„Eli, Eli, Lama Sabachtani
En omtrent de negende ure riep Jeitts met eene groote stemme, zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI; dat is: mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ? Matth. 27 : 46. Om in Jezus’ lijden verplaatsen, knnnen we bijna niet. Een heilige zou dit oautrelijks kan ...
Van de Voleinding.
LXXXIV. DERDE REEKS. XXI. En Noach begon een akkerman te zijn, en bij plantte eenen wijngaard. En hij dronk van dien wijn, en werd dronken. En hij ontblootte zich in het midden zijn ...
Van de Voleinbing.
LXXXIII. DERDE REEKS. XX. Maar Ik, ziet, Ik richt mijn verbond op met u, en met uwen ^ zade na u. Genesis 9:9, Toch zou het aangevoerde, zonder meer, ods nog niet verklaren, waarom God de Heere ...
Van de Voleinding.
LXXXV. DERDE REEKS. XXII. Toen zeide Adam: e vrouwe, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten. £n de HEERE God zeide tot de vrouwe: at is dit, dat gij gedaan ...
„Doch sommigen twijfelden.”
[PAASCH-MAANDAG]. En als zij hem zagen, baden zij hem aan; doch sommigen twijfelden. Matth. 28 : 17. De indruk, dien Jezus' verschijning na zijn pstanding gemaakt heeft, week af van wat 't óór zijn sterven was.Ge merkt dit aan ...
„Ik leef en gij zult leven”.
[PAASCHFEEST] Nog eenen kleinen tijd, en de wereld zal mij niet meer zien; maar gij zult mij zien; want ik leef, en gij zult leven. Johannes 14 : 19. Geen meer bezielde toeroep kan oas op 't feest van Pascha toekomen, dan 't woord va ...
„Liever dan deze”.
Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: imon Jonas' zoon, hebt gij mij liever dan deie? Hij zeide tot hem: a, Heere, gij weet dat ik u liefheb. Hij zeide tot hem: eid mijne lammeren. Joh, 21 : 15.Liefde in teedetder zin komt niet uit ons zelf op, maar wor ...
Van de Voleinding.
LXXXVI. DERDE REEKS. XXIII. En hij zeide: Vervloekt zij Kana& a. Een knecht der knechten zij hij zijnen broederen. Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God Sems. En Kana& n zij hem een k ...
„Eenen, den Zoon des menschen gelijft zijnde”.
En in het midden van de zeven kandelaren eenen, den Zoon des menschen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met eenen gouden gordel. Openb. I : 13. Er ligt in de verandering die ook de mensch naar den vorm, bij het gelijk ...
Van de Voleinding.
LXXXVII. DERDE REEKS. XXIV. God breide Japheth uit, en hij wone in Sems tenten. En Kanaan zij hem een knecht. Genesis g : 27, In Noach's zegen wordt voor het eerst de afzondering van de groep de ...