„Het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong.”
En het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong; want alzoo had de koning vaste- Hjk bevolen aan alle grooten zijns huizes, dat ze doen zouden naar den wil van een iegelijk. Esther 1: 8. Ons land teelt geen wijn. In de open lucht is zelfs de druif hier zel ...
„Die blijhartig waren, zuchten”.
De most treurt, de wijnstok kweelt; allen, die blijhartig waren, zuchten. Jesaja XXIV: 7. Drieërlei geaardheid komt meest onder de kinderen dei menschen uit. Er is een onderste, breede laag, die altijd speelt en spot en tot geen ernst te brengen is. Van deze versch ...
„Mijne hand zal niet tegen u zijn.”
De HEERE zal richten tusschen mij en tusschen u, en de HEERE zal mij wreken aan u; maar mijne hand zal niet tegen IJ zijn. , .-, _ 1, ., Sam, 24, : 13, Concurrentie is onder menschen een zoo harde zaak. En die vredestorende concurrentie doorwoelt schier heel ons menschelijk leven. Ge moogt ...