In Jezus ontslapen - pagina 216
204 terug. Opdringeu van vrieudscliap of van overbodig gevï^orden steun, troost niet, maar hindert.En nu in de derde plaats komt onder hen, die ons alzoo ondersteunen, dan ten slotte de Heere zelf. Niet aanstonds. Hij laat ons eerst tot zelfaangrijping komen. Dan zendt Hij ons de menscheli ...
In Jezus ontslapen - pagina 216
200„VOOR DE DOODEN GEDOOPT ".maarveeleer opberoeptziclihunvast geloof aau de opstanding der dooden').Zullen we liet nu een gemis, noemen dat ons ter wille van onze Belijdenis, dit liefdebetoon vreemd is? Er is geen oorzaak voor. Te mi ...
In Jezus ontslapen - pagina 217
205 zich terugtrekt, waarin men verblijven, waarin men het uithouden kan. En raadpleegt men de taal waarin David zijn psalmen zong, en vraagt men, wat in die taal de zin was van het woord, dat onze overzetters door „hoog vertrek" vertaald hebben, dan blijkt het in eiken zin een plaats aan te duid ...
In Jezus ontslapen - pagina 217
Men zal zijn doodeu niet vergeten. Ze zullen naleven in onze herinnering. De plek, die ze innemen in ons liart, moet niet te spoedig door allerlei anders worden ingenomen. De dieliter waarom zong hij ook niet van de zong van ^de ledige stoeV\ ledige plek in het hart? En toch, dat vergeten gaat in ...
In Jezus ontslapen - pagina 218
,206Maar het diepst toch gaat de gedachte, als de vrome niet meer jubelt in een „hoog vertrek", waarin God hem zet, maar als hij in God zelven zijn hoog vertrek gevonden heeft, en nu, in die veilige heerlijkheid rustende, van uit zijn God stil en plechtig nederziet, op wat eerst zij ...
In Jezus ontslapen - pagina 218
„VOOR DE DOODEN GEDOOPT202Maar denken aan ouze dooden, wil zeggen: meeleven in den toestand waarin zij nu zijn. Hen niet meer als personen die er eens waren, maar als gezaligden, gelijk ze nu leren, daarboven, bij den Heiland. Niet om verschijningen uit te lokken, of zich gezichten ...
In Jezus ontslapen - pagina 219
,207 wankelt. Ze kan niet meer. Donkerheid verduistert haar den blik. Dat is dan niet gewone angst, waartegenover ze moed, het is niet de gewone vreeze, waartegenover ze onverschrokkenheid kan zetten.Dat kan nog wel, als ze in worsteling komt met menschen, met personen, met vijanden ...
In Jezus ontslapen - pagina 219
XL.„Stbra^amtüeetönnort§ niet eti^êraéïf entGij zijt toch onze Vader,vani.ns niet,onêniet'want Abraham weeten Israël kent ons niet. Gij, o onze Verlosser, van Jesa/'a 63 16.Heere, zijt onze Vader; ou ...
In Jezus ontslapen - pagina 220
,208 wil zeggen, eigen ramp of leed of ongeval lost zich op in gewaarwording dat liet lijden der wereld dat de wee die uit den vloek opkomt, dat de storm van menschelijke ellende nu ook op ons aandringt, en ook onze ziel poogt te ontzetten. Dat geeft wat men in zulke dagen noemt dat bange ...
In Jezus ontslapen - pagina 220
204„ABRAHAM WEETA'AN ONS NIETEN ISRAËL KENT ONS NIEt'Kennis der herinnering kon liier dus niet bestaan. Hier wordt dus wel in zeer beslisten zin uitgesproken, dat de ontslapenen niets afweten van toestanden of personen, die ze bij liun leven op aarde niet gekend hebben ...