1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24
12alleen geen voldoenden onderlaag kan leveren voor den arbeid van een beroepskantoor (Beratungsarbeit). Noodig is een wisselwerking met het experimenteel-psychologisch onderzoek en daarom kan men het advies voor een beroep niet toevertrouwen aan de school en aan den onderwijzer en den sch ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 25
13 laten vaststellen door alle of verschillende onderwijzers, die daarvoor in aanmerking komen, men krijgt zoo een aanpassing der verschillende meeningen, wat niet goed is. Geen onderwijzer mag dus kunnen nemen van hetgeen vroeger werd opgeteekend, bovendien wordt de duur der waarneming belangrij ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 26
14 taak der beoordeeling van de geschiktheid voor het beroep. Terecht wijst HYLLA er op, dat de arbeid voor de „Berufsberatung" in de eerste plaats in aanmerking komt voor de groote steden en nog langen tijd alleen voor deze. Het zou volgens hem niet al te moeilijk zijn voor de onderwijzers dezer ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 27
15 gelegenheden voor waarneming, die alleen als vingerwijzingen bedoeld zijn. Ten slotte moet nog melding gemaakt worden van een plan, dat door vakkundigen, Berufsberater, onderwijzers en psychologen gezamenlijk is opgemaakt. De volgende maatregelen worden noodig geacht, om de „Berufsberatung" vo ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28
16 zich van zelf voordoen bv. bij het spel en schoolreisjes. Bijzonder geschikt is in dit opzicht ook het arbeidsonderricht en de werkzaamheid in schoolwerkplaatsen. 6. De onderwijzer krijgt een schema voor zijn aanteekeningen (zie later). 7. Valt den onderwijzer iets bijzonders op van zijn leerl ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29
17 prikkel zijn beste beentje voorzet, dan we\ of hij daarvoor krachtige prikkels noodig heeft, of hij neiging heeft moeilijkheden te overwinnen, of hij nauwkeurig of snel werkt. Belangrijk wordt ook geacht, hoe hij met personen en zaken omgaat, of hij meer voor werk met de handen of met het hoof ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 30
De keuze van hef beroep.*) DOORJOH. V. d. SPEK.Van een keuze van het beroep kon in vroeger eeuwen, tot diep in de 19de eeuw geen sprake zijn. De kinderen, de zoons, groeiden meestal in het beroep van hun vader, zooals zij in diens trouwpak groeiden. En 't ambacht werd dan ook als re ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 31
19 Toch werd die keuze toen, en nog lang daarna niet als zoo moeilijk ondervonden. Dat kon ook niet. 't Aantal verschillende beroepen bedroeg zeker nog niet een vierde van dat getal nu. Vooreerst waren de beroepen nog niet zoo gespecialiseerd; bovendien waren toen ter tijde meerdere beroepen vaak ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 32
20vanwaar ze den man sedert verdrongen: zoodoende het afzetgebied voor dezen beperkend. Al te met redenen, die de keuze van het beroep toen tot een vrijwel onbewust blijvende handeling maakten en maar zelden een zaak van rijp overwegen. Zeker, gevallen als van onzen Michiel Adriaanszoon de ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 33
21 beroepen en verdubbelde in latere jaren voor bepaalde beroepen 't aantal van hen, die er naar streefden. Krisissen in bepaalde bedrijven dwongen nu en dan groote massa's een ander beroep bij de hand te nemen, dan datgene, wat ze tot hiertoe hadden uitgeoefend. Voeg daar nog bij, dat er in alle ...