GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PROF. HOLWERDA EN ZIJN „EER” (III.slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PROF. HOLWERDA EN ZIJN „EER” (III.slot)

11 minuten leestijd

HOOFDARTIKEI,

Voor wie nog wel geloof hecht aan de officiële notulen van onze kerkeraad, betreffende de vraag hoe wij tenslotte Vrijdagavond 6 Juli 1945 uit elkaar zijn gegaan, laat ik ze hier volgen.

„Ds Popma, die inmiddels ter vergadering gekomen Is, neemt het presidium over. Deze vat de draad op, waar we die gisteravond lieten liggen en vraagt aan de broeders, die beraad hebben gevraagd, of zij al licht ontvangen hebben. Br was een advies der Classis, dat niet door den Kerkeraad werd aanvaard. Wanneer de 31 onderteekenaars, dus de meerderheid, ernst maken met hun Verklaring, dan zullen ze ook moeten verklaren, dat hij. Ds P., sohorsingswaardig is.

Ds Holwerda was van meening, dat we het kerkeraadsbesluit van gisteravond moeten uitvoeren en daarom moesten overwegen dat er geen breuk met het kerkverband Is, wanneer de Kerkeraad synodale besluiten niet voor vast en bondig houdt, doch slechts gebruik maakt van het recht, vastgelegd in art. 31 K.O. De Synode heeft echter het gebruikmaken van dit recht beschouwd en gestraft als scheurmakerij, waardoor z.i. de Synode den grondslag van het kerkverband had losgelaten en meende Ds H. In deze situatie tot een tijdelijk verbrelcen van het verband gedwongen te zijn. Tot de eindbeslissing der Synode zouden we alle finaaciëele verplichtingen, voortvloeiend uit het kerkverband, nakomen.

Br. Vonk zegt, dat het hem nog niet helder is en vraagt hoe de kerkeraad kerkrechtelijk staat daar we uu synodeloos zijn. Logisch gevolg is dat die broeders geschorst moeten worden; we moeten eerlijk handelen; er blijft voor de minderheid een beroep over op de gemeente.

Praeses zeide: nu zouden we deze kwestie krijgen, 'lat de kerkeraad zich buiten het verband plaatst en er is hier een minderheid die geweigerd heeft de Verklaring te teekenen; die zal willen uitspreken het kerkverband niet te breken, die wil blijven de Ger^f. Kerk van Amersfoort met Classis, Part. Synode en Generale Synode. "'^'

Praeses wil de vergadering een half uur schorsen en met de minderheid de zaak bespreken; wil er nu niet verder over spreken doch als wettige Kerkeraad vergaderen.

Tegen deze uitspraken wordt heftig geprotesteerd en de beide andere predikanten verklaren dat het zoo niet gaat. Zij leggen er den nadruk op dat de praeses de vergadering niet schorsen kan ter wille van een beraad dat hij persoonlijk met de minderheid wenst te hebben. Hij kan vzel voor een dergelijk beraad toestemming vragen, maar niet zich alvast als Praeses va.n een minderheid hier gedragen. Dan moet hij het presidium neerleggen.

Na een onderbreking van een half uur neemt Ds H. den voorzittershamer, die hem vrijwillig door Ds P. wordt overhandigd en verklaart Ds P. dat de meerderheid nu breekt met het verband van de Geref. Kerken in Nederland. Wij achten deze uittreding niet in overeenstemming met Gods Woord. Wij beschouwen ons thajis als de wettige Kerkeraad van de Geref. Kerk van Amersfoort. Hij verklaart verder: van onzen kant komt hierover geen discussie meer. w a d

Ds Holwerda: beteekent die verklaring, dat U zich aan het verband met den Kerkeraad onttrekt?

Ds V. d. Bom: Ds Popma zegt „de broeders" U de namen noemen? wilt

Ds Popma: de broeders die de Verklaring hebben onderteekend, bedoel Ik.

Ds Holwerda: de minderheid proclameert zich tot kerkeraad, daarmee kan de Kerkeraad geen genoegen nemen.

Ds Popma: we hebben afgesproken dat het stadium der discussie voorbij Is. We constateeren dat er twee groepen zijn die zich beschouwen als wettige kerkeraad van Amersfoort.

Ds Holwerda: als uw verklaring gehandhaafd blijft, zou de kerkeraad moeten constateeren dat tJ het verband brak.

Ds Popma: we moeten een regeling treffen a.s. 'Zondag. voor

Ds V. d. Bom: „dat kan alleen wanneer we inderdaad zuUen uiteengaan op dit oogenblik.

Ds Popma: de situatie is toch zoo: we behoeven alleen maar te regelen en niet meer te praten over de vraag wie de wettige kerkeraad is en wat de gevolgen later kunnen zijn voor U van ons en wij voor U.

Ds Holwerda: de situatieteekening is onjuist. Br zijn geen twee kerkeraden. De meerderheid heeft nimmer verklaard kerkeraad te zfln. Er is een kerkeraad van 60 leden onder mijn presidium en daarvan verheft de minderheid zich tot wettige kerkeraad,

Br. Hoekstra: de meerderheid verklaarde het verband te verbreken.

Ds Holwerda: dat is absoluut onwaar, mijn voorstel zou nog pas in bespreking komen,

Br. Vonk: in welke zin heeft de naam Geref. Kerk beteekenis? In zooverre ze zich aansluit aan de synode. De meerderheid heeft zich onttrokken.

Ds Holwerda licht nader toe waarom hij op deze kwestie zoo sterk den nadruk legt. We moeten de figuur eerst juridisch zuiver stellen. Het is onjuist, als de minderheid zegt: de meerderheid stelde zich buiten het verband. Op dit moment is onder mijn presidiimi de kerkeraad van 60 leden bijeen om uitvoering te geven aan het besluit van j.l. Woensdag.

Br. Gilhuis: wat u en de meerderheid zegt, kan mij niet interesseeren, schermutselingen voeren tot niets, laten we eindigen en een commissie benoemen uit de twee groepen voor de regeling van a.s. Zondag. •

Ds V. d. Bom verklaart, dat het hard is te zeggen, doch als de broeders daaraan vasthouden, dat ze dan moeten heengaan,

Br. Lammens: de meerderheid maakt misbruik van de macht die ze heeft en protesteert tegen de woorden dat de minderheid zich aan het besluit van den kerkeraad moet onderwerpen.

Ds Popma verklaart nu dat de minderheid beneden zal vergaderen met behoud van alle rechten. (Deze verlaat nu de vergadering)."

Wat de tekst betreft van de officiële afzettingsbul, elke Prof. Holwerda misschien Zaterdagavond of anders Zondagmorgen 15 Juli '45 in zijn bus vond, deze luidt aldus: m

„Zeer geachte Heer en Broeder,

De kerkeraad van de Gereformeerde Kerk van Amersfoort ziet zich tot zijn leedwezen, genoodzaakt U het volgende bekend te maJcen: w

De classis Amersfoort van de Gereformeerde Kerken in Nederland, tu haar vergadering van 11 JuU 1945 kennis genomen hebbende van de mededeling van de Broeders S. J. Popma (dan volgen de namen van 28 ouderlingen en diakenen), allen leden van den kerkeraad van de Gereformeerde Kerk van Amersfoort:

1. dat de Kerkeraad van deze kerk In zijn vergadering van 6 Juli 1945 met meerderheid van stemmen heeft besloten:

a. dat zij de leeruitspraken van 1942/3 niet voor vast en bondig kunnen houden, zolang de Synode dat, wat ze schreef over de binding van Toelichting en Praeadvies, niet geheel heeft teruggenomen;

ib. dat zij alle hiermee in verband staande schorsingen en afzettingen van ambtsdragers niet erkennen, omdat deze hebben plaats gehad naar een Interpretatie van artikel 31 K.O., waardoor zij ten onrechte als scheurmakers zijn uitgeworpen. ZuDcs om trouw te blijven aan de door ons, overeenkomstig art. 53 en 54 K.O. verrichte ondertekening van de drie Formulieren van Enigheid, welke ondertekening (volgens, het ondertekeningsformulier voor dienaren des Woords) inhoudt, dat zij de leer, vervat In die drie Formulieren getrouw zullen voorstaan, en alle dwalingen daartegen strijdende verwerpen, tegenstaan, weerleggen en helpen weren..

Aan dit besluit is toegevoegd, dat tot uitvoering ervan moet worden overgegaan; dat bedoeld besluit principieel niet betekent verbreking van het kerkverband, dat echter de meerdere vergaderingen art. 31 K.O. feitelijk buiten werktog hebben gesteld, zodat practisch de Kerkeraad alleen uitvoering kan geven aan dit besluit, door zich buiten het kerkverband te plaatsen;

2. dat zij tn die vergadering de minderheid vormende, terstond daarna de volgende verklaring hebben afgelegd: De meerderheid van den kerkeraad breekt met het verband der Gereformeerde Kerken in Nederland, zoals dit verband uitkomt ia classis. Particuliere en Generale Synode. Wij achten deze uittreding in strijd met Gods Woord en kunnen dus met dit breken van het kerkverband niet meegaan. Wij beschouwen ons als de wettige kerkeraad van de- Gereformeerde kerk van Amersfoort, die als nummer 904 bij de Hoge Overheid bekend staat; en kunnen de uitspraak dezer meerderheid onmogelijk als wettig erkennen, daarentegen wensen wij, overeenkomstig Gods Woord en het aecoord der Belijdenis, het verband met de Gerefor- - meerde Kerken met volle overtulgmg te handhaven;

3. dat zij van oordeel zijn, dat Ds E. T. v. d. Born en Ds Holwerda (dan volgen de namen van 29 ouderlingen en diakenen) tesamen vormende de meerderheid m de genoemde Kerkeraadsvergadering, zich door dat besluit en de daarna gevolgde handelingen hunnerzijds (nl. het op Zondag 8 Juli beleggen van afzonderlijke Godsdienstoefeningen) hebben schuldig gemaakt aan de zonde van openbare scheurmaking en dientengevolge niet langer als trouwe ambtsdragers in de gemeente van Christus mogen worden geduld;

4. dat zij uit den aard der zaak buiten machte zijn, in overeenstemming met dit hun oordeel, de genoemde personen uit hun resp. ambten te ontzetten, weshalve zij de hulp en medewerking der Classis inroepen, opdat zij in 't vervolg bij uitsluiting als de wettige kerkeraad van de Gereformeerde Kerk van Amersfoort kimnen optreden".

Tot zover de officiële mededeling van de kerkeraad van de heer Stap aan de Classis.

De heer Stap schreef: „van die smarten geloven wij geen zier. Het is trouwens in flagrante tegenspraak met het thema van de preek, door Ds Holwerda gehouden op de Zondag na de vrijmaking: „Vreugde over de kerkgemeenschap".

Maar wij lezen in deze preek:

„Er is niemand — daar ben ik zeker van — die dé breuk begeert, en toch zien we de scheur al wijder worden. Is dat niet vreemd? De anti-christ vergadert

wel, maar het grote vergadenngswerk van onzen Heere Jezus Christus mislukt, naar het schijnt. Ik geloof de kerk, ik geloof de gemeenschap der heiligen, maar waar vind ik die kerk, waar speur ik die gemeenschap ? En de vreugde in ons hart sterft, de vreugde over de kerkgemeenschap. En psalm 122 is als een muziek uit een ijle en onwerkelijke wereld geworden. Want ik zie het niet meer, dat Jeruzalem een stad is, die wel samengevoegd is. Een stad, die haar eigen burgers trekt, en die ook de heidenen trekt. Ik zie de verwarring tussen haar burgers, en wie van de heidenen wordt nu onweerstaanbaar tot de gemeenschap der kerk getrokken? Maar daarom willen wij juist nu Psalm 122 lezen, die Psalm van „Vreugde over de kerkgemeenschap". (In „Semper Reformanda", bl. 15/16).

En op bl. 19/20:

„Dat is de verschrikkelijke tragedie der Gereformeerde Kerken vandaag. Er was al vele eeuwen verschil in verbondsbeschouwing, maar de kerk zag haar eenheid slechts in de belijdenis en liet daarom ruimte voor verschil in theologie. Maar vandaag worden de opvattingen der be_zwaarden, die altijd het volste recht binnen ons kerken hebben gehad, niet meer geduld; vandaag wordt de leer, die ook de mijne is en waarvan ik volhoud dat ze naar de belijdenis is, veroordeeld als ketterij; vandaag wordt ieder, die zich niet bindt aan de leeruitspraken van '42, aan die ene verbondsbeschouwing, uitgeworpen als scheurmaker. Waarom is er niet meer de ruimte, die er altijd is geweest? Waarom iemands geweten binden aan inzichten en uitspraken, die misschien wel heel knap zijn gedacht, maar die God ons niet heeft geopenbaard in Zijn Woord? Daar is niemand, die in strijd kwam met de waarheid Gods, zoals de kerk die beleed in de Drie Formulieren. Maar waarom is er dan voor hun inzicht geen plaats meer in de kerk? Nu werpt men broeders uit uit het koninkrijk Gods, terwijl vroeger voor hun prediking altijd ruimte was".

De Synode had gezegd, dat haar besluiten altijd moeten worden uitgevoerd, ook dan wanneer ze in strijd waren met het Woord Gods. Wat schrijft Prof. Holwerda op bl. 22 en 23? :

„En zo heeft ze maar niet gesproken, doch ook gehandeld. Toen er broeders waren, die de binding aan haar leeruitspraken weigerden, wierp ze die mensen als scheurmakers uit. Ze verklaarde hen schuldig aan de zonde van muiterij te willen aanrichten in Irerkelijke regeringen, de zonde, die naar het avondmaalsformulier .gestraft moet worden met uitsluiting uit het Koninkrijk der hemelen. Als ze het recht had erkend om bepaalde besluiten niet uit te voeren, dan was het nog meegevallen. Want niemand dacht er aan de kerk te verlaten. Maar ze joeg ieder in de gewetenscrisis. Men moest preken wat de Here niet had geopenbaard; men moest preken, wat in strijd was met het Woord. Men moest de sjmodale besluiten uitvoeren ook dan als ze in strijd waren met het recht des Heeren. Men moest binden wat de Heere niet bond. En daarop liep alles vast. Hier was geen uitweg meer". En op bl. 23 en 24:

„En wie bidt er dus vandaag in geest en waarheid? Hij, die zich blijft binden aan dat fundament der apostelen en profeten, en weigert een ander fundament te leggen of te helpen leggen. Hij die het recht der kerk eerbiedigt en zich niet neerlegt bij het onrecht dat werd gepleegd, hij die weigert aan de uitvoering der zondige tucht mee te werken. Die mens heeft Jeruzalem in zijn hart waarachtig lief, en die man kan bidden, dat deze stad worde bewaard en herbouwd. Maar wie bidt om de eenheid en ondertussen rustig de leeruitspraken als bindend aanvaardt en ondertussen de tucht helpt uitvoeren tegen wie onschuldig zijn, hij spreekt woorden van vrede, maar zijn hart voert krijg. Hij verloochent zijn gebed door zich te

binden en te conformeren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

PROF. HOLWERDA EN ZIJN „EER” (III.slot)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1952

De Reformatie | 8 Pagina's