GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

ENKELE FLITSEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ENKELE FLITSEN

10 minuten leestijd

Bij het overlijden van Prof. Schilder

Semper Idem, plaatste Bilderdijk soms als zijn levensdevies aan zijn brief hoof den.

Semper Idem — steeds dezelfde — kan zonder reserve gezegd worden van hem, die wij verleden week herdacht hebben.

Hij stond nog in zijn eerste kracht, toen we hem uitnodigden voor de jongelingsvereniging te komen spreken. Het was in een beetje beruchte hoek van kerkelijk Nedei-land, ergens op de Zuid-Hollandse eilanden. Hij had nog maar net in De Reformatie zijn mooie artikelen geschreven over „Kerktaal en Leven". We gingen de kerkeraad vragen om gebruik te mogen maken van het kerkgebouw. Het was reeds toen dat deze kerkeraad „Ds" Schilder in feite al schorste en af zette.. Immers het antwoord luidde: „Die man komt hier nooit meer op de preekstoel, want hij randt de oude schrijvers aan " We gingen, verbouwereerd, het Ds Schilder zeggen. Maar nog eer we, staande in de deur van zijn huis de mond open konden doen, glimlachte hij en bleek ons hoe goed hij toen reeds de kerkelijke kaart van Nederland en de mentaliteit van het vals mysticisme door had. „Ik begrijp het al, zei hij, je komt me vertellen, dat ze voor mij het kerkgebouw niet willen afstaan. Niet zo heel erg hoor. Is er geen ander zaaltje te huur? "

We hebben een ander zaaltje gehuurd en er was veel volk. We kregen „De Les van Thyatire" te horen.

Daarna, toen het in diezelfde classis tot een conflict met deze kerk kwam, was hij het die in De Bazuin vroeg, of de provincie Zuid-Holland wel wist aan welke geestelijke leiding, of gebrek aan leiding de veertig weeskinderen, die in het weeshuis van deze provincie waren opgenomen, waren overgeleverd. Het bracht pennen in beweging van boze collega's, die er niet van hielden op de vingers getikt te worden en de^ zaak in die ziekelijke gemeente niet durfden aanpakken, omdat men vreesde voor een scheuring. Wanneer jullie niets doen, komt die er toch, zei Ds Schilder en hij kreeg volkomen gelijk. Na het heengaan van de „oude knecht", zoals de plaatselijke predikant genoemd werd, trad ongeveer de helft uit en werd onder „leiding" van Wisse „uitgeleid", van het ene diensthuis der mystiek naar het andere en ergere. ^

Een andere flits: Het was in de tijd dat Prof H. H. Kuyper zijn „Open brief" aan K. Schilder schreef. Het was in de Pinkstertijd en Prof. Schilder logeerde bij mij, daar hij die Zondag bij ons zou preken. Ik vroeg hem 's Zaterdagsavonds of hij De Heraut al gelezen had en het stuk van „Prof. H. H.". Hij zag het even in en vroeg: „Mag ik straks die krant meenemen naar boven? " Op Zondagmorgen zag ik, dat hij van streek was, stil en teruggetrokken, met somber gelaat. Aan het ontbijt vroeg ik hem: „Waar preekt U over vanmorgen. Professor? " Het antwoord was: „Ik was van plan te preken over het gebed van de Kerk in Openb. 22: „Ja, kom Here Jezus!" Maar dat artikel van „H. H." in De Heraut heeft mij van streek gebracht. Ik kan die tedere tekst nu niet behandelen. Ik zal maar wat anders opzoeken.."

Ik merkte dat dit brok kerkeMjke diplomatie hem tot in het diepst van zijn gevoelig wezen had geschokt. —

Een derde flits:

In Juli 1940 was hij in Zeeland geweest en we reisden samen in het oude boemeltreintje, dat de Duitsers ons nog gelaten hadden, terug het land in.

Ik vroeg: „Professor, heeft u zich voldoende gerealiseerd welke consequenties uw artikelen in De Reformatie kunnen hebben voor uw persoon? Het zal waarschijnlijk op uw gevangenneming uitlopen. U heeft mij vroeger al eens verteld, dat De Reformatie in Duitsland al jarenlang op de zwarte lijst stond?

Hij trok de schouders op en antwoordde: „Ik weet er alles van.'Maar ik vind het misdadig om, waar we grote woorden gesproken hebben vóór 1940 tegenover de jeugd, mi te zwijgen en haar zonder leiding te laten".

Daarmee was voor hem de zaak uit. Kort daarop ging hij de gevangenis in.

Een vierde flits: Een week na zijn schorsing, verzocht hij mij, bij hem te komen aan zijn onderduikadres, bij broeder Jasperse te Leiden, om enkele zaken, die noodzakelijk geregeld moesten worden, te bespreken.

Vergeten doe ik nooit meer hoe ik hem aantrof. Overgegeven in de diepste ellende, gekrenkt in iedere vezel van zijn fijngevoelige ziel, ten prooi aan smart. De intonatie van zijn stem hoor ik nog: „Ze gaan me afsnijden als een rot lid der kerk...."

Ik moest denken aan de woorden die deze man over „de Kerk, ons aller Moeder" gezegd en geschreven had en hoe dit dus door zijn ziel moest heengaan.

Hij dacht zich in het volstrektste isolement. Toen ik hem vroeg: hoe ziet U de kerkelijke situatie zich nu verder ontwikkelen, professor? was zijn antwoord: „Ik zie helemaal geen ontwikkeling. Ik sta er buiten, ik ben zonder kerk...."

Op dat moment zag hij nog geen vrijmaking, wat ook duidelijk bleek uit zijn antwoord op deze vraag: Maar u staat toch niet alleen. Professor? U hebt toch uw vele vrienden, de kleyne luyden, die u nooit in de steek zuUen laten? Hij trok de schouders op en zei: „Wat kunnen ze er van weten? Ze kunnen niet bij elkaar komen. De treinen worden beschoten, ik mag geen letter op papier zetten. Er is geen enkel contact. Het moment hebben ze zo goed gekozen...."

Uit het verdere verloop van dit gesprek bleek mij, dat hij zichzelf al had afgeschreven als predikant en professor en op dat moment geloofde hij, dat hij als gewoon ambteloos burger zou moeten voortleven.

Dit mag wel eens gezegd worden tegenover de praatjes, dat prof. Schilder doelbewust op een scheuring en vrijmaking zou hebben aangestuurd. Wie dat zegt of schrijft LIEGT! Want niets is minder waar.

11 Augustus 1944 is hem een openbaring geweest. Toen het kleine gebouwtje in Den Haag moest worden ingeruild, op het laatste ogenblik tegen de grote Lutherse kerk, zag hij voor het eerst het wonder Gods, Die in Zijn welbehagen over Zijn Kerk in Nederland, tot deze reformatie, vrijmaking en wederkeer besloten had.

Het is voor professor Schilder een even grote verrassing geweest als voor ons allen.

Een vijfde flits: Ik bracht hem met de auto, kort na de bevrijding in 1945 naar Zutphen, waar hij op verzoek der broeders daar een voorlichtingssamenkomst zou leiden. In debat kwam de plaatselijke predikant, die weinig principieel verweer had, maar zijn vele schaapjes die aanwezig waren wilde vrijwaren voor de invloed van „K.S." door op diens „gevoel" te gaan werken. Hij zei: U hebt zulke mooie woorden geschreven, professor over de „kerk, ons aller Moeder". Maar wat gaat u nu doen, U gaat die moeder, die naar we allen geloven ernstig ziek is, niet in stilte verplegen, maar u gaat haar op de straten beschuldigen. Dat doet toch geen rechtgeaard kind, professor? Bovendien, wat heeft die Moeder U niet met ere overladen! Zij maakte U professor, ja zelfs professor in de dogmatiek. Die moeder heeft u zoveel goed gedaan en moet u dan nu zo gaan handelen? "

Het gelaat van „K.S." was onder deze woorden 'n daalder waard om te zien. Hij bewaarde de pastor loei voor 't laatst bij de beantwoording der vragen. Toen kwam het: Dominé X vertelt ons, dat de Kerk ons aller Moeder is. Nu dat geloof ik nog. Maar ik geloof niet dat die kerk ons aller Moeder is, omdat zij mooie cadeautjes uitstrooit. Dat kan een baker en een tante ook. Moederfunctie is niet om voor sinterklaas te spelen, maar haar functie is kinderen te baren, daarin bestaat haar Moederzijn. En nu gaat het er juist over, dat door de binding aan de leerconstructies der Synode, juist de Kerk in haar Moederfunctie, dat is in het baren van kinderen, verhinderd wordt. Wedergeboorte vindt plaats, zegt de Schrift door de werking van Woord en Geest. De leerbindingen maken Woord en Geest van elkander los, en daarmee wordt- de Moeder verhinderd MOEDER te zijn. Dat is wat anders dan „ziek-zijn".

De pastor loei zei geen woord meer....

Een andere flits: In Juni 1945 stond ik plots voor het eerst na bange dagen weer voor hem, op de stoep van zijn huis, Vloeddijk 14.

Professor, ik heb papier! Volgende week Zaterdag kan

De Reformatie weer verschijnen! zei ik. Ook de plotselinge, sterke expressie van zijn gelaat op dat ogenblik vergeet ik niet meer. De blijdschap spoot er uit. Sedert Augustus 1940 was „zijn" blad niet verschenen, gevallen, als het eerste door zijn trouw aan beginsel. Vorstenhuis en Vaderland.

Binnen twee dagen was er een Reformatie vol kopij ter drukkerij. En sinds dat moment mocht het, met een onderbreking, wegens zijn Amerikaanse reis, voortgaan tot op het ogenblik van zijn sterven. Want inderdaad: zijn pen is aan zijn stervende hand ontgleden. De laatste kopij was zijn „verantwoording" van binnen gekomen giften voor het „orgelfonds" voor zijn studenten.

Die studenten....

Wat droeg hij hen op het hart.

Ik herinner mij, 't was nog vóór 1940, dat hij mij opbelde: ik moet in Gorinchem preken, je weet dat ik mijzelf als plicht heb opgelegd iedere week honderd gulden mee naar Kampen te brengen voor het hospitium. Wil je niet met de auto met me meegaan naar Bunschoten en Spakenburg? Dan gaan we daar een paar uurtjes werken? We deden het. We kwamen bij een visser, wiens vrouw juist aan het vis bakken was. We kregen er elk een bord vol van. Terwijl we zaten te smullen legde eerst de vader tien gulden, daarna de drie zoons, elk op zijn beurt, een rijksdaalder naast het bord van de professor, wiens gelaat daarop niet alleen glom van de vette vis, maar ook van blijdschap, terwijl hij glunderend sprak: „Zo, dat is dan geld bij de vis!"

Hier volgt nog een flits: We maakten in gezelschap van een Amerikaan, die Nederland bezocht, en wiens gast de professor en ondergetekende in Amerika geweest waren, een reisje naar België van enkele dagen. Het was een vacantietochtje dachten we. Maar Professor Schilder was niet tevreden eer hif een volle dag lang ondergedoken was bij een grote uitgeverij in Antwerpen en daar drie hoge stapels boeken had uitgezocht, die hij beweerde nodig te hebben voor zijn „catechismus". Het was een roomse uitgeverij en er liepen geleerde paters rond in lange witte pijen. Een er van kwam op mij af, terwijl we uren zaten te wachten en vroeg: „ben ik goed geïnformeerd, is dat die professor Schilder, die een standaardwerk schreef over het lijden des Heren? " Ik knikte. „Dan ben ik georiënteerd", zei de pater en stevende recht op de professor af, die op zijn knieën gelegen, langs de stoffige vloer aan het boeken sorteren was. „Professor", vroeg de pater, „is u ook op de hoogte met de werken van Sören Kierkegaard? " „Hm, niet zo veel", zei de professor. De pater noemde verschillende boeken, en de professor knikte. Hij had ze gelezen. „Nu ben ik bezig aan een bizonder interessant werk van hem", zei de pater en noemde de titel. „Kent u dat ook? " „Jawel", was het antwoord, „maar welke druk er van hebt u gelezen? de derde is de beste". De pater moest het antwoord schuldig bUjven. Op drukken had hij niet gelet!

We hebben hem gekend en liefgehad. Een man van wie geschreven kan worden, zoals eenmaal van Van Oldenbarneveldt is gezegd: „singulier in alles". Een man van een geweldige stijl, van een zeldzame wetenschap, een reus onder de geesten van deze tijd. Maar tegelijk een man van de strengste eenvoud, de diepste godsvrucht, brandend van liefde tot God en de naaste, een onwrikbaar geloof in de boven alles vaststaande autoriteit van Gods Woord en een trouw beUjder van de Gereformeerde Confessie.

Een laatste flits: op 23 Maart 194i verklaart een kerkehjke vergadering deze man schorsingswaardig, eerloos voor Kerk en wereld. Op 23 Maart 1952 neemt de Koning

der Kerk hem op in HEERLIJKHEID.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 april 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

ENKELE FLITSEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 april 1952

De Reformatie | 8 Pagina's