1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 186
176 ling omtrent de vaccine ; 2e dat — mocht deze onverhoopt tot stand komen — daardoor, ook al wordt de inenting zooveel mogelijk bevorderd, het aantal der ingeente personen allengs zal verminderen; 3e dat daarmede de morbiditeit en de mortaliteit aan pokken binnen niet langen tijd zal toenemen ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 187
177wordt uitgegaan van de gedachte alsof ieder zich tegen de pokken kan vrijwaren, zelfs al breekt er eene epidemie uit. De onderstelling, dat alleen zij naar den burgemeester zouden gaan, die ernstige bezwaren hebben, getuigt niet van menschen kennis; bovendien het is niet juist, dat iede ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 188
178 uitvoeren en na 8 dagen zich opnieuw te vertoonen teneinde den geneesheer in staat te stellen over het gevolg van zijne vaccinatie te oordeelen. Ten eerste bespaart men aldus aan het kind den gang naar de plaats van inenting tweemaal, en zichzelf den last, dien een gevaccineerd kind tijdens h ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 189
179 gevaren; 2e het aanwijzen van middelen om directe gevaren voor de gezondheid af te wenden." Onderscheiden wordt in de gezondheidsleer, voor zooverre deze het individu betreft, of wel de vo^ksgezondheid. Practisch komt de leer der volksgezondheid neer om de middelen aan te wijzen, ten eerste „ ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 190
180 'gemeentebesturen behouden de bevoegdheid tot het vaststellen van reglementen of verordeningen tot voorkoming, wering of beteugeling van besmettelijke ziekten, voor zoover zij niet in strijd zijn met de bepalingen der wet." MR. DiCKE besluit dan ook: „Krachtens art. 29 is het derhalve geoorlo ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 191
181 de verplichting tot vaccinatie is, zooals GEERTSEMA meende, maar ten doel heeft — volgens het oorspronkelijk standpunt bij het ontwerp door THORBECKE ingenomen — om de publieke plaatsen te beveiligen „in casu de school" voor deze kinderziekte. In hoeverre min of meer bewust ook het resultaat ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 192
182 zoo eclatant toe, dat de Staat de communis opinio der medici zou trotseeren, om zich naar enkeier opinie te gedragen." De vraag „hoe moet de Staat zijn gewicht ten voordeele der vaccinatie in de schaal werpen" door aansporing, verschaffing van gelegenheid tot vaccinatie, door directen dwang o ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 193
183 aanwezig, dat beschuttende kracht bezit". Met zijn leermeester HUNTER die hem eens den raad gaf: „Denk niet, maar doe proeven, wees geduldig en tevens nauwkeurig", hield hij geregeld briefwisseling (1773—'83). Een enkel citaat, door VAN DEN BERG aangehaald, werpt een ander licht op zijn perso ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 194
184 In hetzelfde jaar werden door DR. VAN LOOKEREN 28 personen gevaccineerd, van deze werden 21 geinoculeerd zonder resultaat. Een inoculatie in 1802 bij het kind door DR. HARTINO tevergeefs gevaccineerd, vatte, niettegenstaande het vroeger, zij 't in lichten graad, de pokken had gehad. Op een ve ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 195
185 „er wordt te /ÖÖ^ gevaccineerd. Waar vaccinatie in het eerste levensjaar verplichtend is gesteld, als in Beijeren, stierven in de epidemie van 1870—73 slechts '^4 van het sterftecijfer in Nederland. „Nederland kan niet langer verstoken blijven van de persoonlijke dienstplicht, de schoolplicht ...