1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 14
10 variaties te zijn. Het eenlge onderscheid is, dat ze veel duidelijker afhankelijk zijn van uitwendige oorzaken. De erfelijkheid op het gebied der Individueele variabiliteit kenmerkt zich tegenover die op het gebied der mutabllitelt door twee verschijnselen: de regressie en de stijging door sel ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 15
11 variatiewijdte of de „Abanderungsspielraum (Amnion)", bij verschillende organen en eigenschappen en eveneens bij verschillende soorten planten en dieren een zeer wisselende is, moet in elk afzonderlijk geval op speciale oorzaken berusten. Elke eenvoudige variatiecurve, die de wet van Quetelet ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 16
12 matig, de soorten van Jordan (de elementaire soorten) eenvoudig en goed aan te wijzen. Elke collectieve soort bestaat uit eene grootere of kleinere groep ondersoorten of elementaire soorten. Het zou goed zijn een ternaire nomenclatuur aan te wenden door bij de soortnamen van Linnaeus den naam ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 17
13 worden vernietigd; de eerste kunnen weder nieuwe soorten voortbrengen, de andere verdwijnen zonder nakomelingscha.p. De grondgedachte van deze theorie leidt ons tot de overtuiging, dat in zekeren zin soorten door de natuurlijke „Auslese" niet ontstaan, maar vergaan. Welk aandeel bij het ontsta ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 18
14 lijke principes te verklaren is en wel op grond der algemeene door Darwin ontdekte principes der descendentiel eer. Twee wijzen van verklaring: 1. de mutabiliteit is eene alzijdige, de „natürliche Auslese" vond in lange geologische periodes in een en dezelfde richting plaats. 2. De mutabilitei ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 19
15 groepen elementaire soorten, wier kenteekens in elke richting van elKaar afwijken, wijst op vroegere alzijdige mutabiliteit. Het constant zijn der soorten is een waarnemingsfeit, hare veranderlijkheid een eisch der theorie. Dat is het oude bezwaar tegen de descendentieleer. Lamarck, Darwin, Wa ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20
16 slechts schijnbaar in elkaar overgaande, processen erkent. Voor Darwin stonden deze naast elkander; het eene sloot het andere geenszins uit, al heeft hij ze in den regel niet scherp onderscheiden. 3. „Geen twee individuen van hetzelfde zaad lijken geheel op elkaar." Deze bekende uitdrukking is ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21
17 is, maar trapsgewijze, door plotselinge veranderingen, al zijn het ook zeer kleine. In tegenstelling tot de variaties, die rechtlijnig voortgaande veranderingen zijn, gaan de veranderingen, die mutaties genoemd worden, in nieuwe richtingen. Zij gaan daarbij, zoover de ervaring gaat, „richtungs ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22
18 als de oorspronkelijke kweeker, geheel anders dan bij de veredelde rassen in den landbouw. In deze nieuwigheden komen in 't algemeen de eigenschappen der sprongvariaties zeer duidelijk te voorschijn; zij treden plotseling op zonder door overgangsvormen met den stamvorm verbonden te zijn, en zi ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 23
19IOhelidonium laciniatum en Chelidonium majus zoo geheel het karakter van het verschil tusschen naverv?ante in 't wild groeiende planten vertoont. Bij de meeste andere voorbeelden had men verschillen, die niet uitsluitend, toch in 't algemeen in hoofdzaak, enkele organen of deelen ...