Zedelijkheid en recht - pagina 16
12 en daarom praktische rede. Zij is niet van een vreemden, selbst nicht eines göttlichen Willens afkomstig, maar de wet van onze rede zelf, waarom ^ deze dan ook autonoom is. Deze innerlijke zedewet ' treedt voor ons op in den vorm van een gebod, van een onvoorwaardelijken niet hypothetischen, d ...
Zedelijkheid en recht - pagina 17
13 waarden, waaronder de willekeur van den een met de willekeur van den ander, naar een algemeene wet/ der vrijheid kan vereenigd worden. Dit is wat men ook later genoemd heeft de „Maxime der Coëxistenz". De ethische wetgeving dringt met innerlijken drang. • De juridische dwingt met uitwendigen d ...
Zedelijkheid en recht - pagina 35
31 Alvorens hier nader op in te gaan, wensch ik eerst stil te staan bij het constante verschijnsel van het innig verbonden zijn dezer zede met de religie. Altijd en overal toch, is het geloof aan die hoogere ordening welke wij de zedelijke wereldorde noemen, een vaste geloofsovertuiging van nog o ...
Zedelijkheid en recht - pagina 19
15 dan een geschiedenis te geven van het Absolute, van den wordenden God; hetzij dan, gelijk bij den eerste, voluntaristisch als willen, hetzij, gelijk bij den tweede, rationalistisch als denken. Deze keer in het denken was niet zonder invloed ook op ons probleem. Hij schiep de behoefte aan een a ...
De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 47
A5 complectitur solam explicationem decalogi, seu t h e o l o g i a e m o r a l is et c a s i i u m gomenis.conscientiaead singula decalogi praecepta, cum prole-Atque ita distinginintur ab ea peculiares explicationes exercitio-rum pietatis, (luae nomine A s c e t i c a ...
De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 48
46 is zijn macht, zijn heerschappij, zijn majesteit, en in dit recht is alle wetgeving Gods aan zijn schepsel gegrond. in liet ius divinum.De lex divina wortelt dusHieruit volgt, dat de zedewet als zoodanig nooit *^boven God kan staan. ,,Itaque lex divina qua talis non potest ...
De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 49
47 Wat nu den decaloog betreft, dan kiest VOETIUS in de oude controvers derScholastiek, of alle geboden positief zijn, zooals de nominalistenbeweerden, dan wel natuurlijk, gelijk THOMAS leert, een middenweg. Ue A vraag hangt voor hem saam met die andere, of God van de geboden der ze ...
De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 50
48 ken zonder Gods recht te schenden, en deze ongerechtigheid is dan ook de zonde. Deze geboden zijn positief, ook in de tegenstelling met negatief. Zij zijn niet alleen gebod, maar ook verbod. En ook op deze negatieve zij van de zedelijkheid heeft VOETIUS gewezen en ook hier verschilt hij niet v ...
De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 51
I m confessioneelestempelontvingin de Belijdenis van Westminsterenden daarmede verbonden grooteren en kleineren Catechismus, op wier inhoud ook AMESIUS' M e d u l l aniet zonder invloed was geweest i),is de ontwikkeling der ethiek naar zuiverder Ca ...
De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 52
50 verbondsleer is het onveranderlijk aan de zijde Gods, maar is, juist om de voldoening die in Christus is, hij in wien het geloof kwam, van het alsnog volbrengen van den eisch, dien het verbond der werken stelt, ontslagen. Bij COCCEJUS nu wordt — en dit is zijn nieuwe vinding — het werkverbond ...