Uit de diepte - pagina 318
,,312om de gangen onzes Gods in de leidingen van zijn genadebestuur te verstaan waardoor wij zijne treden in dat heiligdom zoo dikwerf oppervlakkig en verkeerd beoordeelen, en wij in het duister wandelen, niettegenstaande zijn heillicht ons omstraalt. Dat wij maar geene pogin ...
Uit de diepte - pagina 317
,311 den gloed van Gods eeuwigen toorn, waarin we met den levenden God zullen te doen krygen, als een verterend vuur en een eeuwigen gloed, bij wien niemand kan wonen. Daarom zij u dan ook met al den ernst onzer ziel gebeden: «Zondaar! toeft niet langer in dit land uwer doodscbaduw rubt ni ...
Uit de diepte - pagina 319
UIT DE DIEPTE. LEERREDENEN DOORDE PREDIKANTEN DERaEREFORMEERDE KERKENUEDERDÏÏITSCiïE(doleerende).XXII.SZL o. DOORJ. J.WESTERBEEK VAN EERTEN, PREDIKANT TE MIJDRECHT.AMSTERDAM, rLtóidll1888J.A.W ...
Uit de diepte - pagina 320
Mijne Hoorders De wintermaand hield haar intocht. De najaarsstormen, wier machtig geluid de Heere ons hooren deed, hebben ons gepredikt, dat het getijde van den herfst afscheid nam. Nu de wintermaand kwam, verscheen met haar het tijdperk, dat de dagen kort, de nachten lang zijn. In de lange nacht ...
Uit de diepte - pagina 321
315 Volgensonsteksthoofdstuk worden we geroepen aan een sterfbed voegen ons ernstige gedachten. Wie, die ooit werd geroepen aan het sterfbed eens veelgeliefden vaders, gevoelde niet, dat het een hoogheilige ure was. Het is zoo onbeschrijfiijk aandoenlijk, als ge een stervende met ge ...
Uit de diepte - pagina 322
;316 Zulk een sterfbed was dat van den aartsvader. zonen zijn toegesneld. Ze hebben zich verzameld om de stervenssponde. Daar spreekt hy met duidelijke stem. En zijn sprake is eene profetie. Eerst tot Ruben, die de voortreffelijkste niet zoude zijn. Voorts tot Simeon en Levi, in wier verbo ...
Uit de diepte - pagina 323
317Vankandus nietwel gesproken worden, naar luid eerst gewagen van zijn strijd. De beteekenis van den Silo kunt ge niet verstaan, indien ge een vijand zijt van den krijg. Van dezen strijd getuigde de stervende aartsvader. De vergelijking toch van Juda met den leeuw, di ...
Uit de diepte - pagina 326
:;320 II.De stervende aartsvader zagniet slechts in den Silo den zoude overwinnen maar ook aanschouwde hij in Hem den Koning, die zijn volk zoude regeeren. Dien Koning zag hij afgebeeld in zyn zoon Juda. Daarom heet het: » De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgeve ...
Uit de diepte - pagina 324
318metbekendgemaakt, weet, dat ge een vijand Gods zyt. a n d. Of komt niet de Heere in hoogernstige sprake u aanzeggen: »Zoo iemand niet haat zijn eigen leven, hij kan mijn discipel niet zijn ?" Weet gij het dan reeds, dat ge een vijand zijt van uw eigen heil? Hebt ge reeds mogen st ...
Uit de diepte - pagina 325
!;319 zijt;nu ge deelhebt aan Hem, deel aan zijn strijd, nu is zijne zaak geworden; nu heeft Hij voor u den strijduwe zaakvolstreden, voor u overwonnen. En wordt ge nu hier door Gods wondervolle genade in dien stryd des Heeren ingewikkeld, o, dan moet het u imme ...