Plancius-rede - pagina 11
Doch, waar ikditvolmondig erken, voeg ik er toch ookwaar de band des „geloofs"datden band des „bloeds"bijbij,bij-komt, waar die twee saamgaan, en de een den ander nog hechter snoert, dat daar de geestdrift, totkomsthet ...
Plancius-rede - pagina 12
omwatin zijnWant,wenleefttolk voor u opals zijnhart voor uja,nuvolkgeleden en gestreden heb, daarom dorstvijftien jarenaan,met datvan dat volk ben, enzelf een kindu ...
Plancius-rede - pagina 13
9Van watin dat altoosgedenkwaardig jaarDrakenberg door u en met ngeschied,iso\)de passen van denhet lang en breed ver-ishaal tot ons gekomen, want Lion Cachet heeft op meesterlijke wijzemogenwatverha ...
Plancius-rede - pagina 14
10waren onsstraat zelfsdie kleine Joodjes, diehnn,extratijding"rondventten, dan vooral, als het eens een extragoede tijdingAmajubazoo vele zondt.was, zooals ge er ons van Langnek enEnwilt ge sterker nog, o, ...
Plancius-rede - pagina 15
11danlijkSultankwam,onsEn iszijntoen van die overwinning de mare totnu,volkonsde oude Kraton vaiihoofdsterkte,toch, Atjelis viel.inbreede massa onverschilligzijngebleven; ...
Plancius-rede - pagina 16
12Neen, dat wondere enthousiasme had een andere oorzaak.weetGijhetnogzelfwelhistorie,Hooggeachte Mannen,geslachtzijnvangoedenzeergemeenschappelijkeonzenithet Geuzen- ...
Plancius-rede - pagina 17
13 achterhistoriesomslevend,Keerdeno,En waar deronsdenenzoo onbednidenden toestandinde bede in ons voeklen opkomen:dagen voor ons Holland eens terug!die schoonedat nu niet kon, waar veeleer Eu ...
Plancius-rede - pagina 18
14 taalvan ons eigen bloed; en dat met nieuwe kracht bezield;vuurdoor jeugdigenverbaasde,ploitengeslachtbegroet,historie,engijtoenwierdthoedeonsnietGeuzen van ...
Plancius-rede - pagina 19
15 heugenisdeopgevangen,vaneenkleinvolk dat door eenmaclitig volk verdrukt wierd, en toen, in de ure des gevaars, alswonder, door een mysterie van Gods mogendheden,eendoorwierdZoo lazen we het van Israël toen het ...
Plancius-rede - pagina 20
16 onder ons voor u geleeden, dat toch zoo bovenmatige hulde u niet verbijsteren, zooEnmocht.ontstoken Avierook u niet bedwelmenrijkhet was ons stoffe van dank, toenden van zooveel toejuiching umaarzelven geen eere nemende,we ook ...