1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 176
166„In het jaar 1871 zijn door mij ingeënt acht a negen honderd personen. Van die allen is er geen aangetast door de pokken, behalve twee, die vier tot vijf dagen na de inenting ziek werden, van wie het dus als bewezen kan worden aangenomen, dat zij reeds besmet waren vóór de inenting. Van ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 177
167 in zijne studie over de kinderpok-inenting. Ofschoon niet direct in verband staande met het onderwerp door mij thans behandeld, dient ze toch hier gememoreerd te worden. De argumenten, later tegen de koepok-inenting gebruikt op theologisch en geneeskundig gebied, vinden we hier reeds gebezigd ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 178
168De sterfte bedroeg in de geheele epidemie per 1000levenden; In Friesland 0.3 In Gelderland 2.76 Drenthe 1.57 „ Noord-Brabant 4.27 Limburg 1.68 „ Noord-Holland 6.38 Overijssel 2.15 „ Zuid-Holland 13.15 Groningen 2.42 „ Utrecht 13.51 Zeeland2.56Over't geheele Rijk5.67 ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 179
169ook in Beijeren alle kinderen gevaccineerd zijn." „Op den leeftijd van 5—20 jaar geniet men van dien maatregel in Beijeren, hoewel in afnemende mate, nog de vruchten". Om den invloed van de vaccinatie na te gaan, heeft men getracht te weten te komen, hoevelen der aangetasten en der over ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 180
170„Enkele gevallen, die buitengewoon voorbeschikt zijn, zullen als uitzonderingen wel altijd blijven voorkomen" (pag. 38). Aangaande de wijze van verspreiding worden tal van goed vastgestelde feiten meegedeeld en tenslotte de maatregelen ter beteugeling der epidemie aangegeven. Gebleken i ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 181
171 een 12-tal bedenkingen door de tegenstanders tegen de koepokinenting, zoowel facultatieve als verplichte, aangevoerd : 1. Vaccinatie beschut niet tegen de pokken. 2. Hoe meer men vaccineert en hervaccineert des te langer duren de epidemieën. 3. Het afnemen der pokken-epidemieën in het begin o ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 182
172 3. De bezwaren tegen de vaccinatie, wegens het overbrengen van scrophulose, tuberculose, typhus, enz. zijn ongegrond. 4. Erysipelas of roos kan bijna altijd voorkomen worden. 5. Pyaemie of sepüchaemie komen na de vaccinatie niet voor, tenzij door de gevaccineerden zelven veroorzaakt. 6. Syphi ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 183
173 voor de hand, omdat de meeste kinderen ook in Beijeren in hun eerste jaar nog niet zijn gevaccineerd. Op den leeftijd van 1—5 jaren springt het verschil ten voordeele van Beijeren het meest in 't oog (2.5% tegen 32.3%); op dien leeftijd moeten dan ook in Beijeren alle kinderen gevaccineerd zi ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 184
174 niet verricht had èn door de sterfte onder die categorie van gevaccineerden ^welke tweemaal grooter was dan elders in de provincie n.l. 2 6 % tegen 12.2 "/Q van de aangetasten". Dit gevoegd bij den tegenstand, die de vaccinatie ook tijdens het heerschen der ziekte algemeen ondervond, bij den ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 185
175 bleek bij nader onderzoek niet geheel en al onberispelijk geweest te zijn" (pag. 17). BROEKSMIT besluit: „De gunstige werking der wet is niet te miskennen ; werd in de jaren 1870—73 de smetstof herhaalde malen meegevoerd en verre verspreid, dat na '73 geen algemeene epidemie meer geheerscht h ...