GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

Dezen (de twee getuigen) hebben macht den hemel te sluiten, opdat er geen regen regene in de dagen hunner profeteering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeeren, en de aarde te slaan met allerlei plaag, zoo menigmaal als zij zullen willen. Openb. 11 : 6.

De Macht der Kerk.

Mozes, de spreker van de woorden Gods, en Elia, de man van het gebed (Jac. 5:17)'waren twee zeer grooten van het Oude Verbond. Groot daarin, dat de eerste, Mozes, den grondslag mocht leggen van Israels zelfstandig volksbestaan, speciaal van Israël als volk van Gods verbond — daartoe moest hij het, negatief, losmaken uit de anti-Goddelijke macht, , Egypte, en^ positief, het brengen de woorden van Gods verbond' — dat de tweede, Elia, in critieke dagen, toen bondsy, -' breuk dreigde, het volk weer deed kiezen voor en terugvoerde tot den HEERE. Mozes maakte de lierk los uit de wereld, Elia verdreef de wereld uit het midden der Kjerk. Daai-toe verleende God hun beiden groote macht; wondere leekenen geschiedden door hen bij dit begin en bij dit keerpunt in Israels historie; en daardoor juist namen zij hun voor de geschiedenis van het bondsvolk zoo belangrijke plaats in.

Wat beteekent de Kerk van het Nieuwe Verbond bij deze grooten, Mozes en Elia? Wiaar is haar macht? Waar zijn haar wonderteekenen, haar grootere werken?

In uitwendig vertoon, in concreet als haar daden waarneembare machlsdaden^ kan zij tegen de Kerk van den ouden da^' niet op; in dat op^ zicht gelijkt ze haar Heiland, Die ook eens bij Mozes en Eüa achterstond in heerlijkheid, Z ij n heerlijkheid ontleende aan de hunne... Maar wat aangaat het vermogen om de krachten voor de komst van het Godsrijk in werking te zetten, gaat Christus en dus ook de Kerk van vandaag Mozes en Elia zeer ver "te boven. •

Christus deed en doet Zijn ambtswerk en los breken de krachten der toekomende eeuw. De Kerk verricht haar ambtelij ken dienst predikt het Woord, dat biddend uitdragend: de twee getuigen (dat is de Kerk in haar ambtelijke verrichtingen) profeteeren, en geweldig is de uitwerking. Uit de wereld worden ze uitgehaald, losgemaakt, die de gemeente van den nieuwen dag vormen; uit de Kerk wordt uitgedreven, al wat met haar wezen, haar-van-God en van-Christus-zijn, niet strookt.

Naar uitwendigen maatstaf moge dal gering zijn, toch is dit groot, want door dit profeteeren vergadert Christus Zijn gemeente en houdt Hij haar zuiver. Dat doet Hij ook nu, in dagen van afval len valsche synthese. Dat doel de Kerk zelf, als zij profeteert.

VVie zou dan nog bezorgd zijn? Toch, daarbij is ook naar builen tredend vertoon, zijn ook uiterlijk waarneembare machlsdaden. De groote daden der Kerk worden geteekend met beelden, die geheel zijn ontleend aan 't levenswerk van Mozes (water in bloed veranderen, allerlei plagen) en Elia (geen regen). Als de Kerk profeteert, dan zijn de gevolgen er niet alleen isi de geestelijke wereld, in de omzetting van harten, maar ook, zoo grooit is haar macht, in de wereld .der natuur en cultuur. Door haar profeteeren brengt ze allerlei ci-isissen op de aarde — droogte, misgewas, hongersnood; ziekteen sterfgevallen, allerlei plagen — haar profetie is de kracht, waardoor Gods oordeelen worden ontbonden, losgemaakt.

Het is wel niet uitwendig zichtbaar, dal die oordeelen er zijn door het werk, het machlsgebruik der Kerk. Maai- dat behoeft ook niet. Slechts de Antichrist (met de antichristelijke wereld) legt er alles op toe, dat nauwkeurig geconstateerd kan worden, dat de .bijzondere wonder-teekenen, die geschieden, z ij n werk zijn; dat is de armoede, de uilwendigheid van zijn optreden.

Maar de Kerk heeft er geen behoefte aan, te demonstreeren met haar daden. Haar doel is te profeteeren. 't Is haar genoeg door het geloof te weten, dat, als zij profeteert, er ook wat gebeurt in de wereld, Gods gerichten dan komen, 't Is haar niet te doen om die gerichlen, maar om Kerk-formeerend en Kerk-zuiverend werk te verrichten. Daartoe profeteert ze. En dan dankt ze haar God, dat er door haar profeteeren krachten loskomen^ die op hun beurt ook weer Kerk-vergaderend en Kerk-zuiverend werken.

Profeteer dan. Kerk, met Mozes. En doe bel biddend, met Elia. Dan moge het donker worden, omdat oordeel op oordeel zich stapelt, ook voor u zelf, maar Gods gemeente wordt er door vergaderd en geheiligd!

En dat de wereld beve! Want Christus komt ten gerichte; Hij is nu al komende. En nu al oefent Hij gericht over de wereld door middel van Zijn Kerk; als deze profeteert, dan maakt zij los de ia Gods Raad besloten oordeelen, die voor de wereld nu reeds zijn het begin van het eindgericlit.

Dat moge niet aanwijsbaar zijn, de Kerk gelooft Gods Woord, gelooft, dat zij thans al het gericht over de wereld brengt.

Dus vreest zij de wereld en haar dreiging niet, integendeel zij profeleerl, dat is, zij vergadert Gods Kerk en brengt ten onder alle vijanden van God en van haarzelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1935

De Reformatie | 8 Pagina's