de kinderen des Doops.

Vier elementen staan ook in Amerika, steeds scherper onderscheiden, tegen elkaar over: i". het Calvinistische, 2". het Ethische, 3°. het Roomsche, en 4". het ongeloovige element.

Handhaaft men nu het stelsel van een school, die voor allen bruikbaar zal zijn, dan moet dit uitloopen op een school, , waar niet het Calvinistische, niet het Ethische, en niet het Roomsche, maar het Moderne element de grens bepaalt, van wat toegelaten of buitengesloten moet worden.

Mr. Diekema's systeem strijdt dan ook tegen den eisch-der vrijheid, die vooral in Amerika gelden moet.

Gesteld toch al, dat men in Amerika er in slaagde, om naar zijn denkbeeld, het algemeen Protestantschc element door de volkskeuze ook op de school tot heerschappij te brengen, dan zou dit noodzakelijkerwijze gepaard moeten gaan met onderdrukking van de Roomschen en Modernen.

Hun zou men met staatsmacht een hun ongevallige school door dwang opleggen.

Iets wat met de vrijheid van consciëntie in strijd is.

Zeker, Amerika had zich nog een tijdlang kunnen redden, door de staatsschool »algemeen Protestantsch" te houden, en subsidie te geven aan de Roomschen, Anglicanen en. Modernen.

Maar ook dit zou niet gebaat hebben, doordien juist de geloovige Protestanten dan alras ervareii zouden hebben, hoe juist hun school de minst profijtelijke was voor de voortplanting van Jmn beginselen.

In het algemeen scharen we ons daarom aan de zijde van hen, die het steeds meer plicht voor de Christenen in Amerika achten, om scholen, naar den eisch van hun belijdenis, voor hun kinderen te ontsluiten.

Edoch met tweeërlei waarschuwing.

De eerste is, dat men de staatsschool, als achtbaar historisch instituut, niet brandmerke, als stond ze met onze staatsschool gelijk.

En de andere is, dat men onder de Nederlandsche kolonisten geen imitatie van onze Nederlandsche scholen oprichte, maar in vrije, zoeke. goed Amerikaansche scholen heil

Zal het Nederlandsch element zegenend op Amerika's volksstaat inwerken, dan moet eens voorgoed afgezien van elke poging, om er in aparten kring als NederlandersXfi blijven leven.

Wie dat poogt, isoleert zichzelf en snijdt zijn invloed af.

Ook de Nederlandsche kolonist moet Amerikaan worden, Amerika als zijn vaderland, en als het vaderland voor zijn kinderen aannemen, en daarom zulke vrije scholen stichten en zoeken, waar zijn kind gevormd kan worden tot een degelijk echt Amerikaansch Calvinist. ; ; ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's

De schoolstrijd in Michigan.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 oktober 1896

De Heraut | 4 Pagina's