„Goud en mirre."
En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het kindeken met Maria, zijne moeder; en nedervallende, hebben zij hetzelve aangebeden; en hunne schatten opengedaan hebbende, brachten zij hem geschenken: oud en wierook en mirre. Matth. 2:11.Wijzen uit het Oosten hebben, toen het Kindeken te Beth ...
Kerkelijke Deputaten.
Amstcrdicn, 21 December 1894. III. Uit de volledige mededeeling van hetgeen door Voetius over Kerkelijke Deputaten geschreven is, kunnen twee dingen zeer duidelijk blijken.In de eerste plaats doet het zien, wat toen de beschouwing en de practijk was va ...
„o, Hoe groot is uw goed!"
[NIEUWEJAAR.] o, Hoe groot is uw goed, dat Gy weggelegd hebt voor degenen, die U vreezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de tegenwoordigheid der menschenkinderen! Psahn3i : 20, Het begin van weer een jaar is nog iets anders dan wa ...
Kerkelijke Deputaten.
Amsterdam, 28 December 1894. IV. In de Kerkenordening wordt voor de eerste maal van Deputaten gesproken in Art 4, waar ten aanzien van Dienaren des Woords gehandeld wordt over de beroeping dergenen die tevoren in dienst niet geweest zijn, en dan de vierderlei ...
„Als een lam in de ruimte.”
Want Israël is onbandig, als eene onbandige koe; nu zal hen de Heere weiden, als een lam in de ruimte. Hoséa 4 : 16. s Vrijheid" is het tooverwoord onzer eeuw. Geen band, geen beperking, geen (J^paling noch (; /«paUng van uw^persoon noch van uw leven. Ons ik^ ons i ...
Tweede brief.
Amsterdam, 11 Januari 1895.Uit het Zuiden teruggekeerd, verneem ik dat mijn vorige brief, dien ik aan de Heraut inzond, o. a. bij de redactie van het Hand, zekere bevreemding had gewekt.Althans niet zonder verbazing werd geconstateerd, dat, volgens mijne voorstelling, niet elke facu ...
„Ben ik een Vader, waar is mijn eere?”
Een zoon zal den vader eeren, en een knecht zijnen heer; ben Ik dan een vader, waar is mijne eere ? en ben Ik een heer, waar is mijne vreeze? zegt de Heere der heirscharen tot u, o priesters, verachters mijns naams! Maar gij zegt: Waarmede verachten wij uwen naam ? Mal. i ; 6.Uw God te die ...
Derde brief.
Amsterdam, i8 Januari 1895.Een vorig maal vleide ik mij met het denkbeeld, om in nog een kort epistel het vluchtig debat met de redactie van het Handelsblad geheel ten einde te brengen. Nog slechts één punt restte mij ter bespreking.Tot mijn niet geringe voldoening echter wijdde gen ...
„Zeben andere geesten."
Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven andere geesten, boozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mensch wordt erger dan het eerste. Luk. 11:26. In den groeten oorlog, waarin Pruisen Frankrijk versloeg, evenals in den ...
Vierde brief.
Amsterdam, 25 Januari 1895.Al is de redactie van het Hand., tot mijne niet geringe teleurstelling, op het vraagstuk dat in geding kwam, niet principieel ingegaan, toch laat ik mij daardoor niet weerhouden, om op haar critiek over wat de heer Hovy schreef te dienen van dupliek.De hee ...