Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 13
§ 3.VEIUNDEllDE POSITIE SINDS 1869.11wenden en voor altoos gedekt te zijn, koos men toen ten slotte, en daarbij bleef het, de positie dat niet de Kerkeraad, maar de Gemeente „beslist" had. dit beweren de rekenschap. In de vergadering van den Grooten Kerkeraad van 10 Juli 1810 ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 16
,14§ 5.DE BETEEKENIS VAN DE STEMMING VAN 17 MAAllï 1869.een zoo netelig vraagstuk als het Kerkelijk Beheer gemeenlijk eenige vooral vi^anneer gelijk hier het geval was onzekerheid blijven zweven de vraag die men aan de stemmende leden voorlegt, aan duidelijkheid Welke ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 17
,,DE BETEEKENISVAN DE STEMMING VAN 17 MAART 1869.1^atgeschreven waarin te lezen stond ivie hebben. Aldus: „Op dit punt bevat het bestaande lleglement deze reserve De Algenieene Kerkeraad behoudt zich voor, in het Reglement zoodanige veranderingen en bijvoegselen ^e nni ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 18
16§ 5.PE BETEEKENIS VAN DE STEMMING VAN 17 MAART 1869.missie voor het stoffelijk beheer moest zijn een gemengde Commissie, waarin voor de helft Leden des Kerkeraads zitting hadden. Dit hier bestaande beginsel is in het Reglement van 1820 niet opgenomen, en het i» geheel onzek ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 21
6.DE KERKVOOGDIJ IN HABE ZELFSTANDIGHEID.10-Grooten Kerkeraacl gevallen of oinstaudigheclen van zulk eenen bijzonderen aard en groot gewicht mochten ontstaan, dat ook de Groote Kerkeï'aad omtrent dezelve geene uitspraak zonde dnrven doen, zoo zal voornoemde Kerkeraad de Gemee ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 20
§ 6.18DE KEEKVOOGDIJ IN HARE ZELFSTANDIöHEID.was het College voor het bestuur der Gemeente, de Commissie was he College voor het bestuur vati de Kerkgebouwen, enz. Vandaar haar titel, niet van „Beheer," maar van Bestuur. Dit ten deele lelfslandige karakter der Kerkvoogdij tra ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 23
§(5.DE KERKVOOÜDIJ IN HARE ZELFSTANDIGHEID.21Over dezen tegeiivoorslag oordeelde de adviseerende Kerkeraadscommissie, „dat hij niet de minste bedenking opleverde"' '); eene conclusie, waarmeê^e Kerkeraad zicli aanstonds vereenigde. Ook op dit punt blijkt dus het bewere ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 24
22 door den zijnVEKBANU MET DE SYNODALE ORGANISATIE.§ 7.rechtrechterlijkeworden ontnomen en wanneer deze vermeent moeten handhaven, kan dit alleen op de gewone wijze geschieden"" ^). De Kerkeraad waagde zich hieraan niet,Kerkeraad daartoeniet ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 19
:§ 6.§ C.DE KERKVOOGDIJDe KerkvoogdijIN17HARE ZELFSTANDIGHEID.in hare r:elfstandigheid.de Kerkvoogdij zekere passende zelfstandigheid, of^ wel is zij Commissie van den Kerkeraad, zonder meer'/ In de Classicale Meslechts morie wordt he ...
Contra-memorie in zake het Amsterdamsch conflict - pagina 22
:20§ 6.:DE KEKKVOOOÜIJ IN HARE ZELFSTANDKilIEin.hebber vastgesteld mochten worden". De voorstelling dus als ware de Kerkvoogdij slechts kassier van den Kerkeraad geweest maar eene voorstelling, die de heer Steenberg op blz, 5 van zijne Memorie geheel omverwierp, ...