GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPVOEDING EN ONDERWIJS

4 minuten leestijd

„Tot dankbaarheid geroepen".

Onder dezen titel, met als ondertitel: „De Wct- Mackay na 50 jaar herdacht", gaf Ds C. A. Vreugdenhil van Öud-Vossemeer een kleine brochure uit in de serie: Bibliotheek voor Bijbelsche Opvoedkunde van de Sticliüng Hocnderloo.

Het is ontegenzeggelijk een goede gedadite, dat wij er bijtijds aan herinnerd worden, ho© in 188J, nu 50 jaar geleden, op 24 September bedoelde wei in de Tweede Kamer en op 6 December in de Eerste Kamer werd aangenomen, zoodat Koning Willem III ze den 8en December reeds kon bekrachtigen. Het is ons een plicht der dankbaarheid, dit feit bij ons volk in de herinnering terug te roepen. We mogen geen oogenblik uit het oog verliezen, welk een strijd er gevoerd is, in «n buiten het Parlement, welke opofferingen men zicii getroost heeft bij arm en bij rijk, om aan het kind een onderwijs te kunnen geven in overeen' stemming met de belofte, bij den doop afgelegd-

Zulke weldaden mogen niet worden vergeten En waar het geslaohtj dat de hitte van den sf"

heeft verduurd, langzamerhand is heengegaan, daar is het zeer noodig, dat de historie wordt meegedeeld aan de ouders van tegenwoordig en ook aan het jongere geslacht. Wij hebben namelijk vaak de groote fout, dat we weldaden genieten, alsof ze ons zoo van zelf toekomen en vergeten dan niaar, hoe groote moeite het gekost heeft, ze te veroveren, maar dan door degenen die ons voorflingen. Daarom stel ik mij voor, dat straks op de herfstvergaderingen van onze 'Sohoolvereenigingen, van onze Kiesvereenigingen, van onze Jongelingsvereenigingen de herinnering aan de totstandkoming van de Wel-Macltay een apart punt van bespreking zal uitmaken.

We hebben hierover lectuur genoeg en als zeer geschikt noem ik nu het juist verschenen boekje van Ds Vreugdenhil. Hij toont ons daarin aan, dat de worsteling voor de School met den Bijbel na de wet van 1878 door Minister Kappeyne van de Coppello zeer moeilijk werd gemaakt. Hadden we tot 1857 gestreden voor de vrijheid, toen was de vraag naar de rechtsgelijkheid naar voren gekonien. En in plaats van cÈe nader te brengen had de wet van 1878 door de groote begunstiging van de Openbare school onze scholen in slechter oondilie gebracht De „Scherpe Resolutie", dat was de naam die de Wet-Kappeyne verdiende.

Ons volksdeel wanhoopte echter niet. De strijd werd voortgezet en toen op 12 Maart 1888 de parlijen van de rechterzijde bij de Kamerverkiezingen de overwinning hadden behaald, kon het eerste Christelijk ministerie optreden (1888—1891). Al spoedig kwam dit Ministerie-Mackay met een wetsvoorstel inzake het Lager Onderwijs. De mogelijkheid van subsidie voor de Bijzondere School werd' geopend en ofschoon de voorgestelde bedragen oorspronkelijk slechts klein waren, scherp werd er nog gestreden. Niemand minder dan Kappeyne van de Coppello hield een felle rede en verweet aan Mackay en zijn ^Tienden: „Zij die plachten er zich op te beroemen, Idnderen der fiere Geuzen te zijn, houden van hun wakkere voorvaderen niets over behalve den bedelnap".

Is het niet ontstellend, dat er zulke woorden worden gebruikt, wanneer er een begin van recht zal worden gedaan aan andersdenkenden? Maar ook in het liberale kamp werden andere stemmen gehoord. Uit het boekje van Ds Vreugdenhil haal ik deze woorden aan van Dr Mees: „Het aantal van hen, die uit eigener beweging bezwaren hebben tegen de Openbare school, is groot genoeg om van onze zijde ernstig met die bezwaren rekening te houden en te doen wat in ons vermogen is, om daaraan tegemoet te komen. Er is hier inderdaad m.i. een vrijzinnig beginsel in het spel. Ik voor mij zal nimmer mijn vrijlieid van denken door iemand laten belemmeren, maar evenzeer •wensch ik te eerbiedigen de overtuiging van anderen, al sta ik zoo ver mogelijk van hen af, — zoolang zij niet de alleenheersdiappij willen voeren. Wij staan thans voor het feit, dat met aandrang subsidie wordt verlangd. En nu geloof ik, dat er bij den toestand, waarin de gemoederen van velen in het land verkeeren, geen principieel bezwaar van onze zijde belioeft te bestaan, om daartoe mee te werken."

En zoo is dan de Wet-Mackay tot stand gekomen. Het beginsel werd daarmee aanvaard, dat de Overheid mede mag bijdragen aan de Instand^ •houding van het Bijzonder Onderwijs. Dat beginsel hoeft doorgewerkt en heeft zijn konsekwenle toepassing gevonden in de Wet-De Visser van 1920. Do geschiedenis van de vrije school in Nederland is een schoone geschiedenis. Ze getuigt van •worstelingen in het gebed, van opofferingen van hen, die het noodige zelf nauwelijks hadden. Daarom mogen we die historie niet vergeten. Die moet ook verteld worden aan de kinderen. Moge dan het boekje van Ds Vreugdenhil daaraan dienstbaar worden en getuige het jaar 1939 ruimschoots van de dankbaarheid van hét Christenvolk van Nederland, dat in zijn scholen met den Bijbel een onschatbaar voorrecht geniet, ten einde de kinderen van der jeugd aan te kunnen onderwijzen naar den eisch van Gods Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1939

De Reformatie | 8 Pagina's