Jaarboek 1964 - pagina 124
RAPPORT VAN D E COMMISSIE T E R B E S T U D E R I N G VAN D E SITUATIE V A N H E T CHRISTELIJK WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS U I T G E B R A C H T IN N O V E M B E R 1963Rapport van de door de colleges van directeuren en curatoren der Vrije Universiteit ingestelde commissie ter bestudering va ...
Jaarboek 1964 - pagina 126
beschouwing te laten. De commissie is tot een ontkennende beantwoording van deze vraag gekomen. In verband hiermede heeft zij de vrijheid genomen in dit rapport een afzonderhjke paragraaf over „ D e Vrije Universiteit in de Nederlandse samenleving" in te lassen. Voorts is in de commissie aan de o ...
Jaarboek 1964 - pagina 127
vanuit het Woord Gods urgent is, b.v. omdat op het betreffende gebied opvattingen heersend zijn die bijzondere problemen opleveren voor het christelijk geloof. d. De Vrije Universiteit heeft, als instelling gedragen door het protestants-christelijk volksdeel, attent te zijn op de actuele behoefte ...
Jaarboek 1964 - pagina 128
voerbaarheid daarvan zal tellcens moeten worden bezien met inachtneming van het hierboven, met name onder i i^ en \ e gestelde. 3.De Vrije Universiteit en de beroepsopleidingena. De commissie is van oordeel, dat aan een universiteit alleen die beroepsopleidingen op haar plaats zijn ...
Jaarboek 1964 - pagina 129
de taak van academies voor beeldende en dramatische kunsten en conservatoria kunnen overnemen. Anders Ugt het voor de esthetica (en deze dan niet slechts als onderdeel van de wijsbegeerte), de wetenschap van de muziek, kerkelijke kunst (al dan niet verbonden met de iconografie) en andere vormen v ...
Jaarboek 1964 - pagina 130
den gecreëerd. Voor de mogelijkheden van de kandidaat in de verdere toekomst (na zijn repatriëring) zou het echter beter zijn, dat deze studie als een bepaalde bijvakken-groepering onder het doctoraal examen van zijn hoofdvak kon worden ondergebracht, dus bij letteren, theologie of antropologie. ...
Jaarboek 1964 - pagina 131
Een afzonderlijke aangelegenheid vormt de inrichting van een thematisch geordende beeldbibliotheek, waarvoor het materiaal reeds voor een gedeelte aanwezig is. Indien een kunsthistorisch instituut te hoog gegrepen zou zijn, zou — nu de iconologie veld wint — iets kunnen worden gedaan om aan de Vr ...
Jaarboek 1964 - pagina 132
brengen. Het belang hiervan moge blijken uit het feit, dat in 1961 aan de Nederlandse universiteiten de volgende aantallen cursisten voor een m.o.-dagopleiding waren ingeschreven: in Amsterdam 392, in Groningen 448, in Utrecht 126, in Leiden 36, in Nijmegen 16. Het is de commissie bekend, dat de ...
Jaarboek 1964 - pagina 133
akten behoeft niet te worden gevreesd. Hier zal de wal het schip keren. Ongegrond is voorts de bedenking, dat de opleiding voor de m.o.-akten de middag- en avondopleidingen zal doen verdwijnen. Eerder zullen de laatstgenoemden zich aan de universitaire opleiding optrekken en, daardoor een hoger p ...
Jaarboek 1964 - pagina 134
in twee zeer verschillende sferen werd verdeeld, n.l. die van de natuurwetenschappelijke en die van de technisch-wetenschappelijke opleiding. Bovendien leert de ervaring, dat de thans aanwezige studierichtingen, die weliswaar wetenschappelijk zijn gericht maar de behoeften van het bedrijfsleven n ...