„Opdat gij uwen God niet liegt.
Ja, hij zal tot eene getuigenisse tegen ulieden zijn, opdat gij uwen God niet liegt, Jozua 24: rjh. Het luistert bij den Heere onzen God zoo nauw, en op het stuk van innerlijk waarnijn, blijft de beste onzer zoo droef diep beneden zijn ideaal.Wel loopen er r ...
Pro Hege.
XIV. En God zeide tot hen: ver vult de aarde, en onderwerpt ze, en hebt heerschappij. Gen. 1: 28, Om helder inzicht in de heerschappij van Jezus onzen Koning te erlangen, moeten we alzoo teruggaan op het Koningschap door God aan den mensck verleend, en wel t ...
„In uw licht zien mij het licht.”
Want bij U is de fontein des le»ens; in uw licht zien wij het licht. Psalm 36: ro.De verdroogde bedding der rivier roept om 't water dat van de bergen afstroomt. De verdorde akker roept om den zegen van boven. En zoo ook, als de nacht ten einde spoedt, roept heel 't aardrijk, roept al wat ...
Pro Hege.
XV. Geloofd zij de Heere God, de God Israels, die alleen wonderen doet. Psalm 72 : I8. Eerst als ge u ernsdg indenkt in de pijnlijke worsteling, waarin de door zonde verzwakte mensch zich met de door vloek versterkte natuur gewikkeld ...
„Omdat hij ons eerst liefgehad heeft”.
Wij hebben Hem lief, omdat Hij ODS eerst liefgehad heeft. I Joh. 4 : 19. In de sfeer der heiliger, hoogere liefde drijft nog altoos deze klinkklare ongerijmdheid boven, dat een onherboren mensch niet in' liefde naar den Heilige uitgaat, maar dat wel omgekeerd de He ...
Pro Kege.
XVI. De scharen nu, dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zoodanige macht den menschen gegeven had. Matthéus 9:8. Toch is hiermede de beteekenis van het onder in de Heilige Schrift niet uitgeput. mmers tot dusv ...
Pro Hege.
XVII. Zijne discipelen tot zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven. Matt. X: I.Zoo heeft dan het onmiddellijk Godde-Igke wonder het geloof hcrschonken aan de hoogheid van Gods almacht boven de macht der krankzinnig geworden Natuur. En evenzoo is ...
„Ga weg achter mij, satanas”.
Maar hij, zich omkeerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter mij, sdtanas, gij zijt mij een aanstoot; want gij bedenkt niet de dingen, die Gods zijn, maar die der menschen zijn. Matth. 16: 23. „Al de dagen zijns levens op aarde" is het één lijden voor den Heilige gew ...
Pro hege.
TWEEDE REEKS. XXVI. En hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door hem. En hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente, bij die het begin is, deeerstge bo ...
„Ik ken den mensch niet”.
Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den mensch niet. Matth. 26:74. Wat was pijnlijker voor Jezus om te ondergaan? Toen de mannen van het Sanhedrin hem spogen in zijn aangezicht? Of wel toen Judas, zijn eigen discipel, op datzelfde gelaat den kus ...